Gods-huizen

Jireh Small Group

Jireh Small Group (Photo credit: pchow98)

Vanuit het perspectief van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt schrijft Mark Veuring een interessante scriptie over huiskerken. Cel-kerken komen ook in de scriptie aan bod, maar omdat er weinig cel-kerken te vinden zijn in Nederland is die aandacht beperkt. Ik laat dat dan ook hier achterwege.

In het voorwoord zegt Mark Veurink dat hij als opgeleide predikant zichzelf brodeloos zou kunnen maken door deze scriptie, want in de huiskerken zijn er geen betaalde werkers. Uiteindelijk heeft de scriptie niet geleid tot het aansluiten bij of beginnen van een huiskerk, want Mark Veurink is dominee geworden na zijn afstuderen in de Vrijgemaakte Kerk van Franeker. Maar dat even terzijde.

De scriptie geeft het resultaat weer van een onderzoek naar een groot aantal huiskerken in Nederland. Veurink heeft er tijdens zijn onderzoek 101 geteld. Dat kunnen er nog veel meer zijn, want deze groepen willen niet altijd in de bekendheid komen. Marc van der Woude schat dat aantal nog hoger, maar op basis van een schatting dus en niet door onderzoek.

De naam zegt het al. Een huiskerk komt meestal in een huiskamer samen. Het is een kleine groep mensen die samen het geloof willen delen en uitdelen. Veurink definieert een huiskerk als volgt:

“… een huiskerk is een groep mensen a. van niet meer dan ongeveer twintig actief betrokkenen, b. die in een min of meer vaste samenstelling samenkomt zodat er sprake is van een wederzijdse verbintenis, en c. zichzelf beschouwt als volwaardig kerk. ‘Volwaardig’ wil zeggen dat alles wat een kerk volgens de betrokkenen zou moeten doen in deze groep plaatsvindt.”

De definitie is sociologisch geformuleerd, wat waarschijnlijk in dit geval een “politiek” goede keus kan zijn. De discussie over wat dan wel of niet een kerk is, wordt hiermee vermeden. Overigens verdedigt Veurink het wezen van een huiskerk later in de scriptie op basis van ecclesiologische motieven naar aanleiding van dr. C. Trimp die de kerk definieert als:

“… de heilige gemeenschap van de ware gelovigen die al hun heil vinden in en verwachten van Christus.” (pagina 44)

De laatste definitie sluit aan bij wat Miroslaf Volf zegt naar aanleiding van Mattheus 18. Hier kom ik nog op terug. Een waardevolle toevoeging die ik mis in de definitie van Veurink. Zelf vond ik het positief opvallend dat juist deze definitie te vinden is bij de gereformeerde Trimp. Hier kunnen evangelicalen volmondig ja op zeggen.

Vervolgens steekt Veurink in op de ecclesiologische onderbouwing van de huiskerken. In de theorie wordt vaak terug gegrepen twee zaken:

  • .. op de sociale Triniteit als model of uitgangspunt van een gemeenschap. Basis is “After our likeness” van Miroslaf Volf.
  • .. op Mattheus 18:20 waar Jezus zegt dat Hij aanwezig zal zijn op die plaats waar 2 of 3 christenen bijeen zijn. Ook hier speelt Volf een rol, maar ook breder doet de Free church movement haar invloed gelden.

Nu zie ik in de huiskerk literatuur die ik ken niet veel terug van deze twee punten. De aandacht is daar meer pragmatisch. De eerste kerken waren huiskerken, dus is het bijbelser dit ook in de huidige tijd te doen volgens degenen die het huiskerk-model verdedigen. De “gemeente”-teksten uit Handelingen zijn daarom belangrijk. Theologisch valt men bijvoorbeeld terug op  het “oikos/oikodomeo” thema (zie voor verdere uitleg hiervoor Ralph Neighbour, Where do we go from here, p40vv). In “Huizen die de wereld veranderen” van Wolfgang Simson wordt de vijfvoudige bediening als basis gebruikt voor de opbouw van een huiskerk. In mijn ogen geeft Volf een goede basis voor een free-church-ecclesiologie, maar ik zie niet dat dat is overgenomen in de huiskerk literatuur (trouwens ook niet bij een cel-church aanhanger als Comiskey).

