Verzuiling is niet weg

column-1213192_640

Verzuiling is een woord dat we bijna zijn vergeten. Dit sociaal verschijnsel verdween langzaam in de tweede helft van de vorige eeuw. Katholieken hadden de eigen geiten vereniging, hervormden eigen scholen, de socialisten een eigen vakbond en ga zo maar door. Deze vorm is grotendeels verdwenen in de 21ste eeuw. We zijn beland in een netwerk maatschappij die uit kleine groepen bestaat en waar de deelnemers van de ene groep naar de andere groep overspringen, naar gelang de voorkeur. Toch denk ik dat de verzuiling op zich niet weg is, het is nog levendig aanwezig. Het heeft alleen andere vormen aangenomen. Vandaag de dag is verzuiling een gevolg van de veranderende samenstelling van de samenleving en dus een meer een etnisch verschijnsel. Wat de laatste tijd onder nederturken zichtbaar naar boven komt, is een verschijnsel dat jarenlang niet is onderkend. Voor sommigen in de andere zuilen zeer confronterend, voor anderen een reden om zich te verzetten door op de PVV te stemmen (PVV: een zuil op zich). In Nederland is er in korte tijd een Poolse zuil ontstaan, een groep die hard werkt, maar zich verder niet met Nederland bemoeit. De grote vraag die mensen en mij ook bezighoudt, is: Is het erg dat deze zuilen bestaan? Kan een maatschappij goed functioneren als groepen als het ware op eilanden naast elkaar leven?

Kerk doet goed

Christenen worden de laatste jaren met allerlei weinig opbeurende termen aangesproken. Hadden we al “christengekkies” nu kwam “christenhipsters” recent voorbij. Theo van Gogh had ook zo zijn woordenschat om christen te “bashen”, deze herhaal ik hier niet. De wijze van communiceren door de mensen die deze termen gebruiken is nogal populistisch, denigrerend en weinig zinvol dan alleen voor de eigen achterban die zich kan wentelen in het eigen gelijk. Op een fundamentele discussie kan men hen niet vaak betrappen. Het is ook gemakkelijk scoren, want over het algemeen reageren christenen bedeesd en laten het langs zich heen gaan.

Recent kwamen 2 berichten langs die laten zien dat kerken miljoenen geven aan goede doelen of mensen in de knel. Voor het eerste in lange tijd kwam de kerk weer positief naar voren en werd dat breed uitgemeten in de landelijke media:

  1. Geld voor slachtoffers in Syrië, in de Telegraaf van 23 september 2016.
  2. Geld voor mensen in de knel, ongeacht hun achtergrond, op de site van de NOS van 28 oktober 2016.

De kerk functioneert in onze tijd meestal in de marge. Er zijn nog veel voorbeelden te noemen die het nieuws niet halen. De seculiere wereld en de kerk lijken tegenwoordig op twee eilanden te leven. Dat kom niet alleen doordat de kerk aan invloed inboet, maar vaak ook door de seculiere maatschappij die haar buitensluit. De bovenstaande benamingen zijn daar voorbeelden van. Meestal worden excessen tot een generaliserend kenmerk van christenen gemaakt. Hoe reageert de kerk daarop?

Belangrijk voor de kerk is haar missie uit te leven zoals die in de Bijbel is verwoord. Zij blijft verbindingen zoeken met de maatschappij in woord en daad. Dat is wat ze altijd deed, dat verandert niet of zou niet mogen veranderen. En soms levert dan een positieve reactie op. Dat doet mij in ieder geval goed.

 

Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

De foto

bootvluchtelingen

Het was de week van de foto. Ineens sloegen mensen na het kijken naar een foto van een jongetje op het strand als een blad aan de boom om. Vluchtelingen zijn welkom. Mensen willen wat gaan doen voor vluchtelingen. Mij intrigeert wat hier gebeurt. Al maanden verdrinken mensen in fragiele bootjes op weg naar het beloofde land. Een verslaggever noemde het terecht een exodus. Nu is niet de woestijn de grote barrière, maar de onmetelijk zee die mensen opslokt en dood weer uitspuugt. Iedereen had het over mensen die verdronken, maar er was nergens beweging. Tot vorige week.

Het is een schokkende foto. Sommigen vonden dat de foto niet in de krant of op de televisie getoond mocht worden. Het was te schokkend, het kwam te dichtbij. Anderen noemden de foto al iconisch. Een foto die in de rij van het Vietnamese napalm meisje, de Chinees voor de tank enz. komt te staan. Misschien dat dat de reden is dat mensen blijkbaar nu ineens de noodzaak zien en in beweging komen.

