Trump begrijpen is onmogelijk

donald_trump_28856673050729_28229De titel is een redelijke zwart-witte uitspraak. Voor het grootste deel van deze wereld geldt deze uitspraak zeker. Slechts een klein deel daarvan is in staat de drijfveren van de POTUS werkelijk te peilen en daarmee te begrijpen waar hij mee bezig is. Maar desalniettemin wil ik toch een poging wagen. Maar eerst: waarom is Trump zo ongrijpbaar?

Context en interpretatie

Dat heeft naar mijn mening twee oorzaken (ik spreek voor het gemak maar even voor mezelf):

  1. Ik maak geen deel uit van Trumps context. Het zijn twee ideologische werelden die elkaar niet raken.
  2. Ik interpreteer de wereld op een andere manier. Met ‘wereld’ bedoel ik alles wat er om ons heen gebeurt. De term ‘cultuur’ komt daar heel dichtbij.

Deze twee oorzaken wil ik verduidelijken aan de hand van de ideeën van twee ‘postmoderne’ filosofen uit de vorige eeuw: Wittgenstein en Derrida. Door beide aan elkaar te verbinden, kom ik in mijn ogen dichtbij een benadering van Trump.

Wittgenstein

Kernwoord bij Wittgenstein is ‘language games/taalspelen’. Met deze term zegt Wittgenstein dat elke situatie zich kenmerkt door taal die niet direct in andere situaties te gebruiken is. Deze situatie is een spel. Elk spel heeft haar eigen regels die niet op een ander spel van toepassing zijn. Op Wikipedia wordt het kort weergegeven (hier wordt gebruik gemaakt van de metafoor ‘familie’):

De verschillende taalspelen zijn toepasbaar op verschillende situaties, waarbij telkens een “familiegelijkenis” optreedt. Hoewel er voor elke situatie specifieke kenmerken zijn vast te stellen, zijn niet alle kenmerken toepasbaar op alle situaties, zoals leden van eenzelfde familie op elkaar lijken, zonder dat ze precies dezelfde gezichtstrekken hebben.

Derrida

De slogan van Derrida is: ‘er is niets buiten de tekst’. Dat wil niet zeggen dat de werkelijkheid alleen uit tekst bestaat. Het betekent de dat de dingen om ons heen in een context staan en alles binnen die context geïnterpreteerd moeten worden.

Trump en Wittgenstein: ‘Elite’

Trump zet zich vaak af tegen de, in zijn ogen, heersende elite. Het ‘taalspel’ van Trump wijkt af van de heersende politiek, maar ook van de gemiddelde evangelicaal die op hem stemde. De wijze waarop Trump regeert ‘by Twitter’ maakt dit pijnlijk duidelijk. Maar er is ook een verschil aanwezig tussen het taalspel van de ‘elite’ en de gemiddelde Trump-stemmer. Voor een deel maakten de stemmers en Trump wel degelijk deel uit van hetzelfde ‘taalspel’. Hij verwoordde wat de ‘ongehoorde blanke middenklasse’ voelde. Dat de ‘elite’ dit over het hoofd heeft gezien, mag nu wel duidelijk zijn. Dat de uitspraken van Trump na 6 maanden spanning opleveren binnen een deel van de evangelicale stemmers, wordt steeds meer zichtbaar. Zij komen er nu achter dat hun ‘taalspel’ toch een andere is dan die van Trump. Mocht iemand Trump willen begrijpen, dan moet hij of zij proberen het taalspel van Trump te beschrijven en begrijpen.

Trump en Derrida: ‘Alternative facts’

De interpretatie van feiten is de laatste maanden vaak in het nieuws geweest. Over ‘fake news’ en ‘alternative facts’ hebben de kranten vol gestaan. In zeker zien we in Trump de bevestiging van Derrida: feiten moeten geïnterpreteerd worden in een context. Op de website http://www.filosofie.nl staat over legt dat uit:

In plaats daarvan krijgt een uitspraak of ding betekenis door middel van zijn verschil met andere uitspraken of dingen. Betekenis ontstaat in de verhouding van een concept in contrast met andere concepten.

Ik zie in (ook na het lezen van een biografie) Trump een aantal van deze concepten die van invloed zijn op de interpretatie van de werkelijkheid. Binnen de psychologie worden dit scripts genoemd. Ik noem een aantal van deze scripts:

  1. Ik win altijd. Het boek ‘The art of the deal’ is het voorbeeld. Dit kenmerkt Trump in mijn ogen met name.
  2. De morele verantwoording van ‘the deal’ is van minder belang dan het sluiten van ‘the deal’. Trump had er geen moeite mee dat er met de Russen werd gesproken en dat er wapentuig aan Saudi Arabië werd verkocht in de huidige situatie.
  3. Daaruit komt voort: het leven gaat om materiële vooruit gang van Amerika. Kernwoorden zijn: geld verdienen en werkgelegenheid (America first).
  4. De mensen die mij niet helpen om ‘the deal’ te sluiten, zijn tegen mij. De media heeft het in het leven van Trump nogal moeten ontgelden. Rechters die tegen Trumps inreis-wetgeving ingingen, werden persoonlijk aangevallen.
  5. Mensen die tegen mij zijn, maakt ik zwart of schakel ik uit. Dat gaat door totdat de persoon in kwestie geen invloed meer heeft. In mijn ogen past Comey in dit scenario.

Incommensurable

Trump houdt op deze manier actief een eigen ‘wereld’ in stand op twee niveaus:

  • Tussen zichzelf en andere politici (binnen de VS).
  • Tussen de VS en de rest van de wereld (buiten de VS).

