Theologiseren in jouw klein hoekje

z13

Dit jaar vieren we dat 500 jaar geleden de Reformatie haar begin kende. Niet alleen was dit het begin van een groot aantal nieuwe denominaties, ook kreeg de theologie een nieuwe impuls. Voor vele orthodoxe protestanten zijn de ‘solas’ een bijna heilige omschrijving van de basis waarop deze vernieuwde reformatie-theologie is gebouwd. Een van de sola’s is het ‘sola scriptura’ oftewel ‘de Bijbel alleen’. Het wil zeggen dat het gezag voor de (systematische)theologie alleen ligt in de tekst van de Bijbel. Wayne Grudem is een tegenwoordige exponent van deze benadering (die het weer leende van John Frame):

Systematic theology is any study that gives answers to the question, “What does the Bible teach us today?” about any goven topic.

Deze ‘sola’ was een reactie op de aandacht en autoriteit die de Rooms Katholieke Kerk gaf aan de traditie. Via de traditie was het mogelijk te komen tot uitspraken die niet in lijn waren met de bijbelse gegevens. Een voorbeeld zijn de ‘aflaten’ waardoor mensen hun behoudenis konden kopen en waar met name Luther terecht tegen in opstand kwam.

De reformatorische theologie werd daardoor een abstract gegeven. Het leek het er soms dat de theologie boven-cultureel tot stand kwam. De theologie moest daarom vertaald worden naar het leven van de ‘gewone’ gelovige. Het einde van de 19de eeuw was in mijn ogen het hoogtepunt van deze benadering. Over B. B. Warfield, één van de ‘Princeton theologians’ zegt Wikipedia:

Warfield believed that modernist theology was problematic, since it relied upon the thoughts of the Biblical interpreter rather than upon the divine author of Scripture. He therefore preached and believed the doctrine of sola scriptura — that the Bible is God’s inspired word and is sufficient for the Christian to live his or her faith.

Hoewel Warfield, zoals het citaat ook zegt, zich afzette tegen modernistische theologie, kenmerkte zijn eigen theologische methodologie zich door een modernistische wetenschappelijk benadering. In het boek ‘Studies in theology’ noemde Warfield de theologie een wetenschap en de kennis binnen de theologie moest op een wetenschappelijke manier worden verkregen:

… but only that we trace the process by which the knowledge of God is ascertained, clarified, and ordered, up through the several stages of the dealing of the human mind with it until at last, in systematic theology, it stands before our eyes in complete formulation (hoofdstuk ‘The task and method of systematic theology’) .

Het zal duidelijke zijn dat Warfield sterk werd beïnvloed door de opkomende natuurwetenschappen van zijn tijd. De methode van theologiseren zijn daardoor grotendeels bepaald.

In de loop van de 20ste eeuw werd steeds duidelijker dat theologie wel degelijk werd beinvloed door de context waarin ze werd beoefend. Een eerste oorzaak daarvoor was de missionaire activiteit van de westerse kerk in de niet-westerse wereld. De blanke, westerse theologie zocht aansluiting in de ‘meerderheidswereld’. Het werd ingekaderd door termen als inculturatie, incarnatie of contextualistie. Paul Hiebert is een bekende evangelicaal en exponent van deze benadering.

Ten tweede, toen de kerk op het zuidelijk halfrond in aantallen toenam, zorgde dat voor nieuwe vormen van theologie. De nieuwe impulsen bleken af te wijken van wat vanuit het westen aan theologie was geïmporteerd. De interpretatie van sommige bijbelverhalen kreeg een andere inhoud (zie http://www.bible4all.org/). Nadrukken in de theologie verschoven. De bevrijdingstheologie vanuit Zuid-Amerika is bijvoorbeeld niet meer weg te denken uit het theologsich discours. Toen meer en meer ‘zuidelijke’ landen in de loop van de 20ste eeuw zelfstandige staten werden, kon men gaan spreken van een post-koloniale tijd. Deze nieuwe tijd vroeg om nieuwe post-koloniale theologische antwoorden.

Een derde punt is dat door de globalisering in de westerse wereld mederere culturen moesten leren samenleven binnen een kleiner geografische context. Ook dat had theologische consequenties. Theologen uit de ‘meerderheidswereld’ kwamen doceren aan prestigeuze universiteiten in de Verenigde Staten en Europa en brachten hun theologie mee.

Deze theologie werd bedreven op macroniveau (de theologische modellen). We zien de laatste decennis ook vormen van theologie op micro niveau ontstaan. Denk aan termen als ‘lived theology’ of ‘ordinary theology’. Jeff Asley zegt in het boek ‘Ordinary theology”:

When theology is construed in this way, it is contextual, as in every conversation. Theology is always set in some context, tooted in some life ecperience or issue.

