Was Europa wel zo christelijk?

sagradafamilia_barcelona

Was Europa wel zo christelijk?

Achteromkijkend heeft de kerk in West-Europa decennia lang ‘secularisatie’ als een virus bestempeld dat lokale gemeenschappen tot in de kerkelijke kern infecteerde. Het virus verspreidde zich razendsnel en het gevolg was dat elk jaar een grote groep mensen de kerk verliet. De kerk zelf bewoog zich steeds meer naar de marge van de samenleving. Kerkelijke leidinggevende zaten daardoor met hun handen in het haar. Allerlei pogingen werden aan het einde van de vorige eeuw ondernomen om het tij te keren. Termen als gemeenteopbouw, gavengericht werken, gemeentegroei, of missionaire gemeente hoorden al snel tot het kerkelijk jargon. Maar het had niet de gewenste kentering tot gevolg. Bij sommigen werd een gelatenheid merkbaar. Had God Europa de rug toegekeerd? Dat vroeg met zich al in de jaren negentig af.

Joods-christelijke waarden

Europa kenmerkt zich volgens sommige hedendaagse politici door specifieke joods-christelijke waarden vanuit het verleden. Maar, laten we eerlijk zijn, was de ‘gewone man’ in Europa wel zo christelijk? Sommige godsdienstwetenschappers twijfelen daar sterk aan. Het christendom was bij een groot deel van de Europese bevolking een dun vernislaagje. Het oorspronkelijke heidendom was vaak nog steeds onderhuids aanwezig. Het is dan ook opvallend dat mensen die vandaag de dag de kerk verlaten vaak open staan voor allerlei spirituele of religieuze invloeden en zelfs ‘oude’ heidense gebruiken. Ze zeggen ‘nee’ tegen de kerk, maar omarmen religie in allerlei vormen.

De kleine kern

De groep die de kerk trouw blijft, heeft een geloof dat diepgaand het leven beïnvloed. Op deze mensen kan God de Heilige Geest de kerk bouwen. Ik ben dan ook optimistisch over de toekomst. Juist deze groep moet de Bijbelse verhalen vertellen aan de generaties waarvan de opa’s en oma’s de kerk al achter zich lieten. Christenen worden soms beschouwd als een exotisch verschijnsel, maar de weerstand tegen hen is ook minder dan voorheen. Discipelen van Jezus zijn in deze wereld wil zeggen: uitleven wat er binnenin je leeft en als christen present zijn in alle facetten van de maatschappij. Over geloof spreken mag weer. Wees daarom transparant over Wie je leven stuurt!

(is eerder verschenen in de Pionier van CAMA Zending).

Advertenties

Trump begrijpen is onmogelijk

donald_trump_28856673050729_28229De titel is een redelijke zwart-witte uitspraak. Voor het grootste deel van deze wereld geldt deze uitspraak zeker. Slechts een klein deel daarvan is in staat de drijfveren van de POTUS werkelijk te peilen en daarmee te begrijpen waar hij mee bezig is. Maar desalniettemin wil ik toch een poging wagen. Maar eerst: waarom is Trump zo ongrijpbaar?

Context en interpretatie

Dat heeft naar mijn mening twee oorzaken (ik spreek voor het gemak maar even voor mezelf):

  1. Ik maak geen deel uit van Trumps context. Het zijn twee ideologische werelden die elkaar niet raken.
  2. Ik interpreteer de wereld op een andere manier. Met ‘wereld’ bedoel ik alles wat er om ons heen gebeurt. De term ‘cultuur’ komt daar heel dichtbij.

Deze twee oorzaken wil ik verduidelijken aan de hand van de ideeën van twee ‘postmoderne’ filosofen uit de vorige eeuw: Wittgenstein en Derrida. Door beide aan elkaar te verbinden, kom ik in mijn ogen dichtbij een benadering van Trump.

Wittgenstein

Kernwoord bij Wittgenstein is ‘language games/taalspelen’. Met deze term zegt Wittgenstein dat elke situatie zich kenmerkt door taal die niet direct in andere situaties te gebruiken is. Deze situatie is een spel. Elk spel heeft haar eigen regels die niet op een ander spel van toepassing zijn. Op Wikipedia wordt het kort weergegeven (hier wordt gebruik gemaakt van de metafoor ‘familie’):

De verschillende taalspelen zijn toepasbaar op verschillende situaties, waarbij telkens een “familiegelijkenis” optreedt. Hoewel er voor elke situatie specifieke kenmerken zijn vast te stellen, zijn niet alle kenmerken toepasbaar op alle situaties, zoals leden van eenzelfde familie op elkaar lijken, zonder dat ze precies dezelfde gezichtstrekken hebben.

