Ken uw cultuur en theologiseer

Tulips fields and windmillsCultuur. Wat is het? Het kan net zoveel betekenen als het woord “zwarte piet” vandaag de dag. De definitie van cultuur is door veel denkers op papier gezet, het is een term me veel ruimte. Het is dan ook al snel goed. Je zou heel kort kunnen zeggen dat cultuur dat is wat we denken en doen. Dan wel in de breedste zin van het woord: van kunst tot religieuze uitingen tot omgangsvormen tussen bouwvakkers op een steiger en rituelen van een onbekende stam in de Amazone.

Culturen kunnen naast elkaar bestaan zonder dat ze elkaar veel beïnvloeden. Een voorbeeld uit de eigen praktijk. Een Marokkaans theehuis heeft een specifieke cultuur. Aan de andere kant van de straat bevindt zich een Starbucks waar mensen naar toe komen die geen culturele overeenkomsten hebben met degenen die het theehuis bezoeken. Toch leven ze fysiek op korte afstand van elkaar.

Met onderstaand voorbeeld probeer ik een discussie op gang te brengen. Ik woon nu op de biblebelt, een cultuur op zich. Een groot deel gaat naar de kerk, sommigen zelfs in stemmig zwart. Als relatieve buitenstaander stap ik een cultuur binnen die mij vreemd is. Wanneer dergelijke kerken geheel en al verplaatst zou worden naar de binnenstad van een grote stad, zouden de cultuur verschillen nog meer zichtbaar zijn. Sommige binnenstedelijke bewoners zouden meewarig het hoofd schudden als was het een bijna uitgestorven diersoort.

De Nederlandse cultuur is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Er zijn sociale netwerken ontstaan via internet, relatie vormen veranderden, de politiek vond economie het belangrijkst of de maatschappij is meer en meer gekleurd geworden. Echter, op een paar uitzonderingen na, is de kerk gelijk gebleven. Sommigen zien het zelfs als een taak om de kerkelijke cultuur te conserveren. Laat is daar een aantal voorbeelden van geven van praktisch (theologische) en theologische aard.

Praktisch (theologische) aard:

  1. De maatschappij is beeld georiënteerd geworden, de kerk is voornamelijk woord georiënteerd.
  2. In de maatschappij gaan allerlei mensen met elkaar in gesprek, in de kerk is het vaak eenrichtingsverkeer tussen voorganger/dominee en de gemeente.
  3. De maatschappij is complex geworden en past zich razendsnel aan. De kerk houdt vast aan de zondag als het enige tijdstip van samenkomen (in zuidelijk Nederland is dat met name lastig vol te houden).

Theologische aard

Ik zie te weinig dat kerken zich werkelijk verdiepen in de omringende cultuur. En als leidinggevenden dan wel doen, dat heeft dat te weinig invloed op de kerkelijke structuren. Robert Schreiter schreef een lezenswaardig boek over “local theology”. Een lokale theologie zoekt naar een contextuele verwoording van het evangelie. We nemen nog te vaak aan dat de de huidige kerkelijke praktijk een goede weergave is van de westerse cultuur waarin we leven. De kerk ontstond toch in Europa en reflecteert toch die cultuur? Dat is niet het geval, want zegt Schreiter:

contextual models, as the name implies, concentrate more directly on the cultural context in which Christianity takes root and receives expression (Constructing Local Theologies, pagina 12)

De kerk reflecteert nog steeds een cultuur die niet meer bestaat. Wanneer een kerk zich wel in een cultuur verdiept zou hebben, is het werk niet af. Het is een doorgaand proces dat aandacht blijft vragen. Contextuele modellen zijn volgens Schreiter een continue dynamische interactie tussen evangelie, kerk en context. De eerste twee komen vaak in beeld, de laatste vaak buiten beeld. De contextuele verwoording is te vaak een kopie geweest van de omringde cultuur, kijk naar de seeker-sensitive diensten die veel lijken op een concert ervaring. Maar een kopie raakt de cultuur maar ten dele en is zeker geen lokale verwoording. Het is te weinig een doordenking van hoe theologie vorm krijgt in een cultuur, want vanuit de lokale theologie krijgt de kerkelijke praktijk vorm.

