Verdwijnt dogmatiek in onze netwerksamenleving?

cropped-europe-1201.jpgDat was een vraag die tussen neus en lippen aan bod kwam gisteren tijdens een overleg. Het bleef in mijn hoofd hangen. Dogmatiek of systematische theologie is zeker niet altijd populair geweest. “Dat is voer voor theologen”. Ik hoor het ze nog zeggen. Is in onze netwerksamenleving, die ook van invloed is op de kerk, dogmatiek een onderwerp van gesprek?

Een geloofsbelijdenis is een ingedikte theologisch dogmatische uitspraak. Ik denk dat dergelijk documenten ook in een netwerksamenleving een plaats moeten hebben. Het is zelfs zo dat dergelijk documenten een vernieuwde aandacht krijgen, vooral in gemeenschappen met een postmoderne inslag. Ze verwoorden waarvoor we staan en waarom we christen zijn geworden. Ik citeer een aantal regels uit de geloofsbelijdenis van Nicea (325 AD):

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Dat een dergelijke dogmatische uitspraak nog steeds van invloed is, bewijst een bericht in Trouw vandaag. Daarin wordt gezegd dat een Nijkerker dominee weg moet omdat hij de historische Jezus ontkend. Zou dat ook het geval zijn geweest met een gemeentestichter in Rotterdam-Zuid als dat door hem of haar zou zijn gezegd?

Wat is er volgens mij aan de hand? Ik denk dat de grote verhalen kleine en meer lokale verhalen zijn geworden. Dat klinkt allemaal nogal postmodern en zeker het heeft met de tijd waarin we leven te maken. Dat zien we heel praktisch doordat kerken makkelijker samenwerken dan voorheen. De kerkmuren zijn een stuk lager geworden. De dogmatische bolwerken die jarenlang zijn verdedigd, zijn van minder belang geworden. En soms is het dat gewoon: “Nood breekt vaak wet!”. De kerken lopen leeg. We moeten elkaar daarom van dienst zijn.

Ik ben theologisch opgegroeid met een eschatologische schema´s van het dispensationalisme. Ik las boeken van Hal Lindsey. De afbraak van dit evangelisch bolwerk is jaren geleden al ingezet. De hoogtijdagen van “Het Zoeklicht” liggen ruim achter ons. Bij collega´s merk ik een theologische ontspanning en een openheid voor andere stromingen. Men kijkt over kerkmuren heen en stelt het oordeel uit of men oordeelt helemaal niet meer, omdat men theologisch “vreemd” denken opneemt in het eigen theologisch arsenaal. Is de dogmatiek dan verdwenen of krijgt het minder aandacht? Zeer zeker niet, het wordt alleen anders verpakt. Daar komt ik op terug.

Hoe zit dat dan met de gewone deelnemer aan een gemeentestichtingsproject in Rotterdam-Zuid? Moet men hem of haar vermoeien met theologisch abracadabra? Ik zou daar op willen zeggen dat in evangelisch Nederland, mijn eigen achterban, de aandacht voor theologie nooit uitbundig is geweest. Er is dus niets nieuws onder de zon. Zoals ik al zei: “voer voor theologen” of “pas op voor het liberalisme!” Waarom is dogmatiek dan belangrijk voor een pas-gelovige die geen christelijke achtergrond heeft? De kern van het geloof is Jezus Christus. Zijn aanwezigheid en werk op deze aarde is gesprek geweest gedurende 2000 jaar kerkgeschiedenis. Elke nieuw gelovige stapt in in een kerkelijke traditie, of we dat nog belangrijk vinden of niet. We kijken dus voor een deel achterom. Ten tweede kijken we vooruit. De vraag: “wat vormt ons geloof?” is in mijn ogen belangrijk. Wanneer je niet weet wat je gelooft, ben je geneigd veel onzin te volgen. Dogmatische uitspraken geven richting vanuit het verleden naar de toekomst, net zoals de geloofsbelijdenissen dat deden en nog steeds doen.