Derrida

De slogan van Derrida is: ‘er is niets buiten de tekst’. Dat wil niet zeggen dat de werkelijkheid alleen uit tekst bestaat. Het betekent de dat de dingen om ons heen in een context staan en alles binnen die context geïnterpreteerd moeten worden.

Trump en Wittgenstein: ‘Elite’

Trump zet zich vaak af tegen de, in zijn ogen, heersende elite. Het ‘taalspel’ van Trump wijkt af van de heersende politiek, maar ook van de gemiddelde evangelicaal die op hem stemde. De wijze waarop Trump regeert ‘by Twitter’ maakt dit pijnlijk duidelijk. Maar er is ook een verschil aanwezig tussen het taalspel van de ‘elite’ en de gemiddelde Trump-stemmer. Voor een deel maakten de stemmers en Trump wel degelijk deel uit van hetzelfde ‘taalspel’. Hij verwoordde wat de ‘ongehoorde blanke middenklasse’ voelde. Dat de ‘elite’ dit over het hoofd heeft gezien, mag nu wel duidelijk zijn. Dat de uitspraken van Trump na 6 maanden spanning opleveren binnen een deel van de evangelicale stemmers, wordt steeds meer zichtbaar. Zij komen er nu achter dat hun ‘taalspel’ toch een andere is dan die van Trump. Mocht iemand Trump willen begrijpen, dan moet hij of zij proberen het taalspel van Trump te beschrijven en begrijpen.

Trump en Derrida: ‘Alternative facts’

De interpretatie van feiten is de laatste maanden vaak in het nieuws geweest. Over ‘fake news’ en ‘alternative facts’ hebben de kranten vol gestaan. In zeker zien we in Trump de bevestiging van Derrida: feiten moeten geïnterpreteerd worden in een context. Op de website http://www.filosofie.nl staat over legt dat uit:

In plaats daarvan krijgt een uitspraak of ding betekenis door middel van zijn verschil met andere uitspraken of dingen. Betekenis ontstaat in de verhouding van een concept in contrast met andere concepten.

Ik zie in (ook na het lezen van een biografie) Trump een aantal van deze concepten die van invloed zijn op de interpretatie van de werkelijkheid. Binnen de psychologie worden dit scripts genoemd. Ik noem een aantal van deze scripts:

  1. Ik win altijd. Het boek ‘The art of the deal’ is het voorbeeld. Dit kenmerkt Trump in mijn ogen met name.
  2. De morele verantwoording van ‘the deal’ is van minder belang dan het sluiten van ‘the deal’. Trump had er geen moeite mee dat er met de Russen werd gesproken en dat er wapentuig aan Saudi Arabië werd verkocht in de huidige situatie.
  3. Daaruit komt voort: het leven gaat om materiële vooruit gang van Amerika. Kernwoorden zijn: geld verdienen en werkgelegenheid (America first).
  4. De mensen die mij niet helpen om ‘the deal’ te sluiten, zijn tegen mij. De media heeft het in het leven van Trump nogal moeten ontgelden. Rechters die tegen Trumps inreis-wetgeving ingingen, werden persoonlijk aangevallen.
  5. Mensen die tegen mij zijn, maakt ik zwart of schakel ik uit. Dat gaat door totdat de persoon in kwestie geen invloed meer heeft. In mijn ogen past Comey in dit scenario.

Incommensurable

Trump houdt op deze manier actief een eigen ‘wereld’ in stand op twee niveaus:

  • Tussen zichzelf en andere politici (binnen de VS).
  • Tussen de VS en de rest van de wereld (buiten de VS).

Deze situatie kunnen we ‘incommensurable’ noemen (oorspronkelijk een term die bij Thomas Kuhn vandaan komt). Kort gezegd: de taalspelen tussen Trump en de rest van de wereld hebben ideologisch vaak geen overlap. De frustratie van vele politici tijdens de recente klimaat besprekingen zijn daarvan een goed voorbeeld. En daarbij zijn we  weer terug bij de ‘taalspelen’ van Wittgenstein. Praktisch betekent het dat vaak strijd wordt gevoerd over de ‘feiten’. Comey had dat al snel in de gaten en maakte notities van gesprekken met Trump. Ik denk dat dit ook niet snel zal veranderen. Tenzij Trump zich aanpast. Of dat gebeuren betwijfel ik.