Veurink benadrukt de doelen van de huiskerk op juiste wijze: het gaat meestal om een missionaire taak en het beleven van de gemeenschap. Veel huiskerk bezoekers missen deze elementen in de traditionele kerken. Veurink zegt:

De onderzochte huiskerken noemen meestal twee doelen: de opbouw van het geloof van haar leden en de missionaire opdracht van de kerk. In de gereformeerde ecclesiologie komt het doel van kerkzijn veel minder naar voren. Een uitzondering hierop is Mees te Velde die zes doelen van kerkzijn formuleert: Christus leren kennen, één worden met Christus, het leven delen met broeders en zusters, Gods rijk aan de hele wereld verkondigen, God de eer geven en een woonplaats zijn voor God (pagina 45).

Met de aanvulling van Mees te Velde verdedigt Veurink de de huiskerk ten opzichte van de (vrijgemaakte) gereformeerde traditie. Hij werkt dat verder uit met behulp van de ecclesiologische functies die hij vindt bij Te Velde. Veurink zegt:

Iemand die wel vanuit gereformeerd perspectief heeft nagedacht over functies van kerkzijn is Te Velde. Hij schetst een model van zes dienstgroepen die de zes taken van de kerk zijn. Drie hiervan hebben te maken met de gemeenschap met God, te weten: verkondiging, levenswijding en onderricht. De andere drie hebben te maken met de gemeenschap met elkaar, te weten: opzicht, samenleven en barmhartigheid. De missionaire taak van de gemeente is geen aparte dienstgroep maar een dimensie van alle zes de dienstgroepen.73 In de evaluatie van de functies van kerkzijn grijp ik steeds terug op dit model (pagina 50).

Veurink laat zien dat deze functies prima passen in het huiskerk-model en dat huiskerken ecclesiologisch volledig gereformeerd kunnen zijn. Het lijkt zo te zijn dat Veurink naar een legitimatie zoekt voor het huiskerk model binnen de eigen denominatie. Blijft natuurlijk nog wel de vraag staan hoe Volf en de gereformeerde ecclesiologie aan elkaar verbonden kunnen worden. Kunnen we omgekeerd zeggen dat de gereformeerde ecclesiologie ook onder de Free-churches zouden kunnen vallen? In mijn oogpunt een is dat een interessante vraag.

Al met al een mooi pleidooi voor een beweging die weinig aandacht krijgt, waarschijnlijk ook omdat ze dat zelf graag zo willen houden.

De volgende scriptie is van Jan Janssen met de titel “Goed nieuws voor mondige mensen” uit 2013.

Advertenties

Bespreking van een aantal master scripties over Kerk-zijn

Er zijn de laatste tijd op de VU en de Theologische Universiteit Kampen de laatste tijd een aantal interessante Master scripties geschreven die meer aandacht verdienen dan ze hebben gekregen. Mijn doel is de komende posts aan een aantal daarvan te bespreken. De eerste in de rij is de scriptie uit 2012 met als titel: “Gods huizen – Een onderzoek naar huiskerken en celkerken in Nederland”, geschreven door Mark Veurink.

Gemeentestichting in GKV

The Delftsevaart with the St Lawrence' Church ...Gemeentestichting staat al een paar jaar in de belangstelling bij kerkelijk Nederland.Er zijn een paar boeken over het onderwerp geschreven. Organisaties zijn in het leven geroepen om initiatieven op te starten en te sturen. Kerken zijn ermee bezig. Als we naar de doelgroepen kijken dat richt men de activiteiten met name op de steden. Steden als Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag zijn populair.

Toch zien we ook initiatieven op het platteland, zij het dat het aantal projecten minder hoog is. Lees bijvoorbeeld het rapport van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, hier op te vragen. Dit document beschrijft de initiatieven en de onderbouwing ervan. Opmerkelijk zijn de thema´s die worden besproken: huiskerken,  monastieke initiatieven, Fresh Expressions, Simple church/Simpel kerk, etc. In de lijst met komen verschillende huiskerken en kerken op het platteland voor. Een document dat een goed beeld geeft van hoe de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt hiermee aan de slag zijn gegaan de afgelopen jaren.De theorie wordt hier praktijk. Een aanrader om eens te lezen, het stemt hoopvol.

Ik heb zitten zoeken op vergelijkbare documenten waarin een evaluatie van projecten is opgenomen. Tot nog toe nog zonder resultaat. Weet jij er nog meer online te vinden?

 

Enhanced by Zemanta

Bouw uw koninkrijk op aard

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te ...