Deze situatie kunnen we ‘incommensurable’ noemen (oorspronkelijk een term die bij Thomas Kuhn vandaan komt). Kort gezegd: de taalspelen tussen Trump en de rest van de wereld hebben ideologisch vaak geen overlap. De frustratie van vele politici tijdens de recente klimaat besprekingen zijn daarvan een goed voorbeeld. En daarbij zijn we  weer terug bij de ‘taalspelen’ van Wittgenstein. Praktisch betekent het dat vaak strijd wordt gevoerd over de ‘feiten’. Comey had dat al snel in de gaten en maakte notities van gesprekken met Trump. Ik denk dat dit ook niet snel zal veranderen. Tenzij Trump zich aanpast. Of dat gebeuren betwijfel ik.

Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

Goed nieuws voor mondige mensen

Walking

Walking (Photo credit: cabbit)

Jan Janssen schrijft een interessante thesis over de communicatie met die mensen die niet (meer) open staan voor het evangelie. In onze seculiere wereld hebben we het goed, een God is uit het centrum van aandacht verdwenen voor veel mensen. Janssen zoekt naar antwoorden en doet dat met name bij Dietrich Bonhoeffer en N. T. Wright. Bonhoeffer had het over de “God voor de gaten”. Dat wil zeggen, we hebben alleen dan God nodig als we het zelf niet meer op kunnen lossen. We hebben met behulp van de techniek en de wetenschap het aantal gaten sterk kunnen terugbrengen, daarom is God voor velen steeds minder nodig. Zoals de titel van de thesis ook zegt, is dat de mens in het westen, ook in Nederland, mondig is geworden. We leven in een “subjective-life” cultuur. Dat zorgt ervoor dat de betrokkenheid bij traditionele vormen van kerk-zijn nog meer zullen dalen.

Welke raadgevingen geeft Janssen om toch de mens in deze seculiere tijd aan te spreken? Ik noem een aantal die mij specifiek aanspraken.

  1. Janssen benadrukt dat we het doel dat God heeft met de schepping heeft goed moeten doordenken. Janssen volgt N. T. Wright die nadrukt legt op het Koninkrijk van God. Het gaat niet om het voorbereiding op een gang naar de hemel, maar om het inschakelen bij het werk van God om het koninkrijk gestalte te geven. Praktisch wil dat zeggen dat het ter sprake brengen van persoonlijk geloof niet voldoende is, maar een deel is van een breder holistisch evangelie. Het moet ingekaderd zijn in het bredere koninkrijk van God. God redt mensen om ze in te wijden in het Koninkrijk.
  2. Citaat van Janssen: “De gemeente is de hermeneutiek van het evangelie” (p52). Vervolgens: “Het gaat niet om getallen of succes. Het gaat om een leven in navolging van Christus om als kerk in woord en daad bezig te zijn voor het koninkrijk” (p53).
  3. Het grote probleem dat deze wereld heeft is dat het gelooft in de vooruitgangsmythe. Daarmee onderschat men het lijden en de macht van het kwaad in de wereld en kan er ook niet mee overweg (Wright).
  4. De huidige mens zoek naar ontplooiing en zelfvervulling. De mens, volgens Janssen, heeft moeite met gezag en daardoor met de plaats van God. Daarom zit de mondige mens niet te wachten op een kerk die de nadruk legt op zonde (een tekort). Volgens Bonhoeffer heeft het geen zin om je daar tegen tegenin te gaan. Vaak wordt dit tekort als basis voor de prediking gebruikt. Bereiken we daarmee de mondige mens? Volgens Janssen niet. We presenteren God dan als een “gatenvuller”. Een thema dat wel al hebben genoemd en bij Bonhoeffer vandaan komt.
  5. Hoe spreken we de mondige mens dan aan? Janssen refereert aan Paulus die zich aanpast aan zijn publiek in bijvoorbeeld Athene. Waar de huidige mens behoefte aan heeft is authenticiteit. Dat betekent dat je echt bent, een eigen mening hebt en ergens voor staat. De mens zoekt naar herstel, naar puurheid. Daar kan de kerk op inspringen en een gemeenschap zijn waar herstel mogelijk is en door werkelijk contact aan te bieden.
  6. Tot slot, de boodschap van de bijbel is een boodschap van gerechtigheid en barmhartigheid. Daar staat de huidige mens best voor open, volgens Janssen. Het goede nieuws van het Koninkrijk biedt verbinding, eenheid, heelheid. Bonhoeffer zegt daarover: “Er is nauwelijks iets wat meer geluk geeft, dan iets te betekenen voor anderen”. De kerk kan daar een loket voor zijn.

Als we naar de thesis kijken zoekt Janssen naar verbindingspunten met de huidige mens. In de afgelopen jaren tot op heden is dat ook gedaan door bijvoorbeeld Bill Hybels die seeker-sensitive diensten organiseert. In hoeverre verschilt de aanpak van Janssen met die van Hybels? Is het geen herhaling van zetten in een andere context? Tot slot wil ik opmerken dat de eerste kerken in de eerste eeuwen een sterke eigen identiteit bezaten. Mensen moesten iets laten voordat ze bij een kerk mochten horen. Er bestond een heel ritueel aan lessen en begeleiding (catechese) voordat iemand gedoopt mocht worden. Toch groeide de kerk als kool in deze tijd. De vraag die bij mij blijft hangen is deze: “Passen we ons niet teveel aan?”  Meten we ons niet een korset aan?

Al met al een goede scriptie die de moeite waard is om te lezen.

Enhanced by Zemanta