‘Maar dankzij Jezus komt het allemaal goed’

14425059642_d79ba36fc4_bDat was een reactie van Renate Bos in de Trouw naar aanleiding van de EO Jongerendag dit weekend (Renate Bos, Trouw ‘De Verdieping’ pagina 12). Ze had zaterdagmiddag naar de tv zitten kijken. De dag had het thema ‘Fear not’ en zo’n 20.000 jongeren kwam naar de Gelredoom om op een eigentijdse manier deze dag te ervaren. Er moet me iets van het hart. Het is niet mijn soort muziek en hossen is niet mijn ding, maar het lukt de EO dan toch maar ook zoveel jonge mensen op de been te brengen. En ze komen zeker niet ‘voor de patat of om verkering te zoeken’, zoals Bos suggereert. En als dat wel het geval zou zijn, is dat erg? En waarom als een ‘bokkige ouderling’ naar de tv kijken?

De reactie in Trouw komt mij dan ook als zeer kort door de bocht over. Dat wat in de titel van deze blogpost staat, raakte mij toch wel het meest. Naast alle muziek en feest, was er volgens Bos ook ruimte voor leed en bezinning. Maar wat er ook gebeurt, met Jezus gaat het goed komen, aldus Bos. Een reflectie.

  1. Voor sommige mensen komt het dankzij Jezus zeker goed. Dat was al in de Bijbel zo en nu nog steeds kunnen mensen daarvan vertellen. Jezus is zeker geen placebo, maar een werkelijke Aanwezigheid. Elke gelovige zal daar op persoonlijke wijze iets van kunnen zeggen.
  2. Voor sommigen komt het niet goed, ook al geloven ze in Jezus. Dat wordt door heel veel christen niet ontkend. De bevestiging dat Jezus aanwezig is en helpt, wil niet zeggen dat Hij soms ook als de Afwezige ervaren kan worden. De Psalmen staan daar vol van en klagen God aan als degene die er niet is.

Hij is een klassiek dualisme waar gelovigen al eeuwenlang mee worstelen. Leg je de nadruk op ‘1’, dan krijg je een onrealistisch ‘happy clappy’ geloof waarin geen problemen en moeilijkheden bestaan. Leg je de nadruk op ‘2’, dat wil zeggen, op Jezus die afwezig is, dan ontstaat een deïstische beleving. Jezus houdt zich dan afkerig en is niet merkbaar. Bij mensen zijn beide ervaringen van tijd tot tijd aanwezig. Renate Bos benadrukt één (‘1’) van beide en kan zo een groep jonge christenen makkelijk wegzetten. Het één noemen en het andere weglaten, geeft een scheef en onrealistische beeld van wat christenen denken over ‘Jezus die het wel of niet goedmaakt’. Dat Bos op de Jongerendag één kant ziet, wil niet zeggen dat de andere benadering niet bestaat, ook bij jongeren. Want, laten we wel wezen, het zijn jongeren, met een geloofsbeleving van jongeren. Of de EO erin slaagt om werkelijk een boodschap over te dragen, kan een onderwerp van discussie zijn. Maar probeer jongeren wel te benaderen vanuit hun leefwereld. En probeer de eigen beleving (van Bos) niet te plakken op die van jongeren anno 2017, want dat ‘mechanisme’ zou wel niet kunnen werken (zie laatste regel van de column).

Verzuiling is niet weg

column-1213192_640

Verzuiling is een woord dat we bijna zijn vergeten. Dit sociaal verschijnsel verdween langzaam in de tweede helft van de vorige eeuw. Katholieken hadden de eigen geiten vereniging, hervormden eigen scholen, de socialisten een eigen vakbond en ga zo maar door. Deze vorm is grotendeels verdwenen in de 21ste eeuw. We zijn beland in een netwerk maatschappij die uit kleine groepen bestaat en waar de deelnemers van de ene groep naar de andere groep overspringen, naar gelang de voorkeur. Toch denk ik dat de verzuiling op zich niet weg is, het is nog levendig aanwezig. Het heeft alleen andere vormen aangenomen. Vandaag de dag is verzuiling een gevolg van de veranderende samenstelling van de samenleving en dus een meer een etnisch verschijnsel. Wat de laatste tijd onder nederturken zichtbaar naar boven komt, is een verschijnsel dat jarenlang niet is onderkend. Voor sommigen in de andere zuilen zeer confronterend, voor anderen een reden om zich te verzetten door op de PVV te stemmen (PVV: een zuil op zich). In Nederland is er in korte tijd een Poolse zuil ontstaan, een groep die hard werkt, maar zich verder niet met Nederland bemoeit. De grote vraag die mensen en mij ook bezighoudt, is: Is het erg dat deze zuilen bestaan? Kan een maatschappij goed functioneren als groepen als het ware op eilanden naast elkaar leven?

