Afrikaanse kijk op Nederland

Afrikaanse spiegel

Godian Ejiogu kwam meer dan 25 jaar geleden vanuit Nigeria naar Nederland. Hij studeerde theologie en werkte daarna als pastor in de Rooms Katholieke Kerk in Amsterdam, Haarlem en Rotterdam. Door deze ervaringen raakte hij intensief betrokken bij de Nederlandse samenleving. Aan de ene kant is hij daar kritisch over, aan de andere kant ziet hij als Afrikaan ook een groot potentieel. Hij houdt in dit boek de Nederlandse kerk en de samenleving een spiegel voor. We zouden de kop in het zand steken als we daar niet naar luisteren en ervan willen leren.

Afrikaanse droom voor Nederland

Op de eerste pagina van het boek zet hij zijn droom voor ons land neer:

Ik droom van een samenleving waarin het besef van saamhorigheid, rechtvaardigheid en wederzijdse afhankelijkheid normatief zal zijn, zodat we koersen naar een vreedzame samenleving.

Ons land kan volgens Ejiogu een gidsland zijn en kan dus een voortrekkers rol vervullen in de wereld. In het boek ligt de focus op het samenleven van verschillende culturen binnen één land. Daarbij haalt Ejiogu veel verschillende thema’s voor het voetlicht die door de botsing van culturen merkbaar worden.

Ernstig racisme

Nederland is een land waar een groot aantal culturen samenleven. Stereotypen komen in grote mate voor. Mensen in het westen zien Friezen op een bepaalde manier of christenen krijgen snel een stempel opgedrukt, aldus Ejiogu. Tussen culturen levert dat in het ergste geval racisme op, zowel binnen als buiten de kerk, terwijl God elk mens toch naar Zijn beeld geschapen heeft. Christenen zijn mede verantwoordelijk voor het racisme als ze:

met een grote boog achteloos voorbijgaan aan verwonde naasten die aan de kant van de weg liggen te creperen (p. 119)

De voorbeelden en de eigen ervaring van Ejiogu komen ruim aan bod: kolonisatie, spanning tussen rijkdom en armoede of rechtvaardigheid. Volgens Ejiogu moeten we elkaar niet wegkijken, maar hebben we elkaar juist nodig. Dan kan er zelfs rijkdom aanwezig zijn in de armoede, een belangrijk thema in het boek. De punten die hij noemt zijn raak en verdienen het om dieper over na te denken. Dat is juist van belang omdat hier iemand spreekt met een nieuwe, frisse blik, zonder in cynisme te vervallen. Hij ziet kansen en de genoemde voorbeelden uit zijn pastorale werk laten dat ook zien. Ondanks het feit dan mensen in de huidige multiculurele samenleving vaak afstand nemen van elkaar is dus wel degelijk hoop.

Punten om mee te nemen

Punt die ik meeneem uit het boek is de rol van vergeving en de plaats van het Koninkrijk van God. Citaat over vergeving:

Vergeven is scheppen: wie vergeeft stopt de chaos, stop het kwaad en creëert een nieuw begin. Vergeven verbreekt de keten van oorzaak en gevolg; ze stopt de cirkel van kwaad en vergelding van kwaad. Vergeven is de moed om die cirkel te doorbreken en om te buigen naar een rechte lijn. In plaats van de monotone herhaling van het verleden wordt dan de waarachtige toekomst mogelijk (p 205).

Over Gods Koninkrijk zegt hij dat het de aarde en de wereld verandert en beïnvloedt. God is Koning en zorgt voor zijn onderdanen. Daarbinnen is iedereen gelijk en waardevol. Nog een citaat:

God is de hemelse koning en alle mensen zijn afstammelingen van God. Het koninkrijk van de aarde is door God gekoloniseerd en de koning van het volk op aarde vertegenwoordigt de helemelse koning. In die structuur is er geen onderdanigheid, want ieder mens heeft zijn taak en rol in de schepping (p 237).

Als dat zichtbaar wordt, zal er geen plaats zijn voor racisme. Dat is een mooie droom!

Punten van reflectie

Het boek kaart veel thema’s aan. Er wordt regelmatig van het ene na het andere thema gesprongen. Dat leest niet altijd even makkelijk. Zelf had ik met mijn westerse blik wel eens vragen bij de bijbelse uitleg.  Het zou ook kunnen zijn dat de Afrikaanse bril op dat vlak andere antwoorden geeft. Ondanks dat is het een waardevol boek met opmerkingen die er toe doen.

