Ken uw cultuur en theologiseer

Tulips fields and windmillsCultuur. Wat is het? Het kan net zoveel betekenen als het woord “zwarte piet” vandaag de dag. De definitie van cultuur is door veel denkers op papier gezet, het is een term me veel ruimte. Het is dan ook al snel goed. Je zou heel kort kunnen zeggen dat cultuur dat is wat we denken en doen. Dan wel in de breedste zin van het woord: van kunst tot religieuze uitingen tot omgangsvormen tussen bouwvakkers op een steiger en rituelen van een onbekende stam in de Amazone.

Culturen kunnen naast elkaar bestaan zonder dat ze elkaar veel beïnvloeden. Een voorbeeld uit de eigen praktijk. Een Marokkaans theehuis heeft een specifieke cultuur. Aan de andere kant van de straat bevindt zich een Starbucks waar mensen naar toe komen die geen culturele overeenkomsten hebben met degenen die het theehuis bezoeken. Toch leven ze fysiek op korte afstand van elkaar.

Met onderstaand voorbeeld probeer ik een discussie op gang te brengen. Ik woon nu op de biblebelt, een cultuur op zich. Een groot deel gaat naar de kerk, sommigen zelfs in stemmig zwart. Als relatieve buitenstaander stap ik een cultuur binnen die mij vreemd is. Wanneer dergelijke kerken geheel en al verplaatst zou worden naar de binnenstad van een grote stad, zouden de cultuur verschillen nog meer zichtbaar zijn. Sommige binnenstedelijke bewoners zouden meewarig het hoofd schudden als was het een bijna uitgestorven diersoort.

De Nederlandse cultuur is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Er zijn sociale netwerken ontstaan via internet, relatie vormen veranderden, de politiek vond economie het belangrijkst of de maatschappij is meer en meer gekleurd geworden. Echter, op een paar uitzonderingen na, is de kerk gelijk gebleven. Sommigen zien het zelfs als een taak om de kerkelijke cultuur te conserveren. Laat is daar een aantal voorbeelden van geven van praktisch (theologische) en theologische aard.

Praktisch (theologische) aard:

  1. De maatschappij is beeld georiënteerd geworden, de kerk is voornamelijk woord georiënteerd.
  2. In de maatschappij gaan allerlei mensen met elkaar in gesprek, in de kerk is het vaak eenrichtingsverkeer tussen voorganger/dominee en de gemeente.
  3. De maatschappij is complex geworden en past zich razendsnel aan. De kerk houdt vast aan de zondag als het enige tijdstip van samenkomen (in zuidelijk Nederland is dat met name lastig vol te houden).

Theologische aard

Ik zie te weinig dat kerken zich werkelijk verdiepen in de omringende cultuur. En als leidinggevenden dan wel doen, dat heeft dat te weinig invloed op de kerkelijke structuren. Robert Schreiter schreef een lezenswaardig boek over “local theology”. Een lokale theologie zoekt naar een contextuele verwoording van het evangelie. We nemen nog te vaak aan dat de de huidige kerkelijke praktijk een goede weergave is van de westerse cultuur waarin we leven. De kerk ontstond toch in Europa en reflecteert toch die cultuur? Dat is niet het geval, want zegt Schreiter:

contextual models, as the name implies, concentrate more directly on the cultural context in which Christianity takes root and receives expression (Constructing Local Theologies, pagina 12)

De kerk reflecteert nog steeds een cultuur die niet meer bestaat. Wanneer een kerk zich wel in een cultuur verdiept zou hebben, is het werk niet af. Het is een doorgaand proces dat aandacht blijft vragen. Contextuele modellen zijn volgens Schreiter een continue dynamische interactie tussen evangelie, kerk en context. De eerste twee komen vaak in beeld, de laatste vaak buiten beeld. De contextuele verwoording is te vaak een kopie geweest van de omringde cultuur, kijk naar de seeker-sensitive diensten die veel lijken op een concert ervaring. Maar een kopie raakt de cultuur maar ten dele en is zeker geen lokale verwoording. Het is te weinig een doordenking van hoe theologie vorm krijgt in een cultuur, want vanuit de lokale theologie krijgt de kerkelijke praktijk vorm.

Het is een uitdaging om hier over te blijven nadenken. Ik wil er graag over in gesprek komen.

