Wat is kerk? (1)

756px-Overzicht_-_Scherpenzeel_-_20195978_-_RCE

Deze week kwamen er in Scherpenzeel twee mensen langs van het team Pionieren uit de PKN. Vertegenwoordigers van drie kerken waren present. Het werd een inspirerende avond waarin over en weer werd gesproken over de kerk van vandaag de dag. Een aantal zaken vielen mij op en die noem ik hier. Ik baseer me daarbij ook op gesprekken die daarvoor door mij zijn gevoerd met een aantal mensen. Maar voordat ik dat doe, schets ik kort vanuit mijn perspectief de Scherpenzeelse situatie.

Schets Scherpenzeel

Scherpenzeel is een dorp op de biblebelt. In vergelijking tot andere delen van Nederland gaat hier een redelijk percentage van de mensen naar de kerk. Dat percentage daalt ook hier, maar minder snel. Mijn schatting is dat zo’n 30% regelmatig naar de kerk gaat. Er is een grote bevindelijke vertegenwoordiging, zichtbaar onder andere door een groot kerkgebouw aan de rand van het dorp. Deze groep groeit doordat mensen vanuit deze achtergrond naar Scherpenzeel verhuizen. De groep functioneert op een eiland en is alleen merkbaar door het lokale stemgedrag. Er is een kleine Vrije Evangelische Gemeente die worstelt met haar voortbestaan vanwege de vergrijzing. De Christelijke Gereformeerde Kerk is een streekgemeente, waarvan de helft van de mensen uit Woudenberg komt. Hoewel het een levendige, eigentijdse gemeente is en groeit, vertrekken er ook mensen naar grote evangelische gemeenten in de buurt (bijvoorbeeld Mozaiek0318 in Veenendaal). Ook de PKN gemeente leeft door de vele activiteiten, maar de leeftijdscategorie van 18-30 jaar ontbreekt bijna volledig in de diensten. De Hersteld Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Bondsgemeente weten de leden redelijk vast te houden. Met name de laatste gemeente heeft een actieve jongerengroep. Toch zijn ook hier mensen die zo nu en dan ‘bijtanken’ in een evangelische gemeente in de buurt. Het ‘Kerkplein’ is een platform dat een aantal kerken aan elkaar bindt.

Kerkelijke beweging

De ontkerkelijking neemt ook toe in Scherpenzeel. Dat zie ik op de basisschool waar de kinderen naar toe gaan en op de voetbalclub waar mijn zoon lid van is. Het aantal kinderen dat regelmatig in de kerk komt, is in beide groepen beperkt. Wat moet je daarmee? Hoe reageren mensen daarop die wel naar de kerk gaan? Antwoorden vinden op deze ontwikkelingen is complex. Ik ga proberen wat lijnen te trekken. Hier benoem ik twee dingen die de problematiek zichtbaar maken.

  1. Er zijn kerkmensen die naar een evangelische gemeente in de buurt vertrekken (in het Engels: ‘circulation of the saints’). Men zegt wel eens dat de evangelische beweging de onbetaalde rekening is van de traditionele kerk en dat lijkt hier ook op te gaan. Als kerkmensen de plaatselijke kerk al inruilen voor een evangelische variant, wat zegt dat over mensen die niet naar de kerk gaan en uitgenodigd worden om dezelfde traditionele kerk te bezoeken? Het zou op zijn minst de kerk in beweging moeten zetten. De PKN gemeente en de Christelijke Gereformeerde Kerk houden daarom regelmatig praise-avonden. Ik merk wel op dat deze activiteiten vooral kerkleden aantrekken (dat was in de evangelische beweging trouwens ook al het geval). Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als deze voor sommige kerkmensen al onaantrekkelijk is?
  2. Om mensen van buiten de kerk bij het geloof te betrekken, wordt de Alpha cursus georganiseerd. Elk jaar komen daar tussen de 15 en 20 mensen op af. Een aantal komt uit de kerk en bij hen wordt het geloof verdiept. Degenen van buiten de kerk worden soms christen, maar een klein aantal vindt daarna de weg naar de kerk. De kloof tussen Alpha en de kerkdienst op zondag is te groot. Sommigen proberen het wel, maar haken na verloop van tijd af. Het is zoeken naar nieuwe kerkelijke vormen om deze mensen een plek te geven. Dat was ook de reden dat de vertegenwoordigers van de PKN naar Scherpenzeel kwamen. Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als kerkvormen niet aansluiten bij de context?