Advertenties

Wat is kerk? (2)

Deze post werkt als een denkoefening. Beschouw wat volgt als hardop denken via een computerscherm. Ik bespreek de relatie traditie en gemeenschap op de biblebelt.

Ik begin met een statement. Traditie is waardevol zolang het het reformerende karakter van de kerk niet negatief beïnvloedt. Helaas blijkt dat kerken op de biblebelt door de kerkelijke traditie volledig verlamd zijn. Daardoor raakt men het contact met de maatschappij kwijt.

Wanneer we voor het gemak de ecclesiologie even ophangen aan de 3 b’s, dan kunnen we traditie makkelijk afzetten tegen het wezen van de kerk. De drie b’s zijn: boven, buiten, binnen. Boven: de kerk verheerlijkt God. Buiten: een kerk is missionair op diverse vlakken. Binnen: de kerk is georganiseerd als een gemeenschap. In deze korte post focus ik op de b van binnen en de b van buiten.

In een dorp als Scherpenzeel is de dorpse, sociale cohesie relatief sterk. Mensen kennen elkaar van verschillenden sociale activiteiten of men spreekt elkaar op straat. Een deel van deze cohesie vindt men ook terug in de kerken. Het leven buiten de kerk loopt in zekere zin over in het leven binnen de kerk (veel meer dan in stadse kerken). Maar wat gebeurt er als je geen deel uitmaakt van een specifiek netwerk? Het blijkt dat het voor nieuwe mensen van buiten het netwerk soms lastig is de sociale netwerken in de kerk binnen te komen. Een voorbeeld is de Alpha cursus. Na afloop van een Alpha cursus probeert men deelnemers aansluiting te laten vinden in de kerkelijke netwerken. Bij sommigen lukt dat, maar bij een aantal ook niet. Het lijkt erop dat in kerken de ‘buiten’ component maar een beperkte relatie heeft met de ‘binnen’ component. Wat wil dit zeggen?

  1. Mensen ervaren dat het ‘fijn’ is in de kerk, maar laten niet actief mensen ‘van buiten’ toe in het eigen netwerk. Degenen van ‘buiten’ moeten de meeste moeite doen om binnen te komen. Dat is niet eens altijd bewust, het zit gewoon niet in het kerkelijke DNA om zich open op te stellen.
  2. Er wordt wel Alpha gedaan (de ‘buiten’component), maar over het vervolg is te weinig of niet nagedacht (‘binnen’ component) vanuit de eigen context. Vanuit de leiding van de kerken wordt mijn inziens dan ook te weinig rekening gehouden met de de definitie van elke ‘b’ (1) en de relatie tussen de 3 b’s (2). Het gevolg is dat mensen afhaken. Ik probeer dat iets meer uit te leggen.

Er wordt nagedacht hoe men mensen van buiten kan laten integreren in de kerk. Er wordt geprobeerd de lijn die er is van ‘buiten’ naar ‘binnen’ te optimaliseren (2). Concreet betekent het dat mensen worden geholpen om zich in de kerk thuis te voelen. Daarmee wordt echter het werkelijke probleem niet opgelost. De ontvangende cultuur is niet aanwezig en daardoor verstaat men onder optimalisatie een vorm van organisatie. Een suggestie was het organiseren van een buddy-systeem, terwijl dat van nature in het DNA zou moeten zitten.

Er zal ook nagedacht moeten worden wat men verstaat onder ‘binnen’ (1). Het schort mijns inziens aan het wezen van de kerkelijke gemeenschap. De kerk functioneert in wezen niet als een geloofsgemeenschap waar samen het geloof wordt beleefd. Er is weinig interactie over geloofszaken. Het is erg lastig om het wezen van de kerk vanuit dit perspectief te veranderen. Mensen voelen zich niet thuis omdat de kerk goed georganiseerd is, maar omdat de kerk in de eerste plaats een warme gemeenschap die open is voor nieuwe mensen. In mijn optiek is niet georganiseerde gemeenschap nodig.

Ik denk dat een antwoord gevonden moet worden op deze vragen:

  1. Wat wordt onder gemeenschap verstaan?
  2. Op welke manier kan de gemeenschap toenemen zonder dat daar iets voor georganiseerd hoeft te worden?