 

Volgens Martin de Jong (EA) moet het leiderschapsmodel op de schop

preekMartin de Jong schreef recent een interessant artikel op de website van de Evangelische Alliantie. Uit onderzoek concludeert de Jong dat het gat dat de komende jaren gaat ontstaan in het voorgangersbestand niet door de komende generatie geestelijk werkers zal worden opgevuld. Er zijn er gewoon te weinig jonge mensen die de “gemeente ingaan” en er gaan te veel voorgangers met pensioen.

Voordat ik in ga op de oplossing die de Jong aandraagt, heb ik een aantal vragen. Ik heb daar zelf nog geen antwoord op, maar het zou interessant zijn op daar onderzoek naar te doen.

  1. Hoeveel jonge mensen (percentage) belanden uiteindelijk in een gemeente als ze theologie hebben gestudeerd?
  2. Waarom kiezen er te weinig mensen voor een bediening in de gemeente? Heeft dat ermee te maken dat het voorgangerschap een (te) zware taak is? De laatste tijd hoor ik van veel voorgangers die met een burn-out thuis zitten of een andere bediening buiten de gemeente aannemen.
  3. Wanneer deze jonge theologen niet kiezen voor de gemeente, waar belanden ze dan?
  4. Leiden de huidige theologische opleiding mensen op voor het verleden of voor de toekomst?

Trainingscentra

Eén van de verklaringen die de Jong aandraagt voor deze ontwikkeling is het cultuurverschil tussen de gaande en de komende generatie. Daarom moet het leiderschapsmodel op de schop. De Jong noemt Frankrijk als voorbeeld waar het aantal voorgangers dat van een opleiding komt niet voldoende hoog is om aan de vraag te voldoen. Het protestantisme is booming in Frankrijk en leiderschap is nodig. Daarom is men begonnen met regionale trainingscentra om de nieuwe generatie op te leiden. Een jaar meelopen met een gemeentestichter en daarna in het tweede jaar aan de slag. Daar licht volgens de Jong de clou. Een voorgangersmodel van herder-leraar sluit niet aan bij de realiteit. Het is teveel naar binnen gericht. Een voorganger moet meer dan daarvoor naar buiten zijn gericht. De Jong noemt dit apostolisch leiderschap. Hij roept alle voorgangers en ook gemeenteleden op om pionier te worden. Dat is een opleiding en training voor nodig. Ik sta hier volledig op dezelfde lijn als De Jong. Hij pleit voor lokale trainingscentra waar mensen een twee-jarig traject kunnen volgen om de essentie van (meervoudig) missionair leiderschap onder de knie te krijgen.

Project in zuiden van het land

In het zuiden van het land is daar al een team mee bezig om een dergelijk project op poten te zetten (ik denk hierin mee). Het aantal mensen dat in deze regio nodig is, is groot. Er zijn vanuit deze regio te weinig mensen die voldoende getraind zijn om een groep praktisch en geestelijke evenwichtig te leiden. Het doel van dit team is om gemeentestichters en werkers een goede Bijbelse basis mee te geven en daarnaast mee te nemen in de praktijk van een missionaire gemeente.

Om iets dergelijks te realiseren is nodig:

  • een gedeelde visie van ondersteunende gemeenten. Ik hoop dat er gemeente zullen zijn die als Petrus “uit de boot stappen” en dit nieuwe perspectief zullen omarmen.
  • goede ervaren trainers en docenten en daarnaast een goed curriculum.
  • voldoende financiën over de langere termijn om een goed traject neer te zetten.
  • veel gebed.

Wanneer je dit leest en enthousiast bent over dit idee, laat het dan weten. Ik geef je graag meer details over deze ideeën. Wil je dit project op één of ander manier steunen, laat het dan zeker weten.

Reactie op artikel “Het magische drieletterwoord”

Maarten Boudry schreef in Trouw een prikkelend artikel met de titel “Het magische drieletterwoord”. Het artikel gaat in op het woord God en het gebruik daarvan in de theologie en in het christendom. Ik heb een reactie geschreven op dat artikel dat je hier kunt downloaden en lezen.

Wil je het artikel van Boudry er ook op naslaan, dan kun je kunt het hier lezen. Het kan zijn dat het alleen te lezen is met een Trouw account. Het je dat account niet, dan moet je het doen met de korte samenvatting in mijn artikel.

Een paar dagen daarna schreven Stefan Paas en Rik Peels een reactie in Trouw op het artikel van Boudry. Deze reactie is zeer lezenswaardig en hier te lezen.

