Integral mission

Op donderdag 29 september was ik aanwezig op het mini-Symposium van Missie Nederland dat ging over Integral Mission (is er ook een Nederlandse term?). De term komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika (missión integral), maar dat werd in het symposium niet aangehaald (zie het artikel in Soteria #1 van 2013 door Wout van Laar). We zouden van hen nog veel kunnen leren!

Verschillende dingen vielen mij op. Ten eerste, terwijl er een definitie aan het begin werd gegeven, gaven verschillende mensen een eigen draai aan de term. We zijn nog steeds op zoek dus.

cthuj-4weaatpak

Zo’n nieuwe term moet gaan landen. Toch is het niet zo nieuw, de spanning tussen verkondiging en sociale aandacht is ongeveer een eeuw oud. Dezelfde spanning van toen was ook vandaag merkbaar. Is het nu eerst evangelie en daarna goed doen of komt het evangelie vanzelf als goed wordt gedaan? Ook nu kwam men er niet echt uit.

Ten tweede viel op dat juist nieuwe gemeentestichtingsprojecten bezig zijn met dit thema. Er werden mooie verhalen verteld. Maar daarnaast is het nog steeds lastig om gevestigde kerken zover te krijgen dat ze actief in de eigen omgeving present zijn. Projecten opzetten kan wel, maar echt persoonlijk mensen stimuleren ook persoonlijk aanwezig te zijn, dat is lastiger. Cors Visser stelde voor om alle christenen te verdelen in groepen van 30-40 mensen en hen geografisch in te delen (alle kerkelijke verschillen zijn dan ook gelijk weg).

De kerk zoekt naar nieuwe vormen en dat gaat nog wel een tijdje duren. Rosxburgh spreekt over Missional Map-Making, een term die een Nederlands karakter moet gaan krijgen. Het zou interessant zijn om daar een volgende studiedag over te organiseren.

Tot slot viel op dat het globale aspect nauwelijks aan de orde kwam. Kerken zijn zo druk bezig om te overleven dat ze de rest van de wereld “vergeten”. De relatie tussen globale missionaire (verkondigende) presentie gekoppeld aan gerechtigheid kwam helemaal niet aan bod. Dat deed toch wel een beetje pijn.

 

Advertenties

Van Blokker, C&A, Kruidvat, Bruna naar speciaalzaakjes met stijl

8174-adriaan-iphDe grote zaken in Nederland hebben het moeilijk. V&D is al uit het winkellandschap verdwenen. Anderen zoals de bijvoorbeeld de Marskramer en de Schoenenreus zijn al een tijdje weg. Nu heeft Blokker heeft het moeilijk, ondanks de aanpassingen die worden doorgevoerd. Deze winkels hebben allemaal iets gemeenschappelijks. Het zijn winkels die in elk dorp of stad hetzelfde zijn. Lange tijd zagen winkelstraten er grotendeels hetzelfde uit. Maar er is een verandering gaande. Er komen steeds meer speciaalzaken die de klant persoonlijk helpen en een afgestemd product leveren. Dat kan biologisch verantwoorde groente zijn of kleding van een specifieke stof gemaakt.

Evangelische kerken kunnen leren van deze ontwikkeling (ik heb het even niet over Protestantse kerken of nog andere denominaties). De afgelopen jaren zagen veel evangelische kerken er eender uit. Ze hadden dezelfde liturgie of het gebrek daaraan, zongen dezelfde liederen uit Opwekking, hadden gelijke aanpak van kringen en kinderwerk, enz. Weinig kerken dachten na over het afstemmen op de eigen omgeving. Met een mooi woord wordt dat contextualisatie genoemd. Steeds meer kerkplantingen nemen echter tegenwoordig de omgeving serieus en passen hun aanpak aan. Het maakt nogal wat uit als je in een omgeving zit met veelal mbo-ers of universitair geschoolden.