Tegenwoordig worden we volgepompt met beelden, videos, soundbites. Sommige dingen gaan gewoon aan ons voorbij. We hebben er een soort “firewall” in ons hoofd voor alles wat op ons afkomt. Toch komen sommige dingen door. Bijvoorbeeld deze foto. Naast dit jongetje sterven op deze aarde nog veel meer mensen. Er waren al veel kinderen verdronken de afgelopen maanden. Deze feiten kwam niet door de firewall. Tot dit jongetje. In alle wreedheid komt de ellende van deze oorlog in het Midden Oosten op ons netvlies terrecht. Ik ben bang dat het geen gevolgen zal hebben voor de situatie in Syrie. Ik ben ook bang dat dit niet het laatste jongetje is dat zal verdrinken. Ook al kunnen wij hier iets doen voor een beperkte groep, ik voel verdriet en machteloosheid. Boosheid ook om wat een kleine groep mensen een veel grotere groep aandoet. Kyrie eleison! Heer ontferm u over deze aarde!

1 september

Dinsdag is het 1 september. Het is een dag die nogal eens wordt onderschat. Veel mensen beginnen deze maand met nieuwe voornemens. De vakantie is vaak een reflectiemoment. Sommigen hebben op op hun klapstoelje voor hun tent gezeten en het afgelopen seizoen overdacht en geevalueerd. Op dergelijke momenten schieten allerlei dingen door het hoofd. Meestal zijn de goede voornemens die volgen het resultaat van een bepaalde vorm van frustratie uit het verleden.

Dus gaat men een nieuwe opleiding beginnen, proberen het dit seizoen weer iets beter te doen als ouder of te gaan voor een promotie op het werk. Ik noem maar wat. Net als op 1 januari houden velen het niet vol. Jammer, omdat goede voornemens meestal een verbetering inhouden. Aan iedereen die nu iets gaan beginnen met die voornemens, wens ik alle goeds en koppel er aan vast dat je volhardt. Maar vooral, wil je iets iets nieuws beginnen, wacht dan niet op een dergelijk datum. Begin nu!

Worlds apart

De App van de Openbare Bibliotheek heeft er deze zomer voor gezorgd dat ik drie boeken heb gelezen die ik waarschijnlijk zonder deze App nooit uitgekozen zou hebben. Een aanrader voor volgend jaar, mocht je deze App niet kennen! Dit weekend las ik Vader en Dochter van Hendrickje Spoor. Het boek gaat over de relatie tussen de schrijfster en haar vader, André Spoor. Deze laatstgenoemde is hoofdredacteur geweest van NRC en Elsevier en was ook correspondent in het buitenland. Inmiddels is hij overleden (2012). Voor mij werd een onbekende wereld geopend. Wat blijft na het lezen is dit: een erudiete (gebruik dit woord met opzet) en tegelijkertijd intieme omgang tussen vader en dochter, gegoten in een normloze ongrijpbaarheid. Met dat laatste bedoel ik dat er geen vaste patronen in het leven van deze twee mensen lijken te zijn waaraan ze zich ijken. Voor mij is dat ongrijpbaar, omdat ik wel behoefte heb aan deze vaste patronen en een ijkpunt in het leven heb. De schrijfster zegt dat ze zonder normen en waarden is opgegroeid en dat laat het verhaal ook zien. Er lijken geen grenzen te zijn, terwijl de schrijfster daar tussen de regels door een enorme behoefte aan lijkt te hebben.

Ik kijk hier als missioloog met een bepaalde blik naar. Kan een christen zich bewegen in een dergelijke wereld en serieus genomen worden? Eerlijk laat de schrijfster zien dat haar vader worstelde met relaties en depressies, maar ook met machtsmisbruik in de wereld om hem heen. Aan het einde van zijn leven is het moeilijk voor hem te accepteren dan heel veel dingen niet gelukt zijn. Een ethisch besef is zeker aanwezig in het boek, maar volgens de schrijfster werd dat in het begin van het leven niet op haar overgedragen.

De postmoderne ethicus Jeffrey Stout zegt in Ethics after Babel:

The ideal test of a novel ethical outlook would involve persuading people to live by it for an extended period an then observing the difference it makes, in practice, to real human beings (pagina 47).

In het boek van Spoor zien we de gevolgen van ethische keuzes die men maakte en maakt duidelijk terug (lees het boek en ontdek hoe mensen in het leven staan en vooral hoe ze eindigen). Het zijn levens die zo anders functioneren als je het legt naast Bijbelse kaders.

Zoals ik het zie, staat mij leven mijlenver af van wat ik in dit boek lees. Is het mogelijk dat er een mate van overlap is, zodat beide werelden elkaar zouden kunnen begrijpen? Dat is wat mij bezig houdt. Het kan ook zijn dat we elkaar zien, naar elkaar schreeuwen, maar dat er een onoverbrugbaar ravijn tussen zit. Ik dat geval komen we dus niet werkelijk tot elkaar. Stout zegt onder andere dat er werelden zijn die elkaar niet raken en elkaar dus ook niet begrijpen. Als missioloog is dat een moeilijk te verkroppen standpunt, omdat in de missiologie steeds wordt gezocht naar vlakken die elkaar wel raken. Ik denk dat we als christenen meer ons best kunnen doen om verbindingen te maken tussen de netwerken in deze maatschappij die soms als eilandjes naast elkaar leven, maar niets met elkaar van doen hebben. Niet het evangelie naar de overkant van het ravijn gooien en wachten tot er misschien iets terug komt. Nee, werkelijk bruggenbouwer zijn, zodat twee werelden elkaar gaan raken. Dat is spannend, want hebben ze daar aan de andere kant behoefte aan? Voel ik me daar wel thuis? Jezus is een bruggenbouwer, lees Johannes 4. “Two worlds apart” en Hij weet ze te verbinden. Wat zou Jezus tegen André en Hendrickje Spoor hebben gezegd?