Volgens Astley hebben onze persoonlijk acties een theologische dimensie en een religieuze betekenis. Deze persoonlijke actie worden aangeduid met ‘practices’ en zelfs ‘theological practices’ (Volf & Bass, Practicing theology; Cameron, Talking about God in practice). De theologie is een interactie tussen de context van alledag en de theologische bronnen (bijbel en traditie). Wordt theologie is relalief begrip? Nee, zeer zeker niet. Theologie is ingekaderd binnen de bijbel, de traditie en de context. Dat de drie elementen in verschillende verhoudingen kunnen voorkomen, wordt door Stephen Bevans in Models of Contextual Theology uitgelegd.

Wat zegt dit over ‘sola scriptura’, kenmerkend voor de Reformatie? Het betekent dat sola scriptura mede werd ingegeven door de tijd waarin ze werd geformuleerd en daarmee was ze een vorm van contextuele theologie. Maar, dat zal niet iedereen onderschrijven! Voor sommige groepen zijn de sola’s tot een credo geworden. Het is een verlies voor de theologie als daardoor het theologisch gesprek zou haperen en zelfs stoppen.

 

 

Advertenties

Ken uw cultuur en theologiseer

Tulips fields and windmillsCultuur. Wat is het? Het kan net zoveel betekenen als het woord “zwarte piet” vandaag de dag. De definitie van cultuur is door veel denkers op papier gezet, het is een term me veel ruimte. Het is dan ook al snel goed. Je zou heel kort kunnen zeggen dat cultuur dat is wat we denken en doen. Dan wel in de breedste zin van het woord: van kunst tot religieuze uitingen tot omgangsvormen tussen bouwvakkers op een steiger en rituelen van een onbekende stam in de Amazone.

Culturen kunnen naast elkaar bestaan zonder dat ze elkaar veel beïnvloeden. Een voorbeeld uit de eigen praktijk. Een Marokkaans theehuis heeft een specifieke cultuur. Aan de andere kant van de straat bevindt zich een Starbucks waar mensen naar toe komen die geen culturele overeenkomsten hebben met degenen die het theehuis bezoeken. Toch leven ze fysiek op korte afstand van elkaar.

Met onderstaand voorbeeld probeer ik een discussie op gang te brengen. Ik woon nu op de biblebelt, een cultuur op zich. Een groot deel gaat naar de kerk, sommigen zelfs in stemmig zwart. Als relatieve buitenstaander stap ik een cultuur binnen die mij vreemd is. Wanneer dergelijke kerken geheel en al verplaatst zou worden naar de binnenstad van een grote stad, zouden de cultuur verschillen nog meer zichtbaar zijn. Sommige binnenstedelijke bewoners zouden meewarig het hoofd schudden als was het een bijna uitgestorven diersoort.

De Nederlandse cultuur is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Er zijn sociale netwerken ontstaan via internet, relatie vormen veranderden, de politiek vond economie het belangrijkst of de maatschappij is meer en meer gekleurd geworden. Echter, op een paar uitzonderingen na, is de kerk gelijk gebleven. Sommigen zien het zelfs als een taak om de kerkelijke cultuur te conserveren. Laat is daar een aantal voorbeelden van geven van praktisch (theologische) en theologische aard.

Praktisch (theologische) aard:

  1. De maatschappij is beeld georiënteerd geworden, de kerk is voornamelijk woord georiënteerd.
  2. In de maatschappij gaan allerlei mensen met elkaar in gesprek, in de kerk is het vaak eenrichtingsverkeer tussen voorganger/dominee en de gemeente.
  3. De maatschappij is complex geworden en past zich razendsnel aan. De kerk houdt vast aan de zondag als het enige tijdstip van samenkomen (in zuidelijk Nederland is dat met name lastig vol te houden).

Theologische aard

Ik zie te weinig dat kerken zich werkelijk verdiepen in de omringende cultuur. En als leidinggevenden dan wel doen, dat heeft dat te weinig invloed op de kerkelijke structuren. Robert Schreiter schreef een lezenswaardig boek over “local theology”. Een lokale theologie zoekt naar een contextuele verwoording van het evangelie. We nemen nog te vaak aan dat de de huidige kerkelijke praktijk een goede weergave is van de westerse cultuur waarin we leven. De kerk ontstond toch in Europa en reflecteert toch die cultuur? Dat is niet het geval, want zegt Schreiter:

contextual models, as the name implies, concentrate more directly on the cultural context in which Christianity takes root and receives expression (Constructing Local Theologies, pagina 12)

De kerk reflecteert nog steeds een cultuur die niet meer bestaat. Wanneer een kerk zich wel in een cultuur verdiept zou hebben, is het werk niet af. Het is een doorgaand proces dat aandacht blijft vragen. Contextuele modellen zijn volgens Schreiter een continue dynamische interactie tussen evangelie, kerk en context. De eerste twee komen vaak in beeld, de laatste vaak buiten beeld. De contextuele verwoording is te vaak een kopie geweest van de omringde cultuur, kijk naar de seeker-sensitive diensten die veel lijken op een concert ervaring. Maar een kopie raakt de cultuur maar ten dele en is zeker geen lokale verwoording. Het is te weinig een doordenking van hoe theologie vorm krijgt in een cultuur, want vanuit de lokale theologie krijgt de kerkelijke praktijk vorm.