Wat ik denk dat nodig is in onze tijd is dit. In een post-christelijk Nederland is het nodig om de theologie opnieuw te doordenken. Contextualisatie is opnieuw nodig. Theologie ontstaat niet meer op een christelijke fundament. Het hedendaagse grondvlak is vaak zichtbaar “heidens”. Een theologisch doordenken moet gebeuren op het grondvlak, in de modder van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid. Deze dogmatische theologie zal er geheel anders uitzien dan de vuistdikke werken die de afgelopen decennia zijn geschreven. Aan gemeentestichters wil ik de opdracht meegeven om theologisch te blijven denken in een snel veranderende context aan de slag te gaan met contextualisatie. Lees eens het boek van Stephen B. Bevans met de titel “Models of Contextual theology”. Ik ben benieuwd wat uit zo´n proces naar boven komt. Het kan zeker het Koninkrijk dienen als we samen nadenken over het evangelie in de dagelijkse realiteit van post-christelijk Nederland waar men niet weer weet waarom Jezus belangrijk is.

Advertenties

Volgens Martin de Jong (EA) moet het leiderschapsmodel op de schop

preekMartin de Jong schreef recent een interessant artikel op de website van de Evangelische Alliantie. Uit onderzoek concludeert de Jong dat het gat dat de komende jaren gaat ontstaan in het voorgangersbestand niet door de komende generatie geestelijk werkers zal worden opgevuld. Er zijn er gewoon te weinig jonge mensen die de “gemeente ingaan” en er gaan te veel voorgangers met pensioen.

Voordat ik in ga op de oplossing die de Jong aandraagt, heb ik een aantal vragen. Ik heb daar zelf nog geen antwoord op, maar het zou interessant zijn op daar onderzoek naar te doen.

  1. Hoeveel jonge mensen (percentage) belanden uiteindelijk in een gemeente als ze theologie hebben gestudeerd?
  2. Waarom kiezen er te weinig mensen voor een bediening in de gemeente? Heeft dat ermee te maken dat het voorgangerschap een (te) zware taak is? De laatste tijd hoor ik van veel voorgangers die met een burn-out thuis zitten of een andere bediening buiten de gemeente aannemen.
  3. Wanneer deze jonge theologen niet kiezen voor de gemeente, waar belanden ze dan?
  4. Leiden de huidige theologische opleiding mensen op voor het verleden of voor de toekomst?

Trainingscentra

Eén van de verklaringen die de Jong aandraagt voor deze ontwikkeling is het cultuurverschil tussen de gaande en de komende generatie. Daarom moet het leiderschapsmodel op de schop. De Jong noemt Frankrijk als voorbeeld waar het aantal voorgangers dat van een opleiding komt niet voldoende hoog is om aan de vraag te voldoen. Het protestantisme is booming in Frankrijk en leiderschap is nodig. Daarom is men begonnen met regionale trainingscentra om de nieuwe generatie op te leiden. Een jaar meelopen met een gemeentestichter en daarna in het tweede jaar aan de slag. Daar licht volgens de Jong de clou. Een voorgangersmodel van herder-leraar sluit niet aan bij de realiteit. Het is teveel naar binnen gericht. Een voorganger moet meer dan daarvoor naar buiten zijn gericht. De Jong noemt dit apostolisch leiderschap. Hij roept alle voorgangers en ook gemeenteleden op om pionier te worden. Dat is een opleiding en training voor nodig. Ik sta hier volledig op dezelfde lijn als De Jong. Hij pleit voor lokale trainingscentra waar mensen een twee-jarig traject kunnen volgen om de essentie van (meervoudig) missionair leiderschap onder de knie te krijgen.

Project in zuiden van het land

In het zuiden van het land is daar al een team mee bezig om een dergelijk project op poten te zetten (ik denk hierin mee). Het aantal mensen dat in deze regio nodig is, is groot. Er zijn vanuit deze regio te weinig mensen die voldoende getraind zijn om een groep praktisch en geestelijke evenwichtig te leiden. Het doel van dit team is om gemeentestichters en werkers een goede Bijbelse basis mee te geven en daarnaast mee te nemen in de praktijk van een missionaire gemeente.

Om iets dergelijks te realiseren is nodig:

  • een gedeelde visie van ondersteunende gemeenten. Ik hoop dat er gemeente zullen zijn die als Petrus “uit de boot stappen” en dit nieuwe perspectief zullen omarmen.
  • goede ervaren trainers en docenten en daarnaast een goed curriculum.
  • voldoende financiën over de langere termijn om een goed traject neer te zetten.
  • veel gebed.

