Partnerships: kijk over de kerkelijke grenzen

connect-316638_640Veel burgerlijke gemeenten/steden hebben contacten met andere steden in de wereld. Bij nog geen enkele kerk heb ik opgevangen dat ze dit contact gebruiken om te kijken of men contact kan maken met de kerken in deze stad. Mocht je dit lezen en jou kerk heeft een dergelijk contact, dan hoor ik dat graag.

Dergelijke partnerships kunnen de kennis van het mondiale christendom enorm laten toenemen. Over en weer kan informatie worden uitgewisseld, er kan voor elkaar worden gebeden en men kan zelfs bij elkaar op bezoek gaan. Dit kan het kerkelijk leven in de positieve zin beïnvloeden.

Mocht jouw stad of gemeenten niet een dergelijk contact hebben op maatschappelijk niveau, dan zijn er genoeg mogelijkheden om buiten de Nederlandse grenzen een kerk te vinden om een dergelijk contact op te bouwen. Ik noem er een paar.

  1. Ga eens tijdens de vakantie naar een kerk en probeer contact te leggen met de predikant. Kijk eens of er interesse is voor een “over de grens” contact.
  2. Zendingsorganisatie zoals CAMA (waarvoor ik werk) hebben een uitgebreid netwerk waar je gebruik van kan maken. Bel ze op en leg je vraag voor.
  3. Het kerkverband waar je bij hoort, heeft vaak internationale contacten. Kijk eens of je van hun netwerk gebruik kan maken.

De kerk is groter dan alleen Nederland. Dat is een open deur. Het zou aardig zijn als we dat niet alleen weten, maar er ook iets mee doen.

Advertenties

Volgens Martin de Jong (EA) moet het leiderschapsmodel op de schop

preekMartin de Jong schreef recent een interessant artikel op de website van de Evangelische Alliantie. Uit onderzoek concludeert de Jong dat het gat dat de komende jaren gaat ontstaan in het voorgangersbestand niet door de komende generatie geestelijk werkers zal worden opgevuld. Er zijn er gewoon te weinig jonge mensen die de “gemeente ingaan” en er gaan te veel voorgangers met pensioen.

Voordat ik in ga op de oplossing die de Jong aandraagt, heb ik een aantal vragen. Ik heb daar zelf nog geen antwoord op, maar het zou interessant zijn op daar onderzoek naar te doen.

  1. Hoeveel jonge mensen (percentage) belanden uiteindelijk in een gemeente als ze theologie hebben gestudeerd?
  2. Waarom kiezen er te weinig mensen voor een bediening in de gemeente? Heeft dat ermee te maken dat het voorgangerschap een (te) zware taak is? De laatste tijd hoor ik van veel voorgangers die met een burn-out thuis zitten of een andere bediening buiten de gemeente aannemen.
  3. Wanneer deze jonge theologen niet kiezen voor de gemeente, waar belanden ze dan?
  4. Leiden de huidige theologische opleiding mensen op voor het verleden of voor de toekomst?

Trainingscentra

Eén van de verklaringen die de Jong aandraagt voor deze ontwikkeling is het cultuurverschil tussen de gaande en de komende generatie. Daarom moet het leiderschapsmodel op de schop. De Jong noemt Frankrijk als voorbeeld waar het aantal voorgangers dat van een opleiding komt niet voldoende hoog is om aan de vraag te voldoen. Het protestantisme is booming in Frankrijk en leiderschap is nodig. Daarom is men begonnen met regionale trainingscentra om de nieuwe generatie op te leiden. Een jaar meelopen met een gemeentestichter en daarna in het tweede jaar aan de slag. Daar licht volgens de Jong de clou. Een voorgangersmodel van herder-leraar sluit niet aan bij de realiteit. Het is teveel naar binnen gericht. Een voorganger moet meer dan daarvoor naar buiten zijn gericht. De Jong noemt dit apostolisch leiderschap. Hij roept alle voorgangers en ook gemeenteleden op om pionier te worden. Dat is een opleiding en training voor nodig. Ik sta hier volledig op dezelfde lijn als De Jong. Hij pleit voor lokale trainingscentra waar mensen een twee-jarig traject kunnen volgen om de essentie van (meervoudig) missionair leiderschap onder de knie te krijgen.