Nederlands: Negatief. Een groep christenen te Hatoesoeha, Seram (Photo credit: Wikipedia)

Introductie

Deze blogpost is een reactie op een Facebook bericht van Rocco Rausch die dit artikel onder de aandacht bracht. Naar aanleiding van het bericht werd er gesuggereerd dat het beter zou zijn om over koninkrijksplanting te spreken dan over kerkplanting cq. gemeentestichting. Als reactie daarop zei ik dat dat theologisch onhoudbaar is. Daarop werd de vraag gesteld “Waarom kunnen we niet over koninkrijksplanting spreken?” Deze post is daar een antwoord op.

Waar gaat het artikel over?

Het artikel gaat over een gemeentestichter en zijn ervaringen van de afgelopen jaren. Hij is bezig geweest met het stichting van een gemeente:

  • dit kostte heel veel geld
  • het was planmatig helemaal dichtgespijkerd (inclusief missie en visie)
  • de kerk had al snel een gebouw en staf
  • er was maar een beperkt aantal mensen dat tot geloof kwamen en daarna andere mensen tot discipelen maakten.
  • vanuit de kerkplant werden mensen geholpen discipelen te worden.

Daarna heeft de schrijver een “aha erlebnis” tijdens een conferentie. Tijdens deze conferentie wordt de nadruk gelegd bij gemeentestichting op:

  • discipelen maken: mensen helpen volgelingen van Jezus te worden.
  • discipelen zorgen er voor dat andere mensen discipelen worden, zodat er sprake is van vermenigvuldiging.
  • op deze wijze ontstaat een beweging die de hele wereld bereikt.

Uit deze beweging zou een kerk kunnen ontstaan op een organische wijze als twee of drie bij elkaar komen. Volgens de schrijver heeft dit geen organisatiestructuur nodig om te bestaan en om onderhouden te worden. Hij zegt dat de bijbel geen opdracht bevat waar wordt gezegd dat we gemeentes moeten stichten, gemeentestichting volgt op discipelschap en niet andersom. Waarschijnlijk komt ook hier de opmerking vandaan dat er sprake is van koninkrijksplanting.

Mijn respons…

Ten eerste een reactie op de hermeneutische aanpak van de schrijver als het gaat om het ontbreken van de opdracht in het Nieuwe Testament om gemeenten te stichten. Hij heeft gelijk als het gaat om de evangeliën, daar wordt deze opdracht niet genoemd. Alhoewel, Mattheus spreekt wel over de gemeente, maar niet in de context van het stichten ervan. In Handelingen 13 evenwel worden een aantal mensen, waaronder Paulus, uitgestuurd om gemeentes te stichten. Het verhalende gedeelte spreekt niet van een opdracht, het gedeelte is beschrijvend en niet voorschrijvend. Maar in de eerste gemeenten was er zeker sprake van gemeentestichting. Paulus schrijft zijn brieven aan gemeenten, waarvan hij sommige heeft gesticht. De kerk is daarmee door gegaan en heeft hem daarin gevolgd.Ik leg dat naast een ander voorbeeld dat het breder trekt. In het Nieuwe Testament komt geen opdracht voor die het preken op zondag voorschrijft. Toch preekt men in bijna elke kerk tijdens de samenkomst en de meeste christenen hebben daar geen Bijbelse bezwaren tegen.  Het ontbreken van een opdracht wil niet zeggen dat een praktische uitwerking direct tegen de Bijbelse boodschap ingaat.

Ten tweede kan ik mij helemaal vinden in de nadruk die de schrijver legt op discipleschap. In Mattheus 28:19 geeft Jezus de opdracht om discipelen te maken.Hij benadrukt dat een kerk niet opgehangen is een organisatie of een gebouw. Ik citeer uit zijn artikel:

It takes absolutely no organizational infrastructure to begin it or to maintain it. It only takes commitment and consistent intentionality, making the mission of Jesus to reach people a life-priority.

Het is idealistish om te zeggen dat een groep mensen die samen wil komen zonder organisatie een lange levensduur heeft. Natuurlijk heeft ook een “organische” groep in een netwerk-setting sturing en organisatie nodig, al was het alleen maar om te bepalen waarom ze een groep zijn en bij elkaar komen op een specifiek tijdstip.

Nu naar de vraag: “Waarom is het spreken over “kingdomplanting” theologisch niet houdbaar?” Als we de nadruk leggen op het discipelen maken en we niet direct het vormen van een kerk als doel hebben, spreken we dan niet het koninkrijksplanting? Ik heb zitten googelen op het woord “kingdom planting”  en “planting the kingdom”, echter zonder resultaat. Ook de Nederlandse varianten leverden niets op. Het woord is dus een unieke vondst.