 

Lees!

Volgens de statistieken leest de meerderheid van Nederland veel te weinig boeken. Dat vind ik, als vervend lezer, erg jammer. Het is niet dat we helemaal niet lezen, de meerderheid leest tegenwoordig vooral vanaf het scherm door middel van sociale media, zoals u, de lezer van dit stukje, dat nu ook doet. Lezen van langere teksten is moeilijker, want op Facebook schrijven de meesten mensen geen romans of een theologisch essay. Een andere reden waarom we minder lezen, is omdat we meer zijn gaan kijken naar bewegende beelden op datzelfde scherm. Media als de TV of ook YouTube nemen de plaats in van het lezen van een boek. Lazen we vroeger eerst het boek en keken we dan de film, nu is het andersom (of lezen we het boek helemaal niet meer, vooral als de film slecht gemaakt is).

Ik heb een tik. Wanneer ik bij iemand in huis kom waar ik daarvoor nog niet ben geweest, kijk ik vaak of er boeken in de huiskamer in een boekenkast staan. Natuurlijk is dat nog geen 100% bewijs dat iemand een lezer is, maar over het algemeen is het goede indicatie. Je zet de boeken toch niet voor niets in een kast. Helaas zie ik te weinig volle kasten met boeken.

Waarom geniet ik van lezen, waarom vind ik het belangrijk en waarom stimuleer ik mijn kinderen om ook te lezen?

  1. Door het lezen van een verhaal wordt de fantasie geprikkeld. De lezer maakt zich een beeld van hoe een verhaal zich in de werkelijkheid kan afspelen. Een film van het boek vult die werkelijkheid al in. Bij een film wordt iemand meegenomen, in een boek wordt de werkelijkheid door de lezer gecreëerd. Bij het lezen wordt de werkelijkheid in het bewustzijn afgespeeld met behulp van de vooronderstellingen en de kennis die een persoon vooraf al heeft. Met deze beelden loop ik nog steeds rond, bijvoorbeeld de beelden van de planeten in de ruimtevaartboeken van C.S. Lewis (degenen die het hebben gelezen, weten wat ik bedoel :-).
  2. Er zit in het lezen een leermoment. Wanneer iemand een roman leest of een onderwerp al lezend uitspit, kom je meer te weten van de wereld en de mensen om je heen en ook leer je jezelf beter kennen. Voor mij is dat een enorme verrijking. Natuurlijk zijn er andere media waarin een leermoment aanwezig is, dat zal ik niet ontkennen. Voor mij is lezen een goed middel, het stilt mijn verlangen om te “weten”.
  3. Lezen vormt een mens. Ik zal niet direct zeggen dat iemand door middel van lezen een beter mens wordt (ik weet niet of daar in het verleden onderzoek naar is gedaan). Ik kan wel zeggen dat ik met het lezen gevormd ben als mens en soms anders tegen de wereld en wat daarin gebeurt aan ben gaan kijken. Dat was soms een ontluisterende ervaring, op ander momenten een “Aha Erlebnis”. Het gaat te ver om te zeggen “ik lees, dus ik ben”, maar voor een deel zit daar een waarheid in.
  4. Door lezen oordeel en veroordeel ik minder. Door het lezen wordt de eigen wereld groter. Dat kan geografisch zijn. Door het openen van een boek kun je in één klap in de Amazone zitten, mee-klimmen naar de top van de Mount Everest of meezeilen met scheepsmaat Woeltje. Dat kan zijn op het vlak van de ideeën. Een lezer kan zich inleven in de veronderstellingen, meningen en ideeën van de schrijver. De lezer kan het gelezene overwegen. Voor mij betekent het dat ik minder mijn mening klaar heb, hoewel ik bij sommigen wel zo bekend sta. Ik ben milder geworden en dat komt niet alleen doordat ik ouder wordt. Het heeft ook te maken met het feit dat ik meer weet over wat er speelt in de wereld en meer het grotere plaatje zie. Daardoor kan ik eerder en beter begrip opbrengen voor wat een ander denkt.

Wanneer iemand niet leest, mist hij of zij naar mijn mening veel. Een niet-lezer zal al snel zeggen dat er vervangingsmogelijkheden zijn. Natuurlijk, dat zal ik niet ontkennen. Toch blijft ik zeggen tot al die niet-lezers: “Je mist wat”. Lezen moet je leren, het kost moeite in het begin. Maar, er een wereld voor je open.