Project in zuiden van het land

In het zuiden van het land is daar al een team mee bezig om een dergelijk project op poten te zetten (ik denk hierin mee). Het aantal mensen dat in deze regio nodig is, is groot. Er zijn vanuit deze regio te weinig mensen die voldoende getraind zijn om een groep praktisch en geestelijke evenwichtig te leiden. Het doel van dit team is om gemeentestichters en werkers een goede Bijbelse basis mee te geven en daarnaast mee te nemen in de praktijk van een missionaire gemeente.

Om iets dergelijks te realiseren is nodig:

  • een gedeelde visie van ondersteunende gemeenten. Ik hoop dat er gemeente zullen zijn die als Petrus “uit de boot stappen” en dit nieuwe perspectief zullen omarmen.
  • goede ervaren trainers en docenten en daarnaast een goed curriculum.
  • voldoende financiën over de langere termijn om een goed traject neer te zetten.
  • veel gebed.

Wanneer je dit leest en enthousiast bent over dit idee, laat het dan weten. Ik geef je graag meer details over deze ideeën. Wil je dit project op één of ander manier steunen, laat het dan zeker weten.

Klein is leuk!

September-4-Eating-TogetherGrote kerken worden en werden vaak als het ultieme voorbeeld beschouwd voor andere kerken. Ik sprak ooit met een voorganger die enthousiast uitlegde dat door de grootte van zijn kerk hij “veel meer kon doen”. Er was meer geld door meer gevende mensen, dus was het mogelijk om meer te organiseren. Dat idee speelt nog vele kerkleiders door het hoofd. Opbouwprincipes, leiderschap, structuur, kringenwerk, acties, sociale projecten, etc.: de kerk met honderden leden zijn daarbij het leidend voorbeeld. Toch zijn de meeste kerken in Nederland niet van die omvang. In deze post een pleidooi de “kleine” kerk die juist groot kan zijn.

Vooraf aan dat pleidooi noem ik twee categorieën die worden verwoord in twee thema´s die vaak belangrijk zijn bij de opbouw van een gemeente:

  1. structuur/organisatie: deze twee zijn nodig om sturing te geven aan een groep mensen. Er worden afspraken gemaakt over hoe alles zou moeten reilen en zeilen binnen een gemeente.
  2. relatie/gemeenschap: deze twee hebben juist te maken met de onderlinge verstandhouding. De Bijbel zegt klip en klaar dat de kerk een gemeenschap is en zonder relaties geen gemeenschap mogelijk is.

Waarom noem ik deze twee categorieën? Dat heeft de volgende redenen. De eerste categorie wordt vaak benadrukt in een grote gemeente. De tweede categorie is vaak mogelijk vanwege de eerste. Of ander gezegd: om gemeenschap te ervaren is organisatie nodig. Ik geef een voorbeeld. In een grote gemeente wordt vaak de gemeenschap in een huiskring benadrukt. Deze kringen worden georganiseerd en ontstaan vaak niet vanzelf. Om het in stand te houden is een structuur van afspraken nodig. Hoe vaak heb ik gehoord in een grote gemeente dat men elkaar niet kende. Dat wordt opgelost door gemeenschap in het klein te organiseren. We kunnen daarom concluderen dat een wezenlijk eigenschap/kenmerk van de gemeente “gemeenschap” veelal afhankelijk is van structuur en organisatie.

In een kleine gemeente kan dat op een andere wijze functioneren. Gemeenschap is mogelijk door “gewoon” met elkaar om te gaan. Elkaar leren kennen is eenvoudig. Dat merk ik nu ik in een groep van ongeveer 40 mensen zit (inclusief kinderen). Niemand zegt dat men niemand kent, want iedereen kent iedereen. Organisatie is natuurlijk nodig, maar staat in dienst van de gemeenschap. Ik denk dat we de kracht juist in een kleine gemeenschap hier moeten zoeken.

De gemeente is ten eerste een gemeenschap rondom Jezus. “Waar twee of drie vergaderd zijn, ben ik in hun midden”, zegt Jezus. We spreken wezenlijk van een christelijke gemeenschap als er meerdere mensen in Jezus´ naam bij elkaar komen. Organisatie en structuur staan in dienst van de gemeenschap en niet andersom. Wanneer een kleine gemeente dat uitbuit, komt ze volgens mij dichter bij het bijbels ideaal.