Het is een goede ontwikkeling die ik toejuich en waarvan ik hoop dat het ook binnen bestaande kerken wordt opgepakt. Dat zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat de kerk moet groeien door kleiner te worden om zo afgestemd te zijn op de omgeving zoals een kruidenierszaak op de straat waarin ze zit.

Old and wise

Één van de laatste regels van “Old and Wise” van The Alan Parsons Project is:

As the final curtain falls before my eyes
Oh, when I’m old and wise

Ik begon mijn christelijke loopbaan als stagiaire in een evangelische gemeente in het noorden van het land. Ik heb daar veel geleerd. Ik heb er ook veel gezien. Één van de taken die ik kreeg toegewezen, was het bezoeken van de oudere leden van de gemeente. In het najaar en het voorjaar bezocht ik hen twee keer. Wat me met name is bijgebleven van deze bezoekjes is dat het vooral luisteren was en soms een “klaagzang” was. Een aantal keren kwam ik terug met het idee: “Zo wil ik niet oud worden”. Bewaar me ervoor dat ik al klagend terugkijk op mijn leven en ga zeuren over dingen die het niet waard zijn om over te praten. Ik wil opgewekt en als het me gegeven wordt “old and wise” de volgende generaties tegemoet treden. Vaak moet ik hier nog aan terug denken.

Deze week was ik op bezoek bij een ouder echtpaar in een verzorgingshuis. Hij is 90, zij is 88 jaar oud. We hadden wat gemeen. Ze hadden bijna 30 jaar in Spanje gewerkt als zendeling. Daarvoor hadden ze een aantal jaren in Zuid Amerika gediend. We bekeken een fotoboek dat de gemeente, die zij hadden gesticht, hen een jaar of twee geleden had toegestuurd. We gingen de foto´s langs. Hij begon te vertellen over dat gezin, over die man en die vrouw die hij tot bekering had zien komen. “Toen waren het nog hippies”, zei hij, “nu is hij de voorganger van de gemeente”. Geweldig om te horen van iemand van 90 jaar oud. Aan het einde van het gesprek vroeg hij: “Zal ik voor je bidden?”. En hij bad voor mijn bediening en voor Gods leiding over mijn leven.

Wanneer ik de 90 mag halen, wil ik zijn zoals hij: “old and wise” met een hart dat klopt voor het evangelie. Die enthousiast kan worden als hij over iemand spreekt die Jezus heeft gevonden. Misschien ook biddend voor een jongere generatie die de wereld wil dienen door datzelfde evangelie uit te dragen en uit te leven. Waarschijnlijk ga ik nog wel een keer terug….

As the final curtain falls before my eyes
Oh, when I’m old and wise

Bouw uw koninkrijk op aard

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te ...

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te Hatoesoeha, Seram (Photo credit: Wikipedia)

Introductie

Deze blogpost is een reactie op een Facebook bericht van Rocco Rausch die dit artikel onder de aandacht bracht. Naar aanleiding van het bericht werd er gesuggereerd dat het beter zou zijn om over koninkrijksplanting te spreken dan over kerkplanting cq. gemeentestichting. Als reactie daarop zei ik dat dat theologisch onhoudbaar is. Daarop werd de vraag gesteld “Waarom kunnen we niet over koninkrijksplanting spreken?” Deze post is daar een antwoord op.

Waar gaat het artikel over?

Het artikel gaat over een gemeentestichter en zijn ervaringen van de afgelopen jaren. Hij is bezig geweest met het stichting van een gemeente:

  • dit kostte heel veel geld
  • het was planmatig helemaal dichtgespijkerd (inclusief missie en visie)
  • de kerk had al snel een gebouw en staf
  • er was maar een beperkt aantal mensen dat tot geloof kwamen en daarna andere mensen tot discipelen maakten.
  • vanuit de kerkplant werden mensen geholpen discipelen te worden.