Het is een uitdaging om hier over te blijven nadenken. Ik wil er graag over in gesprek komen.

 

Advertenties

Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

Joost en de onzichtbare eeuwigheid

Joost Zwagerman in DWDDJoost was drie jaar ouder dan ik ben. Nu staat voor hem de tijd stil. Hij is niet meer onder ons. Daar koos hij zelf voor. De lofbetuigingen waren vele de afgelopen week. De boeken die hij schreef zullen, denk ik, de komende tijd iets meer gelezen worden dan daarvoor. Er is al een run op zijn laatste boek ontstaan, volgens zijn voormalige Uitgeverij. Als ik alle reactie’s  goed begrijp, is dat ook iets wat hij wilde na zijn dood. Hij wilde iets achterlaten. Hijzelf kon deze wereld en zichzelf niet meer verdragen en stapte op. Maar zijn boeken blijven. Hij heeft er nogal een aantal geschreven. Carel Peters schrijft in Vrij Nederland dat Zwagerman sneller schreef dan God kon lezen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog niets van Joost Zwagerman heb gelezen. Hij staat op het lijstje. Niet naar aanleiding van zijn dood, maar om iets te leren van de tijdgeest van de 90er jaren. Het lijkt mij dat hij een sympathieke man was, die het beste voorhad met de mensen om hen heen.

Al bladeren door laatste interviews, recensies, persoonsbeschrijvingen kom ik erachter dat het laatste boek “De stilte van het licht” vier thema’s heeft: stilte, schoonheid, onbehagen en zelfverdwijning. In een interview in Parool refereert Zwagerman naar de hunkering van het niet zijn, een thema dat door het boek heen wordt beschreven. Het is iets waar hij naar zocht in de kunst. Ik denk dat ik het boek moet lezen om werkelijk de essentie daarvan te begrijpen. De kunst bracht Zwagerman in vervoering, maar hij leed ook aan depressies. Dat heeft helaas tot dit einde geleid. Zwagerman geloofde niet in God. Dat zei hij aan het begin van dit jaar in een interview. Hij zei er direct bij dat hij dat wel zou willen. Want dan zou ons een groot geluk overkomen na de dood.

Ik heb gekeken naar de respons. Met veel interesse. Meerdere malen heb ik in het proces achteraf afgevraagd of het “hiernamaals” nog ter sprake zou komen. Als ik alle verhalen en gesprekken van juist de mensen erom heen beluister, dan was God er niet bij. Hij was de grote Niet-aanwezige. Hij werd volkomen genegeerd. Het leven na dit leven kwam niet ter sprake. Ook niet de wens van Zwagerman om in een God te geloven, geen woord daarover. Veelal werd de kunst tot metafysische hoogten opgetild, maar daar was God niet. Die stilte kreeg iets nihilistisch. Dat zegt veel over de maatschappij heden ten dage die ingrijpende gebeurtenissen zo blijkbaar verwerkt. DWDD, aan Zwagerman gewijd, was als een afscheidssamenkomst waarin een groot deel van Nederland collectief de schok aan het verwerken was. De tranen vloeiden. De herinneringen werden opgehaald. 

Terugkijken op het leven is van belang om de toekomst in de ogen te kunnen kijken. Maar als de toekomst een opeenvolging is van een doorlopend nu, wordt het leven moeilijk te begrijpen en wordt het stuurloos. Dat is wat waar ik aan dacht, toen ik luisterde naar de reacties. De toekomst maakte geen deel uit van het gesprek. De apostel Paulus spreekt over het moment dat de gelovigen met Jezus zullen worden opgewekt en dat het onzichtbare eeuwig is (1 Korinte 4:14, 18). Dat is een vast ankerpunt in het leven. Dat is de eschatologische hoop in Jezus waar gelovigen zich aan vast houden. We leven niet in een opeenvolgend nu, maar leven vanuit de hoop in de toekomst die nu ons leven bepaalt.