Kerk doet goed

Christenen worden de laatste jaren met allerlei weinig opbeurende termen aangesproken. Hadden we al “christengekkies” nu kwam “christenhipsters” recent voorbij. Theo van Gogh had ook zo zijn woordenschat om christen te “bashen”, deze herhaal ik hier niet. De wijze van communiceren door de mensen die deze termen gebruiken is nogal populistisch, denigrerend en weinig zinvol dan alleen voor de eigen achterban die zich kan wentelen in het eigen gelijk. Op een fundamentele discussie kan men hen niet vaak betrappen. Het is ook gemakkelijk scoren, want over het algemeen reageren christenen bedeesd en laten het langs zich heen gaan.

Recent kwamen 2 berichten langs die laten zien dat kerken miljoenen geven aan goede doelen of mensen in de knel. Voor het eerste in lange tijd kwam de kerk weer positief naar voren en werd dat breed uitgemeten in de landelijke media:

  1. Geld voor slachtoffers in Syrië, in de Telegraaf van 23 september 2016.
  2. Geld voor mensen in de knel, ongeacht hun achtergrond, op de site van de NOS van 28 oktober 2016.

De kerk functioneert in onze tijd meestal in de marge. Er zijn nog veel voorbeelden te noemen die het nieuws niet halen. De seculiere wereld en de kerk lijken tegenwoordig op twee eilanden te leven. Dat kom niet alleen doordat de kerk aan invloed inboet, maar vaak ook door de seculiere maatschappij die haar buitensluit. De bovenstaande benamingen zijn daar voorbeelden van. Meestal worden excessen tot een generaliserend kenmerk van christenen gemaakt. Hoe reageert de kerk daarop?

Belangrijk voor de kerk is haar missie uit te leven zoals die in de Bijbel is verwoord. Zij blijft verbindingen zoeken met de maatschappij in woord en daad. Dat is wat ze altijd deed, dat verandert niet of zou niet mogen veranderen. En soms levert dan een positieve reactie op. Dat doet mij in ieder geval goed.

 

Integral mission

Op donderdag 29 september was ik aanwezig op het mini-Symposium van Missie Nederland dat ging over Integral Mission (is er ook een Nederlandse term?). De term komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika (missión integral), maar dat werd in het symposium niet aangehaald (zie het artikel in Soteria #1 van 2013 door Wout van Laar). We zouden van hen nog veel kunnen leren!

Verschillende dingen vielen mij op. Ten eerste, terwijl er een definitie aan het begin werd gegeven, gaven verschillende mensen een eigen draai aan de term. We zijn nog steeds op zoek dus.

cthuj-4weaatpak

Zo’n nieuwe term moet gaan landen. Toch is het niet zo nieuw, de spanning tussen verkondiging en sociale aandacht is ongeveer een eeuw oud. Dezelfde spanning van toen was ook vandaag merkbaar. Is het nu eerst evangelie en daarna goed doen of komt het evangelie vanzelf als goed wordt gedaan? Ook nu kwam men er niet echt uit.

Ten tweede viel op dat juist nieuwe gemeentestichtingsprojecten bezig zijn met dit thema. Er werden mooie verhalen verteld. Maar daarnaast is het nog steeds lastig om gevestigde kerken zover te krijgen dat ze actief in de eigen omgeving present zijn. Projecten opzetten kan wel, maar echt persoonlijk mensen stimuleren ook persoonlijk aanwezig te zijn, dat is lastiger. Cors Visser stelde voor om alle christenen te verdelen in groepen van 30-40 mensen en hen geografisch in te delen (alle kerkelijke verschillen zijn dan ook gelijk weg).