Daarna heeft de schrijver een “aha erlebnis” tijdens een conferentie. Tijdens deze conferentie wordt de nadruk gelegd bij gemeentestichting op:

  • discipelen maken: mensen helpen volgelingen van Jezus te worden.
  • discipelen zorgen er voor dat andere mensen discipelen worden, zodat er sprake is van vermenigvuldiging.
  • op deze wijze ontstaat een beweging die de hele wereld bereikt.

Uit deze beweging zou een kerk kunnen ontstaan op een organische wijze als twee of drie bij elkaar komen. Volgens de schrijver heeft dit geen organisatiestructuur nodig om te bestaan en om onderhouden te worden. Hij zegt dat de bijbel geen opdracht bevat waar wordt gezegd dat we gemeentes moeten stichten, gemeentestichting volgt op discipelschap en niet andersom. Waarschijnlijk komt ook hier de opmerking vandaan dat er sprake is van koninkrijksplanting.

Mijn respons…

Ten eerste een reactie op de hermeneutische aanpak van de schrijver als het gaat om het ontbreken van de opdracht in het Nieuwe Testament om gemeenten te stichten. Hij heeft gelijk als het gaat om de evangeliën, daar wordt deze opdracht niet genoemd. Alhoewel, Mattheus spreekt wel over de gemeente, maar niet in de context van het stichten ervan. In Handelingen 13 evenwel worden een aantal mensen, waaronder Paulus, uitgestuurd om gemeentes te stichten. Het verhalende gedeelte spreekt niet van een opdracht, het gedeelte is beschrijvend en niet voorschrijvend. Maar in de eerste gemeenten was er zeker sprake van gemeentestichting. Paulus schrijft zijn brieven aan gemeenten, waarvan hij sommige heeft gesticht. De kerk is daarmee door gegaan en heeft hem daarin gevolgd.Ik leg dat naast een ander voorbeeld dat het breder trekt. In het Nieuwe Testament komt geen opdracht voor die het preken op zondag voorschrijft. Toch preekt men in bijna elke kerk tijdens de samenkomst en de meeste christenen hebben daar geen Bijbelse bezwaren tegen.  Het ontbreken van een opdracht wil niet zeggen dat een praktische uitwerking direct tegen de Bijbelse boodschap ingaat.

Ten tweede kan ik mij helemaal vinden in de nadruk die de schrijver legt op discipleschap. In Mattheus 28:19 geeft Jezus de opdracht om discipelen te maken.Hij benadrukt dat een kerk niet opgehangen is een organisatie of een gebouw. Ik citeer uit zijn artikel:

It takes absolutely no organizational infrastructure to begin it or to maintain it. It only takes commitment and consistent intentionality, making the mission of Jesus to reach people a life-priority.

Het is idealistish om te zeggen dat een groep mensen die samen wil komen zonder organisatie een lange levensduur heeft. Natuurlijk heeft ook een “organische” groep in een netwerk-setting sturing en organisatie nodig, al was het alleen maar om te bepalen waarom ze een groep zijn en bij elkaar komen op een specifiek tijdstip.

Nu naar de vraag: “Waarom is het spreken over “kingdomplanting” theologisch niet houdbaar?” Als we de nadruk leggen op het discipelen maken en we niet direct het vormen van een kerk als doel hebben, spreken we dan niet het koninkrijksplanting? Ik heb zitten googelen op het woord “kingdom planting”  en “planting the kingdom”, echter zonder resultaat. Ook de Nederlandse varianten leverden niets op. Het woord is dus een unieke vondst.

In de eerste plaats moeten we onderscheid maken tussen de kerk/gemeente en het koninkrijk. Beide hebben een relatie, maar zijn niet gelijk aan elkaar. Dat is in deze context van belang omdat vanaf de eerste Pinksterdag tot nu toe aan kerkplanting/gemeentestichting wordt gedaan en niet aan koninkrijksplanting. George Eldon Ladd zegt het zo in zijn “New Testament Theology”:

“Het koninkrijk brengt de kerk voort”.

Door de boodschap van Jezus worden mensen uitgedaagd om als gelovigen “gemeenschap” te hebben met elkaar. De boodschap van Jezus wordt ook het “evangelie van het koninkrijk” genoemd.