Twee eerste opmerkingen van mijn kant

In de gesprekken die ik met mensen voerde, vielen deze dingen mij op.

  1. De evangelische beweging wordt door sommige kerkmensen in Scherpenzeel nog steeds als een bedreiging ervaren, omdat ze gevoed wordt door leden uit de traditionele kerk. Daar heeft men helemaal gelijk in. Maar volgens mij is een lerende houding van binnenuit nodig. Kijken bij het Evangelisch Werkverband zou een optie kunnen zijn (als de eigen kerkelijke ligging dat toelaat). Overigens kampen evangelische gemeenten met dezelfde problemen. ‘Circulation of the saints’ is ook daar gemeengoed.
  2. Traditionele kerkelijk vormen spreken mensen van vandaag de dag niet meer aan. In de gesprekken die ik voer, blijkt dat sommige mensen wel wat met geloof hebben, maar niets met de kerk. Dat zegt veel over wat de kerk is en hoe deze functioneert. Ook op de biblebelt is het gesprek noodzakelijk over deze thema’s. Moeten kerken de eigen identiteit en vormen vasthouden? Of moet men vormen aanpassen aan de maatschappelijke ontwikkelingen?

In een volgende post meer.

Advertenties

Methode of model?

Kerkmodellen zijn populair geweest. Het begon in de 90er jaren met WillowCreek, Saddleback of  Natuurlijke Gemeente Ontwikkeling. Het idee is dat wanneer een model over een gemeente wordt gelegd, dat het gemeenteleven in de breedste zin van het woord, er beter van wordt (in de praktische theologie worden “modellen” ook in een andere context gebruikt, maar dat laat ik hier even buiten beschouwing). Gemeentemodellen zijn vaak statisch en houden geen rekening met de context waarin het model toegepast wordt. De vijf doelen van Warren´s “Doelgerichte gemeente” gaan niet in op de gemeentecontext waarin ze worden toegepast, of dat nu Friesland, Noord-Brabant of Italië is. Daarnaast is een evaluatie niet opgenomen in de wijze van denken. Daarnaast zijn deze modellen vrij statisch.Het zou bijvoorbeeld kunnen dat er meer doelen zijn (Warren) of duigen (Natuurlijke Gemeente Ontwikkeling). De modellen zijn mijns inziens het resultaat van modern denken, waar men vaak uitging van de maakbaarheid van en binnen de gemeente.

Een gemeente daarentegen is een organisch geheel en elke context is uniek. Het is dan ook de vraag of bovenstaand model in elke Elke gemeente ziet er daardoor anders uit, of zou er anders uit moeten zien. Dat er geen eenduidige ecclesiologische benadering vanuit het Nieuwe Testament is te destilleren, daarover zijn de meeste praktische theologen het wel over eens. De praktijk leert dat er verschillende praktische vormen zijn: van huis- tot megakerken.

Binnen het kader van de Praktische Theologie zien we daarnaast aandacht voor diverse methoden. Door Whitehead en Whitehead wordt in “Method in Ministry” een methode omschreven als:

… the dynamic or movement of the reflection. It outlines the stages through which the conversation proceeds. The initial stage (attending) involves seeking out the diverse information residing, often in a partly-hidden fashion, in personal experience, the religious tradition, and the culture. An intermediate stage (assertion) instigates a dialogue among these sources of information in order to clarify, challenge, and purify the insights and limits of each. The final stage (pastoral response) moves the reflection form insight toward personal and communal action.