De kerk zoekt naar nieuwe vormen en dat gaat nog wel een tijdje duren. Rosxburgh spreekt over Missional Map-Making, een term die een Nederlands karakter moet gaan krijgen. Het zou interessant zijn om daar een volgende studiedag over te organiseren.

Tot slot viel op dat het globale aspect nauwelijks aan de orde kwam. Kerken zijn zo druk bezig om te overleven dat ze de rest van de wereld “vergeten”. De relatie tussen globale missionaire (verkondigende) presentie gekoppeld aan gerechtigheid kwam helemaal niet aan bod. Dat deed toch wel een beetje pijn.

 

Methode of model?

Kerkmodellen zijn populair geweest. Het begon in de 90er jaren met WillowCreek, Saddleback of  Natuurlijke Gemeente Ontwikkeling. Het idee is dat wanneer een model over een gemeente wordt gelegd, dat het gemeenteleven in de breedste zin van het woord, er beter van wordt (in de praktische theologie worden “modellen” ook in een andere context gebruikt, maar dat laat ik hier even buiten beschouwing). Gemeentemodellen zijn vaak statisch en houden geen rekening met de context waarin het model toegepast wordt. De vijf doelen van Warren´s “Doelgerichte gemeente” gaan niet in op de gemeentecontext waarin ze worden toegepast, of dat nu Friesland, Noord-Brabant of Italië is. Daarnaast is een evaluatie niet opgenomen in de wijze van denken. Daarnaast zijn deze modellen vrij statisch.Het zou bijvoorbeeld kunnen dat er meer doelen zijn (Warren) of duigen (Natuurlijke Gemeente Ontwikkeling). De modellen zijn mijns inziens het resultaat van modern denken, waar men vaak uitging van de maakbaarheid van en binnen de gemeente.

Een gemeente daarentegen is een organisch geheel en elke context is uniek. Het is dan ook de vraag of bovenstaand model in elke Elke gemeente ziet er daardoor anders uit, of zou er anders uit moeten zien. Dat er geen eenduidige ecclesiologische benadering vanuit het Nieuwe Testament is te destilleren, daarover zijn de meeste praktische theologen het wel over eens. De praktijk leert dat er verschillende praktische vormen zijn: van huis- tot megakerken.

Binnen het kader van de Praktische Theologie zien we daarnaast aandacht voor diverse methoden. Door Whitehead en Whitehead wordt in “Method in Ministry” een methode omschreven als:

… the dynamic or movement of the reflection. It outlines the stages through which the conversation proceeds. The initial stage (attending) involves seeking out the diverse information residing, often in a partly-hidden fashion, in personal experience, the religious tradition, and the culture. An intermediate stage (assertion) instigates a dialogue among these sources of information in order to clarify, challenge, and purify the insights and limits of each. The final stage (pastoral response) moves the reflection form insight toward personal and communal action.

In een schema ziet het er zo uit:

Pastoral-Cycle

Ten opzichte van de modellen van bijvoorbeeld Warren of Schwarz, verschilt deze methode, ook wel de “pastoral cycle” genoemd, op een aantal punten:

  1. De ” pastoral cycle” neemt heeft het gemeentelijk proces serieus. Het is een gesprek tussen de christelijk traditie, persoonlijke ervaring en de cultuur. Contextualisatie komt direct in beeld. Dat is met name van belang in Nederland waar het christelijke fundament niet meer de maatschappij bepaald en daarom opnieuw over kerk in de context nagedacht moet worden.
  2. De “pastoral cycle” neemt het gesprek serieus. Het proces is een doorlopen gesprek om via tussen de theologische.verantwoording en het thema dat onderzocht wordt.
  3. De “pastoral cycle” kan leiden tot uiteenlopende antwoorden. Omdat elke kerkelijk situatie anders is, zal de actie die volgt zich aanpassen aan de context. Er is daarom geen eenduidige uitkomst.
  4. In een seculiere samenleving als die van West Europa, zullen methode die het proces voorop stellen beter aansluiting vinden bij de context, dan een model dat die aandacht achterwege laat.

De ” pastoral cycle” is één van de methoden die vanuit de Praktische theologie gemeente binnenkomen. Toch zie ik weinig van de Praktische Theologie terug in met name evangelische gemeenten. Dat is een gemis volgens mij. Het genomende boek van Whitehead en Whitehead kan helpen, maar ook studies van Helen Cameron zijn een stap in de goede richting.