Bouw uw koninkrijk op aard

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te ...

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te Hatoesoeha, Seram (Photo credit: Wikipedia)

Introductie

Deze blogpost is een reactie op een Facebook bericht van Rocco Rausch die dit artikel onder de aandacht bracht. Naar aanleiding van het bericht werd er gesuggereerd dat het beter zou zijn om over koninkrijksplanting te spreken dan over kerkplanting cq. gemeentestichting. Als reactie daarop zei ik dat dat theologisch onhoudbaar is. Daarop werd de vraag gesteld “Waarom kunnen we niet over koninkrijksplanting spreken?” Deze post is daar een antwoord op.

Waar gaat het artikel over?

Het artikel gaat over een gemeentestichter en zijn ervaringen van de afgelopen jaren. Hij is bezig geweest met het stichting van een gemeente:

  • dit kostte heel veel geld
  • het was planmatig helemaal dichtgespijkerd (inclusief missie en visie)
  • de kerk had al snel een gebouw en staf
  • er was maar een beperkt aantal mensen dat tot geloof kwamen en daarna andere mensen tot discipelen maakten.
  • vanuit de kerkplant werden mensen geholpen discipelen te worden.

Daarna heeft de schrijver een “aha erlebnis” tijdens een conferentie. Tijdens deze conferentie wordt de nadruk gelegd bij gemeentestichting op:

  • discipelen maken: mensen helpen volgelingen van Jezus te worden.
  • discipelen zorgen er voor dat andere mensen discipelen worden, zodat er sprake is van vermenigvuldiging.
  • op deze wijze ontstaat een beweging die de hele wereld bereikt.

Uit deze beweging zou een kerk kunnen ontstaan op een organische wijze als twee of drie bij elkaar komen. Volgens de schrijver heeft dit geen organisatiestructuur nodig om te bestaan en om onderhouden te worden. Hij zegt dat de bijbel geen opdracht bevat waar wordt gezegd dat we gemeentes moeten stichten, gemeentestichting volgt op discipelschap en niet andersom. Waarschijnlijk komt ook hier de opmerking vandaan dat er sprake is van koninkrijksplanting.

Mijn respons…

Ten eerste een reactie op de hermeneutische aanpak van de schrijver als het gaat om het ontbreken van de opdracht in het Nieuwe Testament om gemeenten te stichten. Hij heeft gelijk als het gaat om de evangeliën, daar wordt deze opdracht niet genoemd. Alhoewel, Mattheus spreekt wel over de gemeente, maar niet in de context van het stichten ervan. In Handelingen 13 evenwel worden een aantal mensen, waaronder Paulus, uitgestuurd om gemeentes te stichten. Het verhalende gedeelte spreekt niet van een opdracht, het gedeelte is beschrijvend en niet voorschrijvend. Maar in de eerste gemeenten was er zeker sprake van gemeentestichting. Paulus schrijft zijn brieven aan gemeenten, waarvan hij sommige heeft gesticht. De kerk is daarmee door gegaan en heeft hem daarin gevolgd.Ik leg dat naast een ander voorbeeld dat het breder trekt. In het Nieuwe Testament komt geen opdracht voor die het preken op zondag voorschrijft. Toch preekt men in bijna elke kerk tijdens de samenkomst en de meeste christenen hebben daar geen Bijbelse bezwaren tegen.  Het ontbreken van een opdracht wil niet zeggen dat een praktische uitwerking direct tegen de Bijbelse boodschap ingaat.

Ten tweede kan ik mij helemaal vinden in de nadruk die de schrijver legt op discipleschap. In Mattheus 28:19 geeft Jezus de opdracht om discipelen te maken.Hij benadrukt dat een kerk niet opgehangen is een organisatie of een gebouw. Ik citeer uit zijn artikel:

It takes absolutely no organizational infrastructure to begin it or to maintain it. It only takes commitment and consistent intentionality, making the mission of Jesus to reach people a life-priority.

Het is idealistish om te zeggen dat een groep mensen die samen wil komen zonder organisatie een lange levensduur heeft. Natuurlijk heeft ook een “organische” groep in een netwerk-setting sturing en organisatie nodig, al was het alleen maar om te bepalen waarom ze een groep zijn en bij elkaar komen op een specifiek tijdstip.