In een schema ziet het er zo uit:

Pastoral-Cycle

Ten opzichte van de modellen van bijvoorbeeld Warren of Schwarz, verschilt deze methode, ook wel de “pastoral cycle” genoemd, op een aantal punten:

  1. De ” pastoral cycle” neemt heeft het gemeentelijk proces serieus. Het is een gesprek tussen de christelijk traditie, persoonlijke ervaring en de cultuur. Contextualisatie komt direct in beeld. Dat is met name van belang in Nederland waar het christelijke fundament niet meer de maatschappij bepaald en daarom opnieuw over kerk in de context nagedacht moet worden.
  2. De “pastoral cycle” neemt het gesprek serieus. Het proces is een doorlopen gesprek om via tussen de theologische.verantwoording en het thema dat onderzocht wordt.
  3. De “pastoral cycle” kan leiden tot uiteenlopende antwoorden. Omdat elke kerkelijk situatie anders is, zal de actie die volgt zich aanpassen aan de context. Er is daarom geen eenduidige uitkomst.
  4. In een seculiere samenleving als die van West Europa, zullen methode die het proces voorop stellen beter aansluiting vinden bij de context, dan een model dat die aandacht achterwege laat.

De ” pastoral cycle” is één van de methoden die vanuit de Praktische theologie gemeente binnenkomen. Toch zie ik weinig van de Praktische Theologie terug in met name evangelische gemeenten. Dat is een gemis volgens mij. Het genomende boek van Whitehead en Whitehead kan helpen, maar ook studies van Helen Cameron zijn een stap in de goede richting.

Van Blokker, C&A, Kruidvat, Bruna naar speciaalzaakjes met stijl

8174-adriaan-iphDe grote zaken in Nederland hebben het moeilijk. V&D is al uit het winkellandschap verdwenen. Anderen zoals de bijvoorbeeld de Marskramer en de Schoenenreus zijn al een tijdje weg. Nu heeft Blokker heeft het moeilijk, ondanks de aanpassingen die worden doorgevoerd. Deze winkels hebben allemaal iets gemeenschappelijks. Het zijn winkels die in elk dorp of stad hetzelfde zijn. Lange tijd zagen winkelstraten er grotendeels hetzelfde uit. Maar er is een verandering gaande. Er komen steeds meer speciaalzaken die de klant persoonlijk helpen en een afgestemd product leveren. Dat kan biologisch verantwoorde groente zijn of kleding van een specifieke stof gemaakt.

Evangelische kerken kunnen leren van deze ontwikkeling (ik heb het even niet over Protestantse kerken of nog andere denominaties). De afgelopen jaren zagen veel evangelische kerken er eender uit. Ze hadden dezelfde liturgie of het gebrek daaraan, zongen dezelfde liederen uit Opwekking, hadden gelijke aanpak van kringen en kinderwerk, enz. Weinig kerken dachten na over het afstemmen op de eigen omgeving. Met een mooi woord wordt dat contextualisatie genoemd. Steeds meer kerkplantingen nemen echter tegenwoordig de omgeving serieus en passen hun aanpak aan. Het maakt nogal wat uit als je in een omgeving zit met veelal mbo-ers of universitair geschoolden.

Het is een goede ontwikkeling die ik toejuich en waarvan ik hoop dat het ook binnen bestaande kerken wordt opgepakt. Dat zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat de kerk moet groeien door kleiner te worden om zo afgestemd te zijn op de omgeving zoals een kruidenierszaak op de straat waarin ze zit.

Goed boos

stacks-image-90d6a83-126x180Binnenkort wordt de 1000ste cursist ingeschreven voor de training “Goed boos” van Gerard van der Schee. Dat de training populair is, blijkt wel uit het feit dat dit aantal in relatief korte tijd is bereikt. Deze, en andere vergelijkbare cursussen, zijn het resultaat van de constatering dat onderlinge conflicten in evangelische gemeenten gemeengoed lijken te zijn en dat mensen daardoor boos zijn.

Mediators, counselors of organisatiedeskundigen worden ingezet om ruzies om te zetten in harmonie, maar helaas is het resultaat niet vaak positief. Het aantal voorgangers dat vertrekt of het aantal splitsingen van evangelische gemeenten is hoog. Ik heb geen getallen, maar het aantal lijkt alleen maar te stijgen.

Vorige week interviewde ik een dominee uit een PKN gemeente. Tijdens het gesprek kwam dit fenomeen ook ter sprake. Hij vroeg mij waarom er toch zoveel evangelische gemeenten uiteenvallen. Er zijn in PKN gemeenten ook conflicten, maar het komt weinig voor dat kerken daardoor scheuren en er twee PKN gemeenten ontstaan. In het verleden gingen sommige Protestantse groepen wel hun eigen weg op theologische gronden, denk aan het ontstaan van dezelfde PKN. Dat leverde bijvoorbeeld de Hersteld Hervormde kerk op. Maar dat is niet wat ik hier bedoel. Want in evangelische gemeenten gaat het heel vaak niet om de theologie.