In de eerste plaats moeten we onderscheid maken tussen de kerk/gemeente en het koninkrijk. Beide hebben een relatie, maar zijn niet gelijk aan elkaar. Dat is in deze context van belang omdat vanaf de eerste Pinksterdag tot nu toe aan kerkplanting/gemeentestichting wordt gedaan en niet aan koninkrijksplanting. George Eldon Ladd zegt het zo in zijn “New Testament Theology”:

“Het koninkrijk brengt de kerk voort”.

Door de boodschap van Jezus worden mensen uitgedaagd om als gelovigen “gemeenschap” te hebben met elkaar. De boodschap van Jezus wordt ook het “evangelie van het koninkrijk” genoemd.

Ten tweede zegt Ladd:

“De kerk kan het koninkrijk niet bouwen of het koninkrijk worden, maar de kerk getuigd van het koninkrijk, – van Gods reddend handelen in Christus in het verleden en in de toekomst”

Dit is een belangrijke uitspraak. Het gaat niet om planten, maar om getuigen.

In de tweede plaats, in het Nieuwe Testament zien we dat de gemeente van Jezus steeds een lokale representatie heeft. Paulus schrijft zijn brieven aan een lokale gemeente die samenkomt. Deze gemeentes zijn op een specifiek moment begonnen. Zij maken één op één deel uit van de gemeente van Jezus wereldwijd. Dit onderscheid kent het Koninkrijk van God niet. Er is geen lokale variant van het “wereldwijde” koninkrijk van God. Het koninkrijk heeft haar oorsprong in God (Mattheus 6:10). Als we dit logisch doortrekken is het niet mogelijk om het koninkrijk te beginnen of te stichten/planten. Het koninkrijk is reeds aanwezig en ook nog niet volledig of volkomen zeggen bijvoorbeeld Ladd en Ridderbos. Het Koninkrijk wordt “groter” als mensen zich bekeren en Jezus als hun Koning accepteren. Het koninkrijk is daar waar God heerst en dus Koning is. Ladd zegt over het accepteren van het evangelie van het koninkrijk (nu een keer onvertaald):

“The Kingdom is working quietly, secretly among men. It does not force itself upon them; it must be willingly recieved”

Ten derde, het Koninkrijk is een mysterie zegt Marcus (Marcus 4:11-12). Het wordt duidelijk voor hen die de boodschap van Jezus of het evangelie van het Koninkrijk ontvangen en accepteren (Mattheus 4:23). Gelovigen kunnen het koninkrijk niet “planten” maar mensen wel wijzen op het evangelie van Jezus en hen helpen om discipelen van Jezus te worden. Daarmee wijzen ze tegelijkertijd op de realiteit van het Koninkrijk. Dat zou men nog kunnen uitbreiden door te zeggen dat mensen kunnen “getuigen” van het koninkrijk door recht te spreken, recht te doen, er te zijn voor een ander, de ander te helpen in de nood (Mattheus 25:31-46). Christenen die zijn als Jezus, die het Koninkrijk inaugureerde, “beërven ze het Koninkrijk” (Mattheus 25:34).

KLINK Veenendaal

De laatste weken hebben we twee maal een nieuw kerkelijk initiatief bezocht dat de naam KLINK draagt. Op de website staat: “een fris geluid, een positieve toon”. Het is een groep die naast een bestaande evangelische gemeente ontstaat. Het is goed te zien dat een dergelijk initiatief gesteund wordt en dat er ruimte is om iets nieuws te beginnen binnen een bestaande context. Alle lof daarvoor! In deze korte beschrijving een aantal aspecten die eruit springen.

In het visie document merk ik dat de initiatiefnemers goed hebben geluisterd naar de “missional” beweging. De ideeën van deze beweging zijn bijna één op één terug te vinden in het document. Deze ideeën zijn ontstaan in een met name Angelsaksische context. Het is interessant hoe deze ideeën opgepakt worden in de Nederlandse biblebelt. De laatste bijeenkomt was een samenkomst van stilte en gebed. Het was een verademing om op zondagochtend stil te worden om samen en alleen de bijbel te lezen en naar aanleiding van de tekst gewoon stil te zijn en te bidden. Ondanks de stilte ademde de samenkomst een verbondenheid met elkaar.