Ik sluit af. De secularisatie slaat ook toe op de biblebelt. Het voelt nog redelijk goed, omdat er nog redelijk wat mensen naar de kerk gaan. Ik moet denken aan de kikker die in het langzaam wordende water wordt gekookt. Hij merkt er niets van totdat het te laat is. Soms lijkt dat ook van toepassing in deze kerken op de biblebelt.

Wat is kerk? (1)

756px-Overzicht_-_Scherpenzeel_-_20195978_-_RCE

Deze week kwamen er in Scherpenzeel twee mensen langs van het team Pionieren uit de PKN. Vertegenwoordigers van drie kerken waren present. Het werd een inspirerende avond waarin over en weer werd gesproken over de kerk van vandaag de dag. Een aantal zaken vielen mij op en die noem ik hier. Ik baseer me daarbij ook op gesprekken die daarvoor door mij zijn gevoerd met een aantal mensen. Maar voordat ik dat doe, schets ik kort vanuit mijn perspectief de Scherpenzeelse situatie.

Schets Scherpenzeel

Scherpenzeel is een dorp op de biblebelt. In vergelijking tot andere delen van Nederland gaat hier een redelijk percentage van de mensen naar de kerk. Dat percentage daalt ook hier, maar minder snel. Mijn schatting is dat zo’n 30% regelmatig naar de kerk gaat. Er is een grote bevindelijke vertegenwoordiging, zichtbaar onder andere door een groot kerkgebouw aan de rand van het dorp. Deze groep groeit doordat mensen vanuit deze achtergrond naar Scherpenzeel verhuizen. De groep functioneert op een eiland en is alleen merkbaar door het lokale stemgedrag. Er is een kleine Vrije Evangelische Gemeente die worstelt met haar voortbestaan vanwege de vergrijzing. De Christelijke Gereformeerde Kerk is een streekgemeente, waarvan de helft van de mensen uit Woudenberg komt. Hoewel het een levendige, eigentijdse gemeente is en groeit, vertrekken er ook mensen naar grote evangelische gemeenten in de buurt (bijvoorbeeld Mozaiek0318 in Veenendaal). Ook de PKN gemeente leeft door de vele activiteiten, maar de leeftijdscategorie van 18-30 jaar ontbreekt bijna volledig in de diensten. De Hersteld Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Bondsgemeente weten de leden redelijk vast te houden. Met name de laatste gemeente heeft een actieve jongerengroep. Toch zijn ook hier mensen die zo nu en dan ‘bijtanken’ in een evangelische gemeente in de buurt. Het ‘Kerkplein’ is een platform dat een aantal kerken aan elkaar bindt.

Kerkelijke beweging

De ontkerkelijking neemt ook toe in Scherpenzeel. Dat zie ik op de basisschool waar de kinderen naar toe gaan en op de voetbalclub waar mijn zoon lid van is. Het aantal kinderen dat regelmatig in de kerk komt, is in beide groepen beperkt. Wat moet je daarmee? Hoe reageren mensen daarop die wel naar de kerk gaan? Antwoorden vinden op deze ontwikkelingen is complex. Ik ga proberen wat lijnen te trekken. Hier benoem ik twee dingen die de problematiek zichtbaar maken.

  1. Er zijn kerkmensen die naar een evangelische gemeente in de buurt vertrekken (in het Engels: ‘circulation of the saints’). Men zegt wel eens dat de evangelische beweging de onbetaalde rekening is van de traditionele kerk en dat lijkt hier ook op te gaan. Als kerkmensen de plaatselijke kerk al inruilen voor een evangelische variant, wat zegt dat over mensen die niet naar de kerk gaan en uitgenodigd worden om dezelfde traditionele kerk te bezoeken? Het zou op zijn minst de kerk in beweging moeten zetten. De PKN gemeente en de Christelijke Gereformeerde Kerk houden daarom regelmatig praise-avonden. Ik merk wel op dat deze activiteiten vooral kerkleden aantrekken (dat was in de evangelische beweging trouwens ook al het geval). Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als deze voor sommige kerkmensen al onaantrekkelijk is?
  2. Om mensen van buiten de kerk bij het geloof te betrekken, wordt de Alpha cursus georganiseerd. Elk jaar komen daar tussen de 15 en 20 mensen op af. Een aantal komt uit de kerk en bij hen wordt het geloof verdiept. Degenen van buiten de kerk worden soms christen, maar een klein aantal vindt daarna de weg naar de kerk. De kloof tussen Alpha en de kerkdienst op zondag is te groot. Sommigen proberen het wel, maar haken na verloop van tijd af. Het is zoeken naar nieuwe kerkelijke vormen om deze mensen een plek te geven. Dat was ook de reden dat de vertegenwoordigers van de PKN naar Scherpenzeel kwamen. Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als kerkvormen niet aansluiten bij de context?