Joost. Hij leek me een aardige kerel. Misschien was hij ook een goede schrijver, maar dat moet ik nog ontdekken. Maar ik zou willen dat hij ook deze geweldige toekomst had gekend tijdens zijn leven. Ik hoop dat zijn vrienden dat tijdens hun leven nog ontdekken. Ik wens hen oprecht veel sterkte toe.

Waarom die drempel?

In de gesprekken die ik heb met mensen lijkt het er wel eens op dat kerkregels of leerstellingen een drempel vormen om werkelijk Jezus te leren kennen. Wat maakt het uit wat ik denkt over bepaalde morele kwesties als het gaat om het vertrouwen stellen op Jezus? Helaas is dat vaak wel het geval. Vaak is dat het geval omdat “evangelische” van het exotische soort zijn in Spanje. Omdat ze zo anders zijn is het van belang om te weten hoe ze denken.

Helaas is het niet anders in Nederland. Ds. de Heer, dominee in een Gerefomeerde Gemeente, laat weer eens fijntjes weten dat zijn kerkgenootschap de rechte inzichten heeft aangaande de leer. Waarom blijkt het toch niet mogelijk om de dogmen als een gesprek te zien en niet als een objectief vastgelegd thema dat over tijd en eeuwigheid niet is veranderd en niet zal veranderen. Lijkt mij nogal platonistisch. Dat zal deze dominee toch niet bedoelen. Waarom dikke boeken schrijven waar afstand wordt genomen van elkaar, in plaats van boeken te schrijven die helpen de afstand tussen kerken te verkleinen? Ik heb de ijdele hoop dat dat binnen  het kerkgenootschap van ds. de Heer ooit zal mogen gebeuren, maar de Heer kan wonderen doen,

Waar ik me druk om maak is dat deze “recht in de leer”-houding een drempel vormt voor mensen om werkelijk Jezus te zien. Het lijkt op het hekwerk dat het Jodendom om de Thora bouwde. Het kerkgenootschap van ds. de Heer groeit alleen door geboorte, waar is het missionaire gehalte?

Bij Jezus gaat het niet om de regels, maar om relatie. Ik hoop dat ik nog eens die regels kan vermijden, zodat ze niet een bijna onvermijdelijke drempel vormen voor een goed gesprek over een relatie.

Ik zie uit naar een boek vanuit de Gereformeerde Gemeente die de kloof tussen hen en de rest van gelovend Nederland zal verkleinen. Dat God dat zou moge geven ….

Oude wijze mensen

Vanmorgen hadden een Mariska en ik een gesprek met mijn nieuwe baas van CAMA Zending en zijn vrouw. Ze kwamen op kraambezoek. Boven de post staat dat is iets zinnigs wil zeggen over oude mensen, maar de aanleiding daarvoor was onze zoon die een week of vier geleden werd geboren. Het is een mooi kereltje. Maar nu weer terug naar de oudere mensen. In dat gesprek van vanmorgen kwam het op mentoren en oude mensen die als mentor zouden kunnen functioneren.

Ik constateer een aantal zaken:

  1. Er zijn maar weinig oude wijze mensen die als mentor kunnen functioneren. Ik heb niet zulke goede ervaringen met oude mensen. Tijdens een stage in een gemeente bezocht ik alle 65plussers twee keer. Totaal zo’n 50-60 gesprekken. Velen van hen klaagden over wat niet goed was gegaan in het dagelijks leven, de familie en in de gemeente. Weinigen straalden een stuk levenservaring uit die aanstekelijk was. Nog steeds verbaas ik mij over hen.
  2. De vraag die ik mijzelf stelde in dat gesprek was deze: ben ik later ook zo’n oude verbitterde man? Een verbitterd mens wordt nooit een goede mentor voor anderen. Graag zou ik later voor een jongere generatie een mentor functie willen vervullen, dus moet ik nu mijn levenservaringen koesteren en ervan leren. Een potentiële mentor is iemand die openstaat voor God en de ander. Maar een potentiële mentor leert voortdurend door te lezen, door te studeren, door ervaring.
  3. Ik heb wel eens voor mezelf deze gedachteoefening gedaan: wie zou ik kunnen vragen als mentor? Ik had wel een aantal namen, maar er was altijd een grote schroom om op iemand af te stappen. Anderen die deze schroom minder hadden, werden bij potentiële mentors die ze DE vraag stelden niet met open armen ontvangen. Volgens mij moeten er meer mensen zijn die het omgekeerde traject volgen. Welke potentiële mentor stapt op iemand af met de vraag: Ik zie in jouw een groot potentieel, mag ik de komende tijd je mentor zijn? Er kan een grote potentie ontdekt worden voor het koninkrijk van God.
  4. Om mentor te zijn moet je tijd reserveren voor een ander. Tijd is schaars. We geven meer tijd aan taken dan aan mensen. We schrijven eerder een beleidsstuk om mentoren op te leiden dan om zelf mentor te zijn. Waar gaat het nu daadwerkelijk om?