Ik noem een aantal karakteristieke van de groep. Er is een theologische nadruk op het koninkrijk van God en het centraal stellen van Jezus. Interessant zal zijn hoe deze twee theologische waarden in de gemeenschap praktisch vormgegeven zullen worden. Een vraag die bij mij bijvoorbeeld speelt is: Hoe kan de geloofsgemeenschap een expressie zijn van het koninkrijk van God? Daarmee komen we op praktisch theologische en missionaire aspecten van de groep. Voor KLINK is de gemeenschap belangrijk. In de samenkomsten die ik heb bezocht doet iedereen mee in het proces van samen zijn. De samenkomst begint met koffie en eindigt ermee. Het is een vorm om vooraf al met elkaar in contact te zijn. De samenkomsten zelf zijn creatief en kennen verschillende vormen en groepsverbanden. Op een zondag waarop ik aanwezig was, ging de grote groep uiteen in verschillende kleinere groepen. Ik zat bij de groep “Denken en Verdiepen”, Mariska ging de wijk in met de groep “Natuur en Actief”. Daarnaast zijn er nog twee andere groepen: “Zorg en Actie” en “Expressie en Zintuigen”. In onze groep ontdekte ik dat er verschillende mensen waren die op zoek zijn naar een dergelijk expressie van het geloof en het karakteristieke evangelische “beleven” in gedachten al achter zich hebben gelaten. Deze groep is voor een aantal het “laatste redmiddel”. Het geloof is God is er zeker wel, maar het individueel beleven van het geloof in een grote groep staat ver van hen af. Deze groep zoekt naar een antwoord op dat verlangen naar een verdiept samenzijn.

In de lijst met waarden mis ik specifieke aandacht voor het missionaire aspect. Het is aanwezig in andere beschrijvingen, maar dan indirect.  Bijvoorbeeld in de waarde “navolging 24/7”. In een eerdere versie van het document heette dit met een Engelse term “incarnational”. Deze uitleg wordt erbij gegeven:

De hoop op het Koninkrijk beïnvloedt ons hele leven, niet alleen de zondagochtend waarop we als KLINK samenkomen, maar ook op de plek waar we wonen, werken en recreëren. Overal mag het goede nieuws van het Koninkrijk onze omgeving kleuren en smaak geven. Jezus koos ervoor onderdeel van de wereld te worden. Als navolgers van Hem willen we hoop en liefde belichamen midden in de wereld. We zijn betrokken aanwezig, gewoon tussen de mensen.

Het missionaire aspect lijkt een “zuurdesem” dat alle andere waarden beïnvloedt. De praktijk zal moeten leren hoe dat wordt opgepakt. Een ander aspect is het procesmatige denken in relatie tot spiritualiteit/geestelijke groei en het nadenken over theologische vraagstukken. Ook hier springt de term “samen” eruit. Mensen hebben verschillende ideeën bij de term spiritualiteit, maar het kan samen worden beleefd. Dat geldt ook voor theologische overtuigingen die als een proces zich ontwikkelen en waar binnen de groep ruimte is om dat te delen. De vraag die in een later stadium zeker naar boven komt is: “everything goes?”. Of wel, mag je alles geloven en elke theologische gedachte is juist? Het corrigerend gehalte van de gemeenschap moet dan haar “werk” gaan doen als de theologische grenzen van de gemeenschap worden bereikt. Het lijkt mij een proces dat zeer waardevol kan zijn in de toekomst.

De laatste waarde is opmerkelijk: “trouw en betrouwbaar zijn”. Opmerkelijk omdat het iets zegt over het commitment aan de buitenwereld en aan elkaar. Trouw is een deel van de geestelijke vrucht (vergelijk dit met 2 Tess 3:2). Trouw aan de samenleving is een groot goed als dat gegrond is in de trouw aan elkaar. Zoals ik eerder zei is KLINK een lovenswaardig initiatief waarvan ik hoop dat het de eerste kinderziektes zal overleven en waar mensen een geestelijk huis zullen gaan vinden.

Enhanced by Zemanta

Bonhoeffer: pastor, martyr, prophet, spy

Dietrich Bonhoeffer

Dietrich Bonhoeffer (Photo credit: Wikipedia)

De afgelopen tijd heb ik de magistrale biografie van Eric Mataxas gelezen over het leven van Dietrich Bonhoeffer. Ten eerste een aanrader vanwege de meeslepende stijl van Mataxas, een schrijver en researcher van formaat. De lezer kruipt door het leven van Bonhoeffer, wordt getransporteerd naar de tijd waarin hij leefde en leeft mee met de mensen die naast Boehoeffer stonden: familie, vrienden en geliefden. Ten tweede is het leven van Bonhoeffer een inspiratie. Bonhoeffer was theoloog van academisch niveau met een groot pastoraal hart. In het leven van Bonhoeffer staat de theologie in het teken van de vertaling naar het leven van alledag. Opvallend daarnaast is dat Mataxas benadrukt dat de mensen die hem meemaakten hem een aardig mens vonden.