Ik sluit af met een praktisch voorbeeld. Een kleine gemeente kan uitmunten in gastvrijheid. Als mensen worden uitgenodigd voor een maaltijd en de kans krijgen om anderen te leren kennen, zal dat door een gast als enorm waardevol worden ervaren. Maar niet alleen door een gast, ook de deelnemers aan de gemeenschap ervaren wat het is om kerk te zijn als er samen wordt gegeten. Iets dergelijks organiseren is niet zo moeilijk, de impact juist heel erg groot (en kinderen, tieners kunnen zich ook thuis voelen). En… de organisatie staat in dienst van de gemeenschap!

Ben benieuwd hoe jij daar tegen aan kijkt.

Hoe kan de verbinding tussen kerk en pionier tot stand worden gebracht?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAZoals in de vorige blogpost naar voren kwam,  zie ik met name in evangelische beweging een beperkte aandacht voor nieuwe kerkelijke initiatieven. Dat dat veel herkenning oproept, blijkt uit de reacties.  Iemand zei dat dat ook komt doordat veel van dergelijke initiatieven onder de radar blijven. We weten niet dat ze bestaan. Voorbeelden zijn huiskerken en Simple Churches. Zover ik het kan bezien, zijn dat vaak initiatieven op persoonlijk titel, dat zou mijn stelling dus onderbouwen. Sommige van deze groepen ontstaan doordat ze zich juist afzetten tegen de reguliere evangelische kerk.

Dat gezegd hebbende, hoe kan hier een verandering in komen? Een paar suggesties:

  1. Ten eerste is verandering van binnenuit nodig, het gaat dan om het DNA van de kerk. Gemeenten dienen opnieuw te beseffen dat de ecclesiologie in dienst staat van de missiologie en niet andersom. Nu staat de kerk in het middelpunt als een doel op zich, terwijl dat in mijn ogen in dienst moet staat van de missionaire opdracht die elke geloofsgemeenschap heeft. Pas daarna kan worden nagedacht over de praktische gevolgen voor het kerkelijk leven.
  2. Het gaat nog te goed binnen de evangelische beweging. De evangelische kerken lopen nog niet voldoende leeg om mensen te laten beseffen dat een groot deel van Nederland op zondag niet een kerk bezoekt. Daar is niet zoveel aan te doen, waarschijnlijk zijn er nog te weinig profetische stemmen die dit duidelijk kunnen maken. Jezus zei: “bidt om arbeiders voor de oogst”. Ik zou daar aan willen toevoegen: “bidt voor visionairs die ruimte creëren voor nieuwe initiatieven”. We hebben mensen nodig die aanvoelen hoe deze kloof overbrugd kan worden.
  3. Beslissers binnen kerkverbanden moeten de ploeterende pionier de ruimte geven om als entrepreneur aan de slag te gaan. Binnen evangelische kerken moeten fondsen worden vrijgemaakt om dat mogelijk te maken. Daarna moet de pionier alle ruimte krijgen zonder dat een kerkelijk bestuurder over de schouder meekijkt en vraagt naar meetbare resultaten. Ik zou zeggen: “geef hen lucht, geef hen ruimte”. Wanneer dat mogelijk is, krijgt de creativiteit de ruimte en kan “out of the box” denken omgezet worden in realiteit.
  4. Bid voor een kerk waarvoor geldt: “semper reformanda”.

 