Nu naar de vraag: “Waarom is het spreken over “kingdomplanting” theologisch niet houdbaar?” Als we de nadruk leggen op het discipelen maken en we niet direct het vormen van een kerk als doel hebben, spreken we dan niet het koninkrijksplanting? Ik heb zitten googelen op het woord “kingdom planting”  en “planting the kingdom”, echter zonder resultaat. Ook de Nederlandse varianten leverden niets op. Het woord is dus een unieke vondst.

In de eerste plaats moeten we onderscheid maken tussen de kerk/gemeente en het koninkrijk. Beide hebben een relatie, maar zijn niet gelijk aan elkaar. Dat is in deze context van belang omdat vanaf de eerste Pinksterdag tot nu toe aan kerkplanting/gemeentestichting wordt gedaan en niet aan koninkrijksplanting. George Eldon Ladd zegt het zo in zijn “New Testament Theology”:

“Het koninkrijk brengt de kerk voort”.

Door de boodschap van Jezus worden mensen uitgedaagd om als gelovigen “gemeenschap” te hebben met elkaar. De boodschap van Jezus wordt ook het “evangelie van het koninkrijk” genoemd.

Ten tweede zegt Ladd:

“De kerk kan het koninkrijk niet bouwen of het koninkrijk worden, maar de kerk getuigd van het koninkrijk, – van Gods reddend handelen in Christus in het verleden en in de toekomst”

Dit is een belangrijke uitspraak. Het gaat niet om planten, maar om getuigen.

In de tweede plaats, in het Nieuwe Testament zien we dat de gemeente van Jezus steeds een lokale representatie heeft. Paulus schrijft zijn brieven aan een lokale gemeente die samenkomt. Deze gemeentes zijn op een specifiek moment begonnen. Zij maken één op één deel uit van de gemeente van Jezus wereldwijd. Dit onderscheid kent het Koninkrijk van God niet. Er is geen lokale variant van het “wereldwijde” koninkrijk van God. Het koninkrijk heeft haar oorsprong in God (Mattheus 6:10). Als we dit logisch doortrekken is het niet mogelijk om het koninkrijk te beginnen of te stichten/planten. Het koninkrijk is reeds aanwezig en ook nog niet volledig of volkomen zeggen bijvoorbeeld Ladd en Ridderbos. Het Koninkrijk wordt “groter” als mensen zich bekeren en Jezus als hun Koning accepteren. Het koninkrijk is daar waar God heerst en dus Koning is. Ladd zegt over het accepteren van het evangelie van het koninkrijk (nu een keer onvertaald):

“The Kingdom is working quietly, secretly among men. It does not force itself upon them; it must be willingly recieved”

Ten derde, het Koninkrijk is een mysterie zegt Marcus (Marcus 4:11-12). Het wordt duidelijk voor hen die de boodschap van Jezus of het evangelie van het Koninkrijk ontvangen en accepteren (Mattheus 4:23). Gelovigen kunnen het koninkrijk niet “planten” maar mensen wel wijzen op het evangelie van Jezus en hen helpen om discipelen van Jezus te worden. Daarmee wijzen ze tegelijkertijd op de realiteit van het Koninkrijk. Dat zou men nog kunnen uitbreiden door te zeggen dat mensen kunnen “getuigen” van het koninkrijk door recht te spreken, recht te doen, er te zijn voor een ander, de ander te helpen in de nood (Mattheus 25:31-46). Christenen die zijn als Jezus, die het Koninkrijk inaugureerde, “beërven ze het Koninkrijk” (Mattheus 25:34).

KLINK Veenendaal

De laatste weken hebben we twee maal een nieuw kerkelijk initiatief bezocht dat de naam KLINK draagt. Op de website staat: “een fris geluid, een positieve toon”. Het is een groep die naast een bestaande evangelische gemeente ontstaat. Het is goed te zien dat een dergelijk initiatief gesteund wordt en dat er ruimte is om iets nieuws te beginnen binnen een bestaande context. Alle lof daarvoor! In deze korte beschrijving een aantal aspecten die eruit springen.