Zonder het werk van Mataxas hier te herhalen, wil ik een aantal voor mij opvallende zaken noemen. Bonhoeffer is met name bekend door zijn verhandelingen over religieloos christendom en goedkope genade. Ik kom daar direct op terug. Bonhoeffer komt uit een academisch gezin. Vader Karl was geen christen, zijn moeder Paula kwam uit een piëtistische achtergrond. In het gezin heeft dat volgens Mataxas geen spanningen gegeven. Op latere leeftijd zal dat van invloed zijn op het leven van Bonhoeffer. Hij maakt een bewuste bekeringservaring mee, waarbij zijn kennis van geloof niet alleen theologische kennis is, maar ook ervaringskennis. Later zal blijken dat Bonhoeffer daartussen geen spanning ervaart. Verschillende broers komen om vanwege de oorlogen uit de vorige eeuw, dat heeft grote impact gehad op het gezin.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zal de kerk in Duitsland zich vereenzelvigen met het Nazi bewind. Het boek gaat hier diep op in. Bonhoeffer is één van de initiators van de Bekennende Kirche die zich losmaakt van de Duitse staatskerk als reactie daarop. Hij beschouwt de Bekennende Kirche als de ware kerk die Christus navolgt. Mataxas laat zien de de staatskerk de joods invloeden in de kerk, de “joodse” invloeden in de theologie en de referenties in de Bijbeltekst aan joodse denkwijzen en gebruiken, schrapt (dat levert gekunstelde NTische exegeses op). Bij mij riep dit vele vragen op. Hoe had het zover kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat de kerk de Nazis heeft kunnen volgen? Dat zijn niet alleen vragen voor toen, maar nog steeds voor nu. Staat de kerk werkelijk op tegen onrecht en past het zich aan aan de overheersende cultuur?

Bonhoeffer heeft tijdens zijn leven gezocht naar het wezen van de kerk en de kern van het geloof. Dat leverde onder andere twee klassiekers op die nu nog veel gelezen worden: “Navolging”, en “Verzet en overgave” (in mindere mate, maar zeker belangrijk is zijn boek over Ethiek). Het leven van Bonhoeffer eindigt aan de galg, maar daar aan vooraf zien we iemand die de genade van God serieus neemt, maar ook de consequenties daarvan in zijn eigen leven toe-eigent. Het betekent vrijheid in Christus, maar ook vrijheid van menselijke instellingen. Bonhoeffer heeft zich tijdens zijn leven in de loop naar en tijdens de 2de Wereldoorlog verzet tegen het onrecht van het Nazisme.Hij schreef daarover, maar zette zich ook actief in. Hij naam deel aan een groep die Hitler van het leven wilde beroven, maar deze pogin mislukte op een haar na. Dat loopt voor hem en vele van zijn vrienden en bekenden fataal af. De vraag die bij mij steeds naar boven kwam was deze: “Hoe ver gaat onze “navolging” van Jezus?” Zijn er grenzen aan de navolging?

Bonhoeffer is één van de initiators van de Bekennende Kirche. Hij zet het onafhankelijk seminarie “Finkenwalde” op waar voorganger worden toegerust. Doceren in Berlijn was voor hem toen al niet meer mogelijk. De staatskerk wordt een marionet van het naziregiem en voert de druk uit op de kerken op die zich daarvan afscheiden. Wat brengt een religieuze instelling zover dat ze hier naar afglijdt? In “Verzet en overgave” denkt Bonhoeffer na over een religieloos christendom. Voor mij is dit een deconstructie van alle ballast in de kerk en een terugkeren naar de kern waar het allemaal om gaat.Het is de genade voor iedereen, inclusief de Joden.  Als terdoodveroordeelde is Bonhoeffer is staat om daar met grote scherpte naar te kijken.

Metaxes schrijft boeiend. Een aanrader die raakt en blijft raken. Het is misschien ook een aansporing om niet alleen over maar ook van Bonhoeffer te lezen.

 

 

Enhanced by Zemanta