Ten tweede zegt Ladd:

“De kerk kan het koninkrijk niet bouwen of het koninkrijk worden, maar de kerk getuigd van het koninkrijk, – van Gods reddend handelen in Christus in het verleden en in de toekomst”

Dit is een belangrijke uitspraak. Het gaat niet om planten, maar om getuigen.

In de tweede plaats, in het Nieuwe Testament zien we dat de gemeente van Jezus steeds een lokale representatie heeft. Paulus schrijft zijn brieven aan een lokale gemeente die samenkomt. Deze gemeentes zijn op een specifiek moment begonnen. Zij maken één op één deel uit van de gemeente van Jezus wereldwijd. Dit onderscheid kent het Koninkrijk van God niet. Er is geen lokale variant van het “wereldwijde” koninkrijk van God. Het koninkrijk heeft haar oorsprong in God (Mattheus 6:10). Als we dit logisch doortrekken is het niet mogelijk om het koninkrijk te beginnen of te stichten/planten. Het koninkrijk is reeds aanwezig en ook nog niet volledig of volkomen zeggen bijvoorbeeld Ladd en Ridderbos. Het Koninkrijk wordt “groter” als mensen zich bekeren en Jezus als hun Koning accepteren. Het koninkrijk is daar waar God heerst en dus Koning is. Ladd zegt over het accepteren van het evangelie van het koninkrijk (nu een keer onvertaald):

“The Kingdom is working quietly, secretly among men. It does not force itself upon them; it must be willingly recieved”

Ten derde, het Koninkrijk is een mysterie zegt Marcus (Marcus 4:11-12). Het wordt duidelijk voor hen die de boodschap van Jezus of het evangelie van het Koninkrijk ontvangen en accepteren (Mattheus 4:23). Gelovigen kunnen het koninkrijk niet “planten” maar mensen wel wijzen op het evangelie van Jezus en hen helpen om discipelen van Jezus te worden. Daarmee wijzen ze tegelijkertijd op de realiteit van het Koninkrijk. Dat zou men nog kunnen uitbreiden door te zeggen dat mensen kunnen “getuigen” van het koninkrijk door recht te spreken, recht te doen, er te zijn voor een ander, de ander te helpen in de nood (Mattheus 25:31-46). Christenen die zijn als Jezus, die het Koninkrijk inaugureerde, “beërven ze het Koninkrijk” (Mattheus 25:34).

7 maart 2014: Symposium over de kerk in Europa

Nederland is een zendingsland geworden. Zeggen we. Maar wat betekent dat? Heel veel missionaire inspanning lijkt erop gericht de kerken weer vol te krijgen. We dromen van een grote opwekking of van herstel van een christelijke samenleving. We lopen ons het vuur uit de sloffen.

Maar is harder werken wel het beste wat je kunt doen? Wat houdt het in om (weer) aan zending te doen in dit land, onbevangen, fris en vol hoop? Op het symposium ‘Lessen uit Europa’ kijken we wat er gebeurt aan vernieuwend missionair werk in Europa. Om lessen uit te trekken en nieuwe visies te ontwikkelen. Hoe kan het christelijk geloof een vitale en wervende kracht blijven in onze cultuur?

Sprekers

Dr. Martin Robinson
Martin Robinson is directeur van Together in Mission, een organisatie die denominaties, netwerken en parakerkelijke organisaties verbindt. Hij reist al tientallen jaren Europa rond, op zoek naar nieuwe missionaire initiatieven. Robinson is hoofddocent aan het Springdale College, met als specialisatie Missional Leadership. Ook is hij schrijver van diverse boeken op het gebied van zending in Europa.

Dr. Alan Roxburgh
Alan Roxburgh is predikant, leraar, schrijver en consultant met veel ervaring in kerkleiderschap en theologisch onderwijs. Hij was directeur van een trainingscentrum voor missie en evangelisatie en is nu actief in The Gospel and Our Culture Network, dat het gedachtegoed van Lesslie Newbigin vruchtbaar maakt voor zending in het moderne westen.

