‘Maar dankzij Jezus komt het allemaal goed’

14425059642_d79ba36fc4_bDat was een reactie van Renate Bos in de Trouw naar aanleiding van de EO Jongerendag dit weekend (Renate Bos, Trouw ‘De Verdieping’ pagina 12). Ze had zaterdagmiddag naar de tv zitten kijken. De dag had het thema ‘Fear not’ en zo’n 20.000 jongeren kwam naar de Gelredoom om op een eigentijdse manier deze dag te ervaren. Er moet me iets van het hart. Het is niet mijn soort muziek en hossen is niet mijn ding, maar het lukt de EO dan toch maar ook zoveel jonge mensen op de been te brengen. En ze komen zeker niet ‘voor de patat of om verkering te zoeken’, zoals Bos suggereert. En als dat wel het geval zou zijn, is dat erg? En waarom als een ‘bokkige ouderling’ naar de tv kijken?

De reactie in Trouw komt mij dan ook als zeer kort door de bocht over. Dat wat in de titel van deze blogpost staat, raakte mij toch wel het meest. Naast alle muziek en feest, was er volgens Bos ook ruimte voor leed en bezinning. Maar wat er ook gebeurt, met Jezus gaat het goed komen, aldus Bos. Een reflectie.

  1. Voor sommige mensen komt het dankzij Jezus zeker goed. Dat was al in de Bijbel zo en nu nog steeds kunnen mensen daarvan vertellen. Jezus is zeker geen placebo, maar een werkelijke Aanwezigheid. Elke gelovige zal daar op persoonlijke wijze iets van kunnen zeggen.
  2. Voor sommigen komt het niet goed, ook al geloven ze in Jezus. Dat wordt door heel veel christen niet ontkend. De bevestiging dat Jezus aanwezig is en helpt, wil niet zeggen dat Hij soms ook als de Afwezige ervaren kan worden. De Psalmen staan daar vol van en klagen God aan als degene die er niet is.

Hij is een klassiek dualisme waar gelovigen al eeuwenlang mee worstelen. Leg je de nadruk op ‘1’, dan krijg je een onrealistisch ‘happy clappy’ geloof waarin geen problemen en moeilijkheden bestaan. Leg je de nadruk op ‘2’, dat wil zeggen, op Jezus die afwezig is, dan ontstaat een deïstische beleving. Jezus houdt zich dan afkerig en is niet merkbaar. Bij mensen zijn beide ervaringen van tijd tot tijd aanwezig. Renate Bos benadrukt één (‘1’) van beide en kan zo een groep jonge christenen makkelijk wegzetten. Het één noemen en het andere weglaten, geeft een scheef en onrealistische beeld van wat christenen denken over ‘Jezus die het wel of niet goedmaakt’. Dat Bos op de Jongerendag één kant ziet, wil niet zeggen dat de andere benadering niet bestaat, ook bij jongeren. Want, laten we wel wezen, het zijn jongeren, met een geloofsbeleving van jongeren. Of de EO erin slaagt om werkelijk een boodschap over te dragen, kan een onderwerp van discussie zijn. Maar probeer jongeren wel te benaderen vanuit hun leefwereld. En probeer de eigen beleving (van Bos) niet te plakken op die van jongeren anno 2017, want dat ‘mechanisme’ zou wel niet kunnen werken (zie laatste regel van de column).

Advertenties

Jij of Gij?

psalmen25_400Zowel in het Duits, Engels als in het Spaans wordt God aangesproken met Jij of Jou(w). Tijdens internationale bijeenkomsten valt dat het eerst op bij het zingen van liederen. Daarnaast komt het dichterbij als in het gebed God ook met “Jij” wordt aangesproken (Duits: Du, Spaans: Tú, Engels: You). Dat voelt voor Nederlandse christenen een beetje ongemakkelijk. Was de aanspreekvorm decennia lang”Gij”, nu is “U” gemeengoed geworden (hoewel ik recent een wat ouder iemand God met Gij hoorde aanspreken in het gebed). Toch is in het Nederlands het ook gewoon geweest om God met “Jij”aan te spreken. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de vertaling van de Psalmen. Ik neem als voorbeeld Psalm 130.

De vertaling van Psalm 130 door Jan Utenhove, verschenen tussen 1551 en 1566:

Godt aenhoor myn roepen.
Dyn gnadigh’ ooren keer tot my,
End myner bede sy open.
O Heer, so du willest mercken aen
De sonden die wy hebben ghedaen,
Wie kan, Heer, voor dy blyuen.

Het staet by dyner macht alleyn,

De sonden te vergheuen,
Daerom vreest men dy in t’ ghemeyn,

Oock inden besten leuen,

Ick heb myn hop’ op den Heer gheuen,
Myn siel’ op hem vertrauwet gaer vast,
Na Utenhove kwam de vertaling van Petrus Datheen (1566) is zwang: “du” is veranderd in “gij”.
Uit de diepten, o Heere,
Mijner benauwdheid groot,
Roep ik tot U gaar zere,
In mijnen angst en nood.
Heer, wil mijn stem verhoren;
Want het nu tijd zijn zal;
Laat komen tot Uw oren
Mijn klachtig bidden al.
Wilt Gij met ernst de zonden
Toerekenen voortaan;
Wie kan t’ eniger stonden
In Uw oordeel bestaan?
Maar Gij wilt, Heer, vergeven
De zonden minst en meest;
Dies zijt Gij in dit leven
Zeer bemind en gevreesd.
Het verschil kan liggen in het feit dat Utenhoven in eerste instantie de Psalmen gebruikte voor de Nederlandse gemeenten in ballingschap in Londen. Datheen was prediker voor de Calvinisten in de Lage landen en had invloed. Howard Slenk legt uit hoe beide vertalingen naar elkaar gebruikt werden, maar geeft geen verklaring voor het verschil van “Gij” en “Du” (Howard Slenk, Jan Utenhove’s Psalms in the Low Countries, Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, Vol. 49, No. 2 (1969), pp. 155-168).
Maar misschien heeft het andere oorzaken?

Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

Contextualisatie 180 graden anders

serious request

De kerk heeft zich er de afgelopen paar decennia hard voor gemaakt om het evangelie zo te brengen zodat het overkwam bij (nog) niet gelovige mens. In de missiologie (een woord dat mijn elektronisch Google woordenboek niet kent!) heet dat contextualisatie. Het evangelie wordt in een hedendaags jasje gegoten, zonder de essentie van de boodschap te verliezen. In andere culturen zijn missiologen en missionair werkers (kent het woordenboek ook niet) daar heel druk mee geweest.

Het omgekeerde zie ik de afgelopen week gebeuren. Ik op verschillende websites de volgende kop (onder andere de NRC):

DJ’S SERIOUS REQUEST ZIJN MODERNE JEZUSSEN

En een andere:

Drie jezussen, een plein vol volgers

Wat blijkt, Jezus wordt uit de christelijke context gehaald en gebruikt voor een niet christelijk en dus seculier doel. Contextualisatie heeft een christelijke context als oorsprong en probeert de boodschap te verpakken. Hier wordt Jezus uit de christelijk context gehaald en toegeëigend. De omgekeerde weg wordt bewandeld.

Wat gebeurt hier?