Twee eerste opmerkingen van mijn kant

In de gesprekken die ik met mensen voerde, vielen deze dingen mij op.

  1. De evangelische beweging wordt door sommige kerkmensen in Scherpenzeel nog steeds als een bedreiging ervaren, omdat ze gevoed wordt door leden uit de traditionele kerk. Daar heeft men helemaal gelijk in. Maar volgens mij is een lerende houding van binnenuit nodig. Kijken bij het Evangelisch Werkverband zou een optie kunnen zijn (als de eigen kerkelijke ligging dat toelaat). Overigens kampen evangelische gemeenten met dezelfde problemen. ‘Circulation of the saints’ is ook daar gemeengoed.
  2. Traditionele kerkelijk vormen spreken mensen van vandaag de dag niet meer aan. In de gesprekken die ik voer, blijkt dat sommige mensen wel wat met geloof hebben, maar niets met de kerk. Dat zegt veel over wat de kerk is en hoe deze functioneert. Ook op de biblebelt is het gesprek noodzakelijk over deze thema’s. Moeten kerken de eigen identiteit en vormen vasthouden? Of moet men vormen aanpassen aan de maatschappelijke ontwikkelingen?

In een volgende post meer.

‘Maar dankzij Jezus komt het allemaal goed’

14425059642_d79ba36fc4_bDat was een reactie van Renate Bos in de Trouw naar aanleiding van de EO Jongerendag dit weekend (Renate Bos, Trouw ‘De Verdieping’ pagina 12). Ze had zaterdagmiddag naar de tv zitten kijken. De dag had het thema ‘Fear not’ en zo’n 20.000 jongeren kwam naar de Gelredoom om op een eigentijdse manier deze dag te ervaren. Er moet me iets van het hart. Het is niet mijn soort muziek en hossen is niet mijn ding, maar het lukt de EO dan toch maar ook zoveel jonge mensen op de been te brengen. En ze komen zeker niet ‘voor de patat of om verkering te zoeken’, zoals Bos suggereert. En als dat wel het geval zou zijn, is dat erg? En waarom als een ‘bokkige ouderling’ naar de tv kijken?

De reactie in Trouw komt mij dan ook als zeer kort door de bocht over. Dat wat in de titel van deze blogpost staat, raakte mij toch wel het meest. Naast alle muziek en feest, was er volgens Bos ook ruimte voor leed en bezinning. Maar wat er ook gebeurt, met Jezus gaat het goed komen, aldus Bos. Een reflectie.

  1. Voor sommige mensen komt het dankzij Jezus zeker goed. Dat was al in de Bijbel zo en nu nog steeds kunnen mensen daarvan vertellen. Jezus is zeker geen placebo, maar een werkelijke Aanwezigheid. Elke gelovige zal daar op persoonlijke wijze iets van kunnen zeggen.
  2. Voor sommigen komt het niet goed, ook al geloven ze in Jezus. Dat wordt door heel veel christen niet ontkend. De bevestiging dat Jezus aanwezig is en helpt, wil niet zeggen dat Hij soms ook als de Afwezige ervaren kan worden. De Psalmen staan daar vol van en klagen God aan als degene die er niet is.

Hij is een klassiek dualisme waar gelovigen al eeuwenlang mee worstelen. Leg je de nadruk op ‘1’, dan krijg je een onrealistisch ‘happy clappy’ geloof waarin geen problemen en moeilijkheden bestaan. Leg je de nadruk op ‘2’, dat wil zeggen, op Jezus die afwezig is, dan ontstaat een deïstische beleving. Jezus houdt zich dan afkerig en is niet merkbaar. Bij mensen zijn beide ervaringen van tijd tot tijd aanwezig. Renate Bos benadrukt één (‘1’) van beide en kan zo een groep jonge christenen makkelijk wegzetten. Het één noemen en het andere weglaten, geeft een scheef en onrealistische beeld van wat christenen denken over ‘Jezus die het wel of niet goedmaakt’. Dat Bos op de Jongerendag één kant ziet, wil niet zeggen dat de andere benadering niet bestaat, ook bij jongeren. Want, laten we wel wezen, het zijn jongeren, met een geloofsbeleving van jongeren. Of de EO erin slaagt om werkelijk een boodschap over te dragen, kan een onderwerp van discussie zijn. Maar probeer jongeren wel te benaderen vanuit hun leefwereld. En probeer de eigen beleving (van Bos) niet te plakken op die van jongeren anno 2017, want dat ‘mechanisme’ zou wel niet kunnen werken (zie laatste regel van de column).