Dr. Miranda Klaver, antropoloog en theoloog, geeft een (Nederlandse) reflectie op de diverse lezingen.

Dagvoorzitter is prof. Dr. Stefan Paas

Praktische informatie

Datum: 7 maart 2014
Locatie: Theologische Universiteit Kampen
Tijd: 10.00 – 15.30 uur
Kosten: € 25,- incl. lunch en koffie/thee
Aanmelden: ea.nl/lessen

Tijdens het symposium vindt de officiële presentatie van de Nederlandse bewerking van het boek Center Church (Tim Keller) plaats. Dit boek, voorzien van commentaar door acht Nederlandse theologen, is een waardevolle bijdrage in het nadenken over het revitaliseren van bestaande kerken en het starten van nieuwe gemeenten. Martin de Jong (EA-EZA) leverde een belangrijk bijdrage aan de totstandkoming van het boek.

Organisatie: Theologische Universiteit Kampen, EA-EZA, VU-Center of Evangelical & Reformation Theology CERT, European Christian Mission ECM

Short-term mission

Deze we kreeg ik weer een paar Zending-Nu toegestuurd. Zending-Nu is het huisblad van de EZA. In mei-juni 2009 nummer (ja ik loop een beetje achter) staat short-term mission centraal. Interessant aan dit artikel is dat dergelijke projecten vanuit degene die gaat wordt beschreven. Er is onderzoek gedaan naar de beweegredenen en de ervaringen van de korte-termijn-zendeling. De grootste motivatie is “helpen”, gevolgd door “steentje bijdragen” en “handen uit de mouwen”.  “Evangeliseren” staat op plaats 10. Ik concludeer hieruit dat de praktisch bijdragen met name aanspreekt en dan het liefst in een groep. De meesten zullen anderen ook aanraden dit te doen, terwijl het aantal mensen dat nogmaals gaat in mijn ogen relatief laag is. De meesten zeggen dat hun relatie met God er door wordt versterkt. Dat lijkt mij een positief element. Zelf heb ik ook dergelijke reizen meegemaakt en ik herken wat er wordt gezegd.

Toch vind ik het jammer dat in een dergelijk onderzoek niet aandacht wordt gegeven aan de mensen die worden geholpen.

1. Wat voor gevolgen heeft het voor de doelgroep? Lees onderstaand citaat:

But what about evangelism? Do these trips usually result in people being saved and taking that change back home? “I’ve seen someone show the Jesus film over three nights and a handful of people got saved,” Brummett responded. “And the last night they let a Kuna pastor that preached and thirty five people got saved. He preached to his own people in his own language with his own heart, and that had a tremendous impact.”

Wat kan lokaal gedaan worden en waar zijn mensen van buiten voor nodig? Dat geldt niet alleen voor evangelisatie, zoals hierboven, maar ook voor sociale aandacht.

3. Een kort termijn reis kost in verhouding veel meer dat wat een long-term-zendeling nodig heeft. Is het dan het geld wel wijs besteed? Kan niet beter een aantal long-termers gesteund worden?

4. Uit onderzoek is gebleken dat het aantal long-term-zendelingen niet toeneemt als veel short-termers een dergelijk reis ondernemen. Het aantal long-termers is aanzienlijk gedaald de laatste jaren.

5. Waar een groep voor een kortere tijd naar een ander land gaan, met name een ontwikkelingsland, wordt het milieu door de brandstof uitstoot extra belast.

Dat gezegd hebbend nog deze blogpost van Andrew Jones. In zijn verdediging van short-term-mission zitten een aantal aardige adviezen.

Misschien is het een idee om een short-time mission groep uit Afrika naar Nederland te halen om te evangeliseren? Dan vindt er een culturele uitwissing plaats en het doet recht aan het feit dat de kerk op het zuidelijk halfrond het meest groeit.