Wanneer je dit leest en enthousiast bent over dit idee, laat het dan weten. Ik geef je graag meer details over deze ideeën. Wil je dit project op één of ander manier steunen, laat het dan zeker weten.

Klein is leuk!

September-4-Eating-TogetherGrote kerken worden en werden vaak als het ultieme voorbeeld beschouwd voor andere kerken. Ik sprak ooit met een voorganger die enthousiast uitlegde dat door de grootte van zijn kerk hij “veel meer kon doen”. Er was meer geld door meer gevende mensen, dus was het mogelijk om meer te organiseren. Dat idee speelt nog vele kerkleiders door het hoofd. Opbouwprincipes, leiderschap, structuur, kringenwerk, acties, sociale projecten, etc.: de kerk met honderden leden zijn daarbij het leidend voorbeeld. Toch zijn de meeste kerken in Nederland niet van die omvang. In deze post een pleidooi de “kleine” kerk die juist groot kan zijn.

Vooraf aan dat pleidooi noem ik twee categorieën die worden verwoord in twee thema´s die vaak belangrijk zijn bij de opbouw van een gemeente:

  1. structuur/organisatie: deze twee zijn nodig om sturing te geven aan een groep mensen. Er worden afspraken gemaakt over hoe alles zou moeten reilen en zeilen binnen een gemeente.
  2. relatie/gemeenschap: deze twee hebben juist te maken met de onderlinge verstandhouding. De Bijbel zegt klip en klaar dat de kerk een gemeenschap is en zonder relaties geen gemeenschap mogelijk is.

Waarom noem ik deze twee categorieën? Dat heeft de volgende redenen. De eerste categorie wordt vaak benadrukt in een grote gemeente. De tweede categorie is vaak mogelijk vanwege de eerste. Of ander gezegd: om gemeenschap te ervaren is organisatie nodig. Ik geef een voorbeeld. In een grote gemeente wordt vaak de gemeenschap in een huiskring benadrukt. Deze kringen worden georganiseerd en ontstaan vaak niet vanzelf. Om het in stand te houden is een structuur van afspraken nodig. Hoe vaak heb ik gehoord in een grote gemeente dat men elkaar niet kende. Dat wordt opgelost door gemeenschap in het klein te organiseren. We kunnen daarom concluderen dat een wezenlijk eigenschap/kenmerk van de gemeente “gemeenschap” veelal afhankelijk is van structuur en organisatie.

In een kleine gemeente kan dat op een andere wijze functioneren. Gemeenschap is mogelijk door “gewoon” met elkaar om te gaan. Elkaar leren kennen is eenvoudig. Dat merk ik nu ik in een groep van ongeveer 40 mensen zit (inclusief kinderen). Niemand zegt dat men niemand kent, want iedereen kent iedereen. Organisatie is natuurlijk nodig, maar staat in dienst van de gemeenschap. Ik denk dat we de kracht juist in een kleine gemeenschap hier moeten zoeken.

De gemeente is ten eerste een gemeenschap rondom Jezus. “Waar twee of drie vergaderd zijn, ben ik in hun midden”, zegt Jezus. We spreken wezenlijk van een christelijke gemeenschap als er meerdere mensen in Jezus´ naam bij elkaar komen. Organisatie en structuur staan in dienst van de gemeenschap en niet andersom. Wanneer een kleine gemeente dat uitbuit, komt ze volgens mij dichter bij het bijbels ideaal.

Ik sluit af met een praktisch voorbeeld. Een kleine gemeente kan uitmunten in gastvrijheid. Als mensen worden uitgenodigd voor een maaltijd en de kans krijgen om anderen te leren kennen, zal dat door een gast als enorm waardevol worden ervaren. Maar niet alleen door een gast, ook de deelnemers aan de gemeenschap ervaren wat het is om kerk te zijn als er samen wordt gegeten. Iets dergelijks organiseren is niet zo moeilijk, de impact juist heel erg groot (en kinderen, tieners kunnen zich ook thuis voelen). En… de organisatie staat in dienst van de gemeenschap!

Ben benieuwd hoe jij daar tegen aan kijkt.

Yeast in the East: 25 years after the Wall came down

Vista publiceert interessante artikelen over missionair werk in Europa. Een aanrader om je daarop te abonneren. Hierbij een artikel uit het laatste nummer dat gaat over Oost Europa. Nu juist in het nieuws vanwege de onrust in Oekraine.