Ken uw cultuur en theologiseer

Tulips fields and windmillsCultuur. Wat is het? Het kan net zoveel betekenen als het woord “zwarte piet” vandaag de dag. De definitie van cultuur is door veel denkers op papier gezet, het is een term me veel ruimte. Het is dan ook al snel goed. Je zou heel kort kunnen zeggen dat cultuur dat is wat we denken en doen. Dan wel in de breedste zin van het woord: van kunst tot religieuze uitingen tot omgangsvormen tussen bouwvakkers op een steiger en rituelen van een onbekende stam in de Amazone.

Culturen kunnen naast elkaar bestaan zonder dat ze elkaar veel beïnvloeden. Een voorbeeld uit de eigen praktijk. Een Marokkaans theehuis heeft een specifieke cultuur. Aan de andere kant van de straat bevindt zich een Starbucks waar mensen naar toe komen die geen culturele overeenkomsten hebben met degenen die het theehuis bezoeken. Toch leven ze fysiek op korte afstand van elkaar.

Met onderstaand voorbeeld probeer ik een discussie op gang te brengen. Ik woon nu op de biblebelt, een cultuur op zich. Een groot deel gaat naar de kerk, sommigen zelfs in stemmig zwart. Als relatieve buitenstaander stap ik een cultuur binnen die mij vreemd is. Wanneer dergelijke kerken geheel en al verplaatst zou worden naar de binnenstad van een grote stad, zouden de cultuur verschillen nog meer zichtbaar zijn. Sommige binnenstedelijke bewoners zouden meewarig het hoofd schudden als was het een bijna uitgestorven diersoort.

De Nederlandse cultuur is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Er zijn sociale netwerken ontstaan via internet, relatie vormen veranderden, de politiek vond economie het belangrijkst of de maatschappij is meer en meer gekleurd geworden. Echter, op een paar uitzonderingen na, is de kerk gelijk gebleven. Sommigen zien het zelfs als een taak om de kerkelijke cultuur te conserveren. Laat is daar een aantal voorbeelden van geven van praktisch (theologische) en theologische aard.

Praktisch (theologische) aard:

  1. De maatschappij is beeld georiënteerd geworden, de kerk is voornamelijk woord georiënteerd.
  2. In de maatschappij gaan allerlei mensen met elkaar in gesprek, in de kerk is het vaak eenrichtingsverkeer tussen voorganger/dominee en de gemeente.
  3. De maatschappij is complex geworden en past zich razendsnel aan. De kerk houdt vast aan de zondag als het enige tijdstip van samenkomen (in zuidelijk Nederland is dat met name lastig vol te houden).

Theologische aard

Ik zie te weinig dat kerken zich werkelijk verdiepen in de omringende cultuur. En als leidinggevenden dan wel doen, dat heeft dat te weinig invloed op de kerkelijke structuren. Robert Schreiter schreef een lezenswaardig boek over “local theology”. Een lokale theologie zoekt naar een contextuele verwoording van het evangelie. We nemen nog te vaak aan dat de de huidige kerkelijke praktijk een goede weergave is van de westerse cultuur waarin we leven. De kerk ontstond toch in Europa en reflecteert toch die cultuur? Dat is niet het geval, want zegt Schreiter:

contextual models, as the name implies, concentrate more directly on the cultural context in which Christianity takes root and receives expression (Constructing Local Theologies, pagina 12)

De kerk reflecteert nog steeds een cultuur die niet meer bestaat. Wanneer een kerk zich wel in een cultuur verdiept zou hebben, is het werk niet af. Het is een doorgaand proces dat aandacht blijft vragen. Contextuele modellen zijn volgens Schreiter een continue dynamische interactie tussen evangelie, kerk en context. De eerste twee komen vaak in beeld, de laatste vaak buiten beeld. De contextuele verwoording is te vaak een kopie geweest van de omringde cultuur, kijk naar de seeker-sensitive diensten die veel lijken op een concert ervaring. Maar een kopie raakt de cultuur maar ten dele en is zeker geen lokale verwoording. Het is te weinig een doordenking van hoe theologie vorm krijgt in een cultuur, want vanuit de lokale theologie krijgt de kerkelijke praktijk vorm.