Wie wil zo’n mentor zijn? Er lopen geweldige jonge mensen rond die graag op weg geholpen willen worden. Wie mag ik noteren?

Preaching re-imagined

Zoals ik in een eerdere post zei, ga ik een aantal boeken bespreken die ik tijdens mijn studie heb gelezen. Het ene boek zal ik een samenvatting schrijven, van de ander een recensie. Voor “Preaching re-imagined” schrijf ik een recensie, omdat het boek met name sterk is in het poneren van een idee. Inhoudelijk vond ik de uitwerking niet bijster sterk. Er is sprake van veel herhaling.

“Preaching re-imagined” is geschreven door Doug Pagitt, een bekende naam in het “emerging” wereldje en voorganger van Solomon’s Porch. Het boek focust op de plaats van de preek of de “s-preek” in de samenkomst (Pagitt spreekt over “speaching”). In Solomon’s Porch (SP) pakt men dat iets anders aan dan in de gemiddelde samenkomende geloofsgemeenschap. De s-preek in SP is iets van de hele gemeenschap. Op dinsdagavond komen verschillende mensen uit de gemeente samen om over het onderwerp van de zondag daarop te discussiëren. Deze boeiende gesprekken leveren de inhoud voor het gesprek in de samenkomst. De spreker neemt deze ideeën mee en bereidt tijdens die week het gesprek of de s-preek voor. Net zoals op dinsdag wordt het onderwerp tijdens de dienst op zondag besproken. De spreker leidt het onderwerp in en legt een fundament voor het gesprek. Daarna is er gelegenheid om te reageren. Nu zou je kunnen denken dat dit veel minder voorbereiding vraagt. “Waar is de exegese?”, zegt de theoloog. Pagitt zegt dat deze manier van s-preken veel meer voorbereiding kost. Tijdens het gesprek kunnen allerlei invalshoeken de revue passeren. De spreker heeft veel tijd nodig om deze verschillende invalshoeken te overdenken en moet in staat zijn om enige sturing te geven. Daarbij hoort ook de exegese. Deze vorm noemt Pagitt een “progressional dialogue”:

Progressional dialogue, on the other hand, involves the intentional interplay of multiple vieuwpoints that leads to unexpected and unforseen ideas. The message will change depending on who is present and who says what. This kind of preaching is dynamic in the sense that the outcome is determined on the spot by the participants (pagina 52).

Wat zijn de voordelen van deze “actieve dialoog”?

  1. Iedereen is betrokken bij de s-preek. Er is dus sprake van een hoge “degree of ownership”.
  2. De aandacht bij de s-preek gaat met sprongen omhoog. Mensen zijn nieuwsgierig naar wat anderen vinden van een onderwerp.
  3. Het sluit aan bij een postmoderne cultuur waarin verschillende meningen worden gewaardeerd.
  4. Bij een gewone preek is er vaak sprake van een toepassing aan het einde (application). Bij een s-preek is er sprake van transformatie tijdens de samenkomst. De aanwezigen bespreken zelf wat een onderwerp/bijbeltekst voor hun leven betekent en trekken vervolgens conclusies. De gespreksleider kan daar ook op aansturen.
  5. Er is geen sprake van een monoloog, dus het is niet steeds de mening van dezelfde spreker. Door de verschillende inzichten van de deelnemers, wordt een onderwerp/bijbelteksten van verschillende kanten bekeken.
  6. Niet-christenen kunnen vragen stellen als ze het niet volgen of begrijpen.
  7. Het heeft een samenbindend effect, omdat er samen over een onderwerp gesproken wordt.