Vista

Berlin wallThe kingdom of heaven is like leaven that a woman took and hid in three measures of flour, till it was all leavened.” (Matt. 13:33)

The parable of the leaven is one of the shortest of Jesus parables but one of the most powerful. It’s diminutive size, just nineteen words in the original Greek, seems to echo it’s message: that God’s Kingdom may seem small, invisible even, but given time it has such power that all around it is transformed.

Those who were privileged to observe the events of 25 years ago in Berlin and across Eastern Europe saw an extraordinary transformation unfold before their very eyes. All-powerful regimes crumbled before the irresistible force of individual acts of faith and courage.

As we approach the 25th Anniversary of the fall of the Berlin Wall on the 9th of November, the editors of Vista wanted to dedicate this issue to the events…

View original post 135 woorden meer

Hoe kan de verbinding tussen kerk en pionier tot stand worden gebracht?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAZoals in de vorige blogpost naar voren kwam,  zie ik met name in evangelische beweging een beperkte aandacht voor nieuwe kerkelijke initiatieven. Dat dat veel herkenning oproept, blijkt uit de reacties.  Iemand zei dat dat ook komt doordat veel van dergelijke initiatieven onder de radar blijven. We weten niet dat ze bestaan. Voorbeelden zijn huiskerken en Simple Churches. Zover ik het kan bezien, zijn dat vaak initiatieven op persoonlijk titel, dat zou mijn stelling dus onderbouwen. Sommige van deze groepen ontstaan doordat ze zich juist afzetten tegen de reguliere evangelische kerk.

Dat gezegd hebbende, hoe kan hier een verandering in komen? Een paar suggesties:

  1. Ten eerste is verandering van binnenuit nodig, het gaat dan om het DNA van de kerk. Gemeenten dienen opnieuw te beseffen dat de ecclesiologie in dienst staat van de missiologie en niet andersom. Nu staat de kerk in het middelpunt als een doel op zich, terwijl dat in mijn ogen in dienst moet staat van de missionaire opdracht die elke geloofsgemeenschap heeft. Pas daarna kan worden nagedacht over de praktische gevolgen voor het kerkelijk leven.
  2. Het gaat nog te goed binnen de evangelische beweging. De evangelische kerken lopen nog niet voldoende leeg om mensen te laten beseffen dat een groot deel van Nederland op zondag niet een kerk bezoekt. Daar is niet zoveel aan te doen, waarschijnlijk zijn er nog te weinig profetische stemmen die dit duidelijk kunnen maken. Jezus zei: “bidt om arbeiders voor de oogst”. Ik zou daar aan willen toevoegen: “bidt voor visionairs die ruimte creëren voor nieuwe initiatieven”. We hebben mensen nodig die aanvoelen hoe deze kloof overbrugd kan worden.
  3. Beslissers binnen kerkverbanden moeten de ploeterende pionier de ruimte geven om als entrepreneur aan de slag te gaan. Binnen evangelische kerken moeten fondsen worden vrijgemaakt om dat mogelijk te maken. Daarna moet de pionier alle ruimte krijgen zonder dat een kerkelijk bestuurder over de schouder meekijkt en vraagt naar meetbare resultaten. Ik zou zeggen: “geef hen lucht, geef hen ruimte”. Wanneer dat mogelijk is, krijgt de creativiteit de ruimte en kan “out of the box” denken omgezet worden in realiteit.
  4. Bid voor een kerk waarvoor geldt: “semper reformanda”.

 