Het is een uitdaging om hier over te blijven nadenken. Ik wil er graag over in gesprek komen.

 

Kerk doet goed

Christenen worden de laatste jaren met allerlei weinig opbeurende termen aangesproken. Hadden we al “christengekkies” nu kwam “christenhipsters” recent voorbij. Theo van Gogh had ook zo zijn woordenschat om christen te “bashen”, deze herhaal ik hier niet. De wijze van communiceren door de mensen die deze termen gebruiken is nogal populistisch, denigrerend en weinig zinvol dan alleen voor de eigen achterban die zich kan wentelen in het eigen gelijk. Op een fundamentele discussie kan men hen niet vaak betrappen. Het is ook gemakkelijk scoren, want over het algemeen reageren christenen bedeesd en laten het langs zich heen gaan.

Recent kwamen 2 berichten langs die laten zien dat kerken miljoenen geven aan goede doelen of mensen in de knel. Voor het eerste in lange tijd kwam de kerk weer positief naar voren en werd dat breed uitgemeten in de landelijke media:

  1. Geld voor slachtoffers in Syrië, in de Telegraaf van 23 september 2016.
  2. Geld voor mensen in de knel, ongeacht hun achtergrond, op de site van de NOS van 28 oktober 2016.

De kerk functioneert in onze tijd meestal in de marge. Er zijn nog veel voorbeelden te noemen die het nieuws niet halen. De seculiere wereld en de kerk lijken tegenwoordig op twee eilanden te leven. Dat kom niet alleen doordat de kerk aan invloed inboet, maar vaak ook door de seculiere maatschappij die haar buitensluit. De bovenstaande benamingen zijn daar voorbeelden van. Meestal worden excessen tot een generaliserend kenmerk van christenen gemaakt. Hoe reageert de kerk daarop?

Belangrijk voor de kerk is haar missie uit te leven zoals die in de Bijbel is verwoord. Zij blijft verbindingen zoeken met de maatschappij in woord en daad. Dat is wat ze altijd deed, dat verandert niet of zou niet mogen veranderen. En soms levert dan een positieve reactie op. Dat doet mij in ieder geval goed.

 

Integral mission

Op donderdag 29 september was ik aanwezig op het mini-Symposium van Missie Nederland dat ging over Integral Mission (is er ook een Nederlandse term?). De term komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika (missión integral), maar dat werd in het symposium niet aangehaald (zie het artikel in Soteria #1 van 2013 door Wout van Laar). We zouden van hen nog veel kunnen leren!

Verschillende dingen vielen mij op. Ten eerste, terwijl er een definitie aan het begin werd gegeven, gaven verschillende mensen een eigen draai aan de term. We zijn nog steeds op zoek dus.

cthuj-4weaatpak

Zo’n nieuwe term moet gaan landen. Toch is het niet zo nieuw, de spanning tussen verkondiging en sociale aandacht is ongeveer een eeuw oud. Dezelfde spanning van toen was ook vandaag merkbaar. Is het nu eerst evangelie en daarna goed doen of komt het evangelie vanzelf als goed wordt gedaan? Ook nu kwam men er niet echt uit.

Ten tweede viel op dat juist nieuwe gemeentestichtingsprojecten bezig zijn met dit thema. Er werden mooie verhalen verteld. Maar daarnaast is het nog steeds lastig om gevestigde kerken zover te krijgen dat ze actief in de eigen omgeving present zijn. Projecten opzetten kan wel, maar echt persoonlijk mensen stimuleren ook persoonlijk aanwezig te zijn, dat is lastiger. Cors Visser stelde voor om alle christenen te verdelen in groepen van 30-40 mensen en hen geografisch in te delen (alle kerkelijke verschillen zijn dan ook gelijk weg).

De kerk zoekt naar nieuwe vormen en dat gaat nog wel een tijdje duren. Rosxburgh spreekt over Missional Map-Making, een term die een Nederlands karakter moet gaan krijgen. Het zou interessant zijn om daar een volgende studiedag over te organiseren.

Tot slot viel op dat het globale aspect nauwelijks aan de orde kwam. Kerken zijn zo druk bezig om te overleven dat ze de rest van de wereld “vergeten”. De relatie tussen globale missionaire (verkondigende) presentie gekoppeld aan gerechtigheid kwam helemaal niet aan bod. Dat deed toch wel een beetje pijn.