Het is een uitdaging om hier over te blijven nadenken. Ik wil er graag over in gesprek komen.

 

Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

Volgens Martin de Jong (EA) moet het leiderschapsmodel op de schop

preekMartin de Jong schreef recent een interessant artikel op de website van de Evangelische Alliantie. Uit onderzoek concludeert de Jong dat het gat dat de komende jaren gaat ontstaan in het voorgangersbestand niet door de komende generatie geestelijk werkers zal worden opgevuld. Er zijn er gewoon te weinig jonge mensen die de “gemeente ingaan” en er gaan te veel voorgangers met pensioen.

Voordat ik in ga op de oplossing die de Jong aandraagt, heb ik een aantal vragen. Ik heb daar zelf nog geen antwoord op, maar het zou interessant zijn op daar onderzoek naar te doen.

  1. Hoeveel jonge mensen (percentage) belanden uiteindelijk in een gemeente als ze theologie hebben gestudeerd?
  2. Waarom kiezen er te weinig mensen voor een bediening in de gemeente? Heeft dat ermee te maken dat het voorgangerschap een (te) zware taak is? De laatste tijd hoor ik van veel voorgangers die met een burn-out thuis zitten of een andere bediening buiten de gemeente aannemen.
  3. Wanneer deze jonge theologen niet kiezen voor de gemeente, waar belanden ze dan?
  4. Leiden de huidige theologische opleiding mensen op voor het verleden of voor de toekomst?

Trainingscentra

Eén van de verklaringen die de Jong aandraagt voor deze ontwikkeling is het cultuurverschil tussen de gaande en de komende generatie. Daarom moet het leiderschapsmodel op de schop. De Jong noemt Frankrijk als voorbeeld waar het aantal voorgangers dat van een opleiding komt niet voldoende hoog is om aan de vraag te voldoen. Het protestantisme is booming in Frankrijk en leiderschap is nodig. Daarom is men begonnen met regionale trainingscentra om de nieuwe generatie op te leiden. Een jaar meelopen met een gemeentestichter en daarna in het tweede jaar aan de slag. Daar licht volgens de Jong de clou. Een voorgangersmodel van herder-leraar sluit niet aan bij de realiteit. Het is teveel naar binnen gericht. Een voorganger moet meer dan daarvoor naar buiten zijn gericht. De Jong noemt dit apostolisch leiderschap. Hij roept alle voorgangers en ook gemeenteleden op om pionier te worden. Dat is een opleiding en training voor nodig. Ik sta hier volledig op dezelfde lijn als De Jong. Hij pleit voor lokale trainingscentra waar mensen een twee-jarig traject kunnen volgen om de essentie van (meervoudig) missionair leiderschap onder de knie te krijgen.

Project in zuiden van het land

In het zuiden van het land is daar al een team mee bezig om een dergelijk project op poten te zetten (ik denk hierin mee). Het aantal mensen dat in deze regio nodig is, is groot. Er zijn vanuit deze regio te weinig mensen die voldoende getraind zijn om een groep praktisch en geestelijke evenwichtig te leiden. Het doel van dit team is om gemeentestichters en werkers een goede Bijbelse basis mee te geven en daarnaast mee te nemen in de praktijk van een missionaire gemeente.

Om iets dergelijks te realiseren is nodig:

  • een gedeelde visie van ondersteunende gemeenten. Ik hoop dat er gemeente zullen zijn die als Petrus “uit de boot stappen” en dit nieuwe perspectief zullen omarmen.
  • goede ervaren trainers en docenten en daarnaast een goed curriculum.
  • voldoende financiën over de langere termijn om een goed traject neer te zetten.
  • veel gebed.

Wanneer je dit leest en enthousiast bent over dit idee, laat het dan weten. Ik geef je graag meer details over deze ideeën. Wil je dit project op één of ander manier steunen, laat het dan zeker weten.

Reactie op artikel “Het magische drieletterwoord”

Maarten Boudry schreef in Trouw een prikkelend artikel met de titel “Het magische drieletterwoord”. Het artikel gaat in op het woord God en het gebruik daarvan in de theologie en in het christendom. Ik heb een reactie geschreven op dat artikel dat je hier kunt downloaden en lezen.

Wil je het artikel van Boudry er ook op naslaan, dan kun je kunt het hier lezen. Het kan zijn dat het alleen te lezen is met een Trouw account. Het je dat account niet, dan moet je het doen met de korte samenvatting in mijn artikel.

Een paar dagen daarna schreven Stefan Paas en Rik Peels een reactie in Trouw op het artikel van Boudry. Deze reactie is zeer lezenswaardig en hier te lezen.