In het visie document merk ik dat de initiatiefnemers goed hebben geluisterd naar de “missional” beweging. De ideeën van deze beweging zijn bijna één op één terug te vinden in het document. Deze ideeën zijn ontstaan in een met name Angelsaksische context. Het is interessant hoe deze ideeën opgepakt worden in de Nederlandse biblebelt. De laatste bijeenkomt was een samenkomst van stilte en gebed. Het was een verademing om op zondagochtend stil te worden om samen en alleen de bijbel te lezen en naar aanleiding van de tekst gewoon stil te zijn en te bidden. Ondanks de stilte ademde de samenkomst een verbondenheid met elkaar.

Ik noem een aantal karakteristieke van de groep. Er is een theologische nadruk op het koninkrijk van God en het centraal stellen van Jezus. Interessant zal zijn hoe deze twee theologische waarden in de gemeenschap praktisch vormgegeven zullen worden. Een vraag die bij mij bijvoorbeeld speelt is: Hoe kan de geloofsgemeenschap een expressie zijn van het koninkrijk van God? Daarmee komen we op praktisch theologische en missionaire aspecten van de groep. Voor KLINK is de gemeenschap belangrijk. In de samenkomsten die ik heb bezocht doet iedereen mee in het proces van samen zijn. De samenkomst begint met koffie en eindigt ermee. Het is een vorm om vooraf al met elkaar in contact te zijn. De samenkomsten zelf zijn creatief en kennen verschillende vormen en groepsverbanden. Op een zondag waarop ik aanwezig was, ging de grote groep uiteen in verschillende kleinere groepen. Ik zat bij de groep “Denken en Verdiepen”, Mariska ging de wijk in met de groep “Natuur en Actief”. Daarnaast zijn er nog twee andere groepen: “Zorg en Actie” en “Expressie en Zintuigen”. In onze groep ontdekte ik dat er verschillende mensen waren die op zoek zijn naar een dergelijk expressie van het geloof en het karakteristieke evangelische “beleven” in gedachten al achter zich hebben gelaten. Deze groep is voor een aantal het “laatste redmiddel”. Het geloof is God is er zeker wel, maar het individueel beleven van het geloof in een grote groep staat ver van hen af. Deze groep zoekt naar een antwoord op dat verlangen naar een verdiept samenzijn.

In de lijst met waarden mis ik specifieke aandacht voor het missionaire aspect. Het is aanwezig in andere beschrijvingen, maar dan indirect.  Bijvoorbeeld in de waarde “navolging 24/7”. In een eerdere versie van het document heette dit met een Engelse term “incarnational”. Deze uitleg wordt erbij gegeven:

De hoop op het Koninkrijk beïnvloedt ons hele leven, niet alleen de zondagochtend waarop we als KLINK samenkomen, maar ook op de plek waar we wonen, werken en recreëren. Overal mag het goede nieuws van het Koninkrijk onze omgeving kleuren en smaak geven. Jezus koos ervoor onderdeel van de wereld te worden. Als navolgers van Hem willen we hoop en liefde belichamen midden in de wereld. We zijn betrokken aanwezig, gewoon tussen de mensen.

Het missionaire aspect lijkt een “zuurdesem” dat alle andere waarden beïnvloedt. De praktijk zal moeten leren hoe dat wordt opgepakt. Een ander aspect is het procesmatige denken in relatie tot spiritualiteit/geestelijke groei en het nadenken over theologische vraagstukken. Ook hier springt de term “samen” eruit. Mensen hebben verschillende ideeën bij de term spiritualiteit, maar het kan samen worden beleefd. Dat geldt ook voor theologische overtuigingen die als een proces zich ontwikkelen en waar binnen de groep ruimte is om dat te delen. De vraag die in een later stadium zeker naar boven komt is: “everything goes?”. Of wel, mag je alles geloven en elke theologische gedachte is juist? Het corrigerend gehalte van de gemeenschap moet dan haar “werk” gaan doen als de theologische grenzen van de gemeenschap worden bereikt. Het lijkt mij een proces dat zeer waardevol kan zijn in de toekomst.

De laatste waarde is opmerkelijk: “trouw en betrouwbaar zijn”. Opmerkelijk omdat het iets zegt over het commitment aan de buitenwereld en aan elkaar. Trouw is een deel van de geestelijke vrucht (vergelijk dit met 2 Tess 3:2). Trouw aan de samenleving is een groot goed als dat gegrond is in de trouw aan elkaar. Zoals ik eerder zei is KLINK een lovenswaardig initiatief waarvan ik hoop dat het de eerste kinderziektes zal overleven en waar mensen een geestelijk huis zullen gaan vinden.

Enhanced by Zemanta