Het dualisme tussen bestaande kerk en gemeentestichting

1165750601_extras_albumes_0_1024Deze week was ik op het “Look&Feel” event van Urban Expressions. Deze mensen hebben een heldere visie en zijn in mijn ogen goed bezig met gemeentestichting in aandachtswijken. De verhalen die werden verteld kwamen dichtbij, omdat wij bijna identiek bezig waren in Spanje. Aan het einde was er een interview met iemand en het publiek kon meepraten. Na vijf minuten was het onderwerp weer beland op de kloof tussen de bestaande kerk en de ploeterende gemeentepionier. Ik loop al een tijdje mee in deze wereld en één van de grootste uitdagingen is dit bijna onoverbrugbaar dualisme. Waar is de volmondige steun van de kerk? Wat is er aan de hand dan?
  • Het lijkt erop dat bestaande kerken het moeilijk vinden dergelijke pioniersplekken een kans te geven. De garantie op succes is er niet en controle uitoefenen is moeilijk. Daar het kostbare geld insteken, lijkt heel vaak een brug te ver, dus gebeurt het niet. Dus ploeteren deze pioniers niet alleen in de wijk waar ze zitten, maar vechten ze ook voor een bestaansrecht binnen de bestaande kerk.
  • De kerk kijkt vaak naar een dergelijke pioniersplek met de ogen van de eigen context. Voorbeelden daarvan zijn de zondagse eredienst, dogmatische overtuigingen en wijze van leiderschapsuitoefening. Als een pioniersplek zich buiten de bestaande paden beweegt, probeert de kerk toch invloed uit te oefenen om ze weer “binnenboord” te krijgen. Gelukkig wordt dit iets minder, maar het is nog steeds aanwezig.
  • Binnen evangelische kringen lijkt het erop dat veel mensen denken dat met behulp van de bestaande vormen nog steeds heel veel mensen de kerken kunnen worden binnengehaald. “We groeien nog steeds”, zegt men in de wandelgangen. Er wordt vaak vergeten dat de groei komt door aanwas uit andere kerken. Dus worden nog steeds grotere gebouwen aangekocht en hoopt men dat de hoge kwaliteit van de eredienst mensen zal aantrekken. De druk om nieuwe vormen te doordenken, is er nog onvoldoende. Gevolg is dat op dit moment de evangelische beweging op het vlak van gemeentestichting in Nederland mijlenver achterloopt op de gevestigde kerken. De PKN heeft gebouwen moeten sluiten en ziet de noodzaak in om zichzelf opnieuw uit te vinden. Binnen de evangelische beweging wordt nog onvoldoende aan de bel getrokken, omdat de nood nog niet voldoende helder is.
  • Sommige kerken willen de eigen gemeenschap meer missionair laten zijn en organiseren allerlei activiteiten die meer laagdrempelig zijn. Allerlei methodes zijn uit de VS over komen waaien om dat te stimuleren. Men vergeet echter dat het DNA van de kerk opnieuw doordacht moet worden en niet alleen de buitenkant. De essentie of de kern blijft gelijk. Wil een kerk werkelijk missionair zijn, dan zal men niet vanuit de buitenkant, maar vanuit de binnenkant het wezen van de kerk moeten doordenken. En dat allemaal vanuit een Nederlandse context.

Ik hoop dat er meer kerken zullen zijn die middelen beschikbaar stellen om pioniers een kans te geven, zodat de kloof tussen kerk en pionier oplost. En wil men dan missionair bezig zijn, hoop ik dat men nadenkt over het wezen van de kerk en niet alleen over de leuke en aantrekkelijke activiteiten. Hoop moet er altijd zijn…

 

Evangelisatie onder de noemer van discipelschap

alan hirsch | romanshorn

alan hirsch | romanshorn (Photo credit: Wikipedia)

Alan Hirsch schreef een aardig ebook onder de titel “Disciplism” (overigens gratis te downloaden op de website van Exponential). Het is een boekje dat een frisse blik werpt op het thema discipelschap.

Ik ga het boekje niet samenvattend of uitkauwen, maar pak er één interessant gedachte uit. Hirsch duikt in de tekst die normaliter de “Grote Opdracht” wordt genoemd: Mattheus 28:19-20. Hij concludeert dat in deze tekst in het geheel niets staat over evangelisatie. Het is impliciet aanwezig, maar het staat er niet. Het belangrijkste onderwerp is discipelschap. De consequentie volgens Hirsch is dat we moeten spreken over discipelschap voor en discipelschap na de bekering. Voor wie het nog kent, de schaal van Engel komt in het boekje ook nog voorbij. Deze schaal past goed in de gedachtegang van Hirsch. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop christenen proberen anderen te interesseren voor de boodschap van Jezus. Een belangrijk gevolg is dat relaties nog belangrijker worden. Discipelschap valt of staat met persoonlijk contact. Kijk naar Jezus en zijn volgelingen. O ja, wanneer kwamen de discipelen tot geloof?

Het boekje is dus gratis, een aanrader!