Het idee spreekt me aan, de uitwerking in het boek is een stuk minder. Boek lezen, maar wel lenen dan.

Laat de ware Che Guevara opstaan!

Ik merk dat er een aantal Nederlandse bloggers zijn die van mening zijn dat de kerk radicaal moet veranderen. Soms blijken de vormen aangepast te moeten worden, anderen plegen een Derridiaande deconstructie toe op het wezen van de kerk.

De geschiedenis laat zien dat de cultuur grote invloed heeft op kerkelijke structuren. Ook al zullen veel theologen het ten stelligste ontkennen, cultuur vormt de kerk. De uitspraak “Ecclesia semper reformanda est” gaat elk moment op. Het is wel van belang onszelf de vraag te stellen of veranderingen alleen van toepassing zijn op structuren of in meer algemene zin op de sociologische kenmerken van de geloofsgemeenschap? Zijn deze veranderingen ook op de theologie van toepassing? Ik komt tot de ontdekking dat het geldt voor beide. De theologie is ingebed in een cultuur die haar vormt. Ook daar willen heel veel theologen niet aan. Met een voorbeeld wil ik dit aantonen. Eeuwenlang is de positie van de vrouw ondergeschikt geweest aan die van de man. Onder invloed van de feministische golven de afgelopen decennia komt er meer ruimte. Binnen het “emerging” gedachtegoed worstelen vele denkers en doeners met dit probleem. Ook in de Nederlandse setting zoekt men naar nieuwe theologische gedachten en structuren (al voeren de aan te passen structuren nog steeds de boventoon, helaas). Jason Clark toont in zijn dissertatie “Via Media” aan dat werkelijke veranderingen een theologische basis moeten hebben, maar dat terzijde.

Welk karakter hebben deze veranderingen? Zoals ik al zei, pleiten sommigen voor een revolutie. Zo zijn er mensen die de karakteristieke kerkdienst achter zich hebben gelaten. Sommigen beleven hun geloof helemaal buiten de kerkelijke verbanden. Een radicale breuk tussen de oude en de nieuwe beleving plaatst deze mensen in een nieuwe geloofservaring. Ik denk dan aan de huiskerken die ontstaan, ik denk aan de geloofsgemeenschappen die ontstaan zonder enige band met een groter kerkelijk verband, ik denk ook aan sommigen die niet het geloof, maar wel de kerk vaarwel hebben gezegd. Op deze wijze kunnen nieuwe inzichten snel vormgegeven worden. Ook kan snel ingespeeld worden op een snel veranderende cultuur. Verschillende schrijvers denken hierover na: George Barna (Revolution) of Alan Jamieson (A churchless faith).

Anderen pleiten voor een meer geleidelijke overgang. Het rapport “Mission shaped church” van de Anglicaanse kerk in Engeland is daar een voorbeeld van. Ook Kester Brewin in zijn boek “The complex Christ” pleit hiervoor. Hij zegt: “If we are to transform the whole, and truly alter the very nature of things for the good, then the mode of change cannot be revolution, but evolution”. Achter deze opmerking zit het besef dat een geloofsgemeenschap nooit alleen staat, maar altijd deel uitmaakt van een groter verband (de kerk is “katholiek”, staat op de schouwers van vele kerkmensen in de geschiedenis). Opgemerkt moet worden dat sommige veranderingen op deze wijze nooit zullen plaatsvinden. Brewin zegt daarop dat dat niet onze zaak is, maar van God, die Zijn kerk bouwt. Deze visie betrekt de hele kerk bij nieuwe gedachten en vormen, zonder dat er breuken optreden.

Hier staan twee visies tegenover elkaar. Twee visies die beide het “semper reformanda” voor ogen hebben. Kunnen ze samengaan? Daarover in een volgende post.