Het dualisme tussen bestaande kerk en gemeentestichting

1165750601_extras_albumes_0_1024Deze week was ik op het “Look&Feel” event van Urban Expressions. Deze mensen hebben een heldere visie en zijn in mijn ogen goed bezig met gemeentestichting in aandachtswijken. De verhalen die werden verteld kwamen dichtbij, omdat wij bijna identiek bezig waren in Spanje. Aan het einde was er een interview met iemand en het publiek kon meepraten. Na vijf minuten was het onderwerp weer beland op de kloof tussen de bestaande kerk en de ploeterende gemeentepionier. Ik loop al een tijdje mee in deze wereld en één van de grootste uitdagingen is dit bijna onoverbrugbaar dualisme. Waar is de volmondige steun van de kerk? Wat is er aan de hand dan?
  • Het lijkt erop dat bestaande kerken het moeilijk vinden dergelijke pioniersplekken een kans te geven. De garantie op succes is er niet en controle uitoefenen is moeilijk. Daar het kostbare geld insteken, lijkt heel vaak een brug te ver, dus gebeurt het niet. Dus ploeteren deze pioniers niet alleen in de wijk waar ze zitten, maar vechten ze ook voor een bestaansrecht binnen de bestaande kerk.
  • De kerk kijkt vaak naar een dergelijke pioniersplek met de ogen van de eigen context. Voorbeelden daarvan zijn de zondagse eredienst, dogmatische overtuigingen en wijze van leiderschapsuitoefening. Als een pioniersplek zich buiten de bestaande paden beweegt, probeert de kerk toch invloed uit te oefenen om ze weer “binnenboord” te krijgen. Gelukkig wordt dit iets minder, maar het is nog steeds aanwezig.
  • Binnen evangelische kringen lijkt het erop dat veel mensen denken dat met behulp van de bestaande vormen nog steeds heel veel mensen de kerken kunnen worden binnengehaald. “We groeien nog steeds”, zegt men in de wandelgangen. Er wordt vaak vergeten dat de groei komt door aanwas uit andere kerken. Dus worden nog steeds grotere gebouwen aangekocht en hoopt men dat de hoge kwaliteit van de eredienst mensen zal aantrekken. De druk om nieuwe vormen te doordenken, is er nog onvoldoende. Gevolg is dat op dit moment de evangelische beweging op het vlak van gemeentestichting in Nederland mijlenver achterloopt op de gevestigde kerken. De PKN heeft gebouwen moeten sluiten en ziet de noodzaak in om zichzelf opnieuw uit te vinden. Binnen de evangelische beweging wordt nog onvoldoende aan de bel getrokken, omdat de nood nog niet voldoende helder is.
  • Sommige kerken willen de eigen gemeenschap meer missionair laten zijn en organiseren allerlei activiteiten die meer laagdrempelig zijn. Allerlei methodes zijn uit de VS over komen waaien om dat te stimuleren. Men vergeet echter dat het DNA van de kerk opnieuw doordacht moet worden en niet alleen de buitenkant. De essentie of de kern blijft gelijk. Wil een kerk werkelijk missionair zijn, dan zal men niet vanuit de buitenkant, maar vanuit de binnenkant het wezen van de kerk moeten doordenken. En dat allemaal vanuit een Nederlandse context.

Ik hoop dat er meer kerken zullen zijn die middelen beschikbaar stellen om pioniers een kans te geven, zodat de kloof tussen kerk en pionier oplost. En wil men dan missionair bezig zijn, hoop ik dat men nadenkt over het wezen van de kerk en niet alleen over de leuke en aantrekkelijke activiteiten. Hoop moet er altijd zijn…

 

Evangelisatie onder de noemer van discipelschap

alan hirsch | romanshorn

alan hirsch | romanshorn (Photo credit: Wikipedia)

Alan Hirsch schreef een aardig ebook onder de titel “Disciplism” (overigens gratis te downloaden op de website van Exponential). Het is een boekje dat een frisse blik werpt op het thema discipelschap.

Ik ga het boekje niet samenvattend of uitkauwen, maar pak er één interessant gedachte uit. Hirsch duikt in de tekst die normaliter de “Grote Opdracht” wordt genoemd: Mattheus 28:19-20. Hij concludeert dat in deze tekst in het geheel niets staat over evangelisatie. Het is impliciet aanwezig, maar het staat er niet. Het belangrijkste onderwerp is discipelschap. De consequentie volgens Hirsch is dat we moeten spreken over discipelschap voor en discipelschap na de bekering. Voor wie het nog kent, de schaal van Engel komt in het boekje ook nog voorbij. Deze schaal past goed in de gedachtegang van Hirsch. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop christenen proberen anderen te interesseren voor de boodschap van Jezus. Een belangrijk gevolg is dat relaties nog belangrijker worden. Discipelschap valt of staat met persoonlijk contact. Kijk naar Jezus en zijn volgelingen. O ja, wanneer kwamen de discipelen tot geloof?

Het boekje is dus gratis, een aanrader!