Gewone ordinaire ruzies in evangelische gemeenten hebben veel pijn als resultaat en soms lopen mensen na jaren nog rond met kerkelijke trauma’s. Er treedt daardoor een enorme kerkelijke versnippering op. Terug naar de vraag van de PKN dominee: “Waarom gebeurt dat zoveel in evangelische gemeente?” Dat is een vraag die me al een tijd bezig houdt. Na aanleiding van dat gesprek, probeer ik een aantal verklaringen te vinden.

  1. Evangelische gemeenten bestaan relatief vaak uit mensen met verschillende kerkelijke achtergronden. Velen van hen zijn “church hoppers”. Deze mensen nemen de eigen kerkelijke traditie mee en willen dat ook graag terugzien in de nieuwe gemeente. Groepsvorming kan het resultaat zijn en daardoor een basis voor conflict. De charismatische aandacht voor de Heilige Geest heeft bijvoorbeeld veel tweespalt gebracht, terwijl de Geest toch eenheid brengt.
  2. Veel voorgangers kenmerken zich door charismatisch leiderschap. Het enige nadeel van deze vorm is dat ze hun eigen plannen vaak belangrijker vinden dan de geestelijke gesteldheid van de gemeente. De voorganger loopt dan voor de troepen uit zonder achterom te kijken.
  3. Sommigen evangelische gemeenten hebben een kerkmodel en geen ecclesiologie. Dat wil zeggen dat bedrijfsmatige processen belangrijker zijn dan nadenken over wat de Bijbel zegt over de kerk. Ik zie om me heen dat dan de broederlijke en zusterlijke gemeenschap en geestelijke groei onder druk kunnen komen te staan. Een goed voorbeeld daarvan is het Reveal onderzoek in Willowcreek Community Church dat naar boven bracht dat leden niet groeiden naar volwassen christen-zijn in deze kerk.
  4. Ik ben wel eens teleurgesteld in het geestelijk niveau van christenen die al een lange tijd op weg zijn met God. Dit zeg ik niet met een opgeheven vingertje, zo van, wat doen zij het toch allemaal beroerd. Soms zie ik principes uit de Bijbel die met voeten worden getreden door “volwassen” christenen. Dat doet pijn, want het wordt vaak zichtbaar tijdens conflicten en dan is er geen weg meer terug.

Dit is een pijnlijk onderwerp. Vooral als jezelf in een conflict zit of conflicten hebt meegemaakt. “Overal gebeurt wel eens wat”, hoor ik iemand al snel zeggen. Ja, dat is waar, maar dat moet niet tot resultaat hebben dat broers en zusters van Jezus gescheiden wegen kiezen. Mag ik je er dan aan herinneren wat Jezus zei in Johannes 17:21:

… opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in mij en Ik in U… (NBG)

Het onder  woorden brengen van de Trinitarische eenheid is niet eenvoudig, maar op dezelfde manier moeten ook volgelingen van Jezus één zijn. Daar bidt Jezus voor. Misschien wist Hij al dat dat in de toekomst wel eens een probleem zou kunnen worden? En, mocht je echt boos zijn en dat op de goede manier willen aanpakken dan is de training van Gerard van der Schee een aanrader, hier is de link. Misschien wordt jij dan de 1000ste cursist?

Hoe kan de verbinding tussen kerk en pionier tot stand worden gebracht?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAZoals in de vorige blogpost naar voren kwam,  zie ik met name in evangelische beweging een beperkte aandacht voor nieuwe kerkelijke initiatieven. Dat dat veel herkenning oproept, blijkt uit de reacties.  Iemand zei dat dat ook komt doordat veel van dergelijke initiatieven onder de radar blijven. We weten niet dat ze bestaan. Voorbeelden zijn huiskerken en Simple Churches. Zover ik het kan bezien, zijn dat vaak initiatieven op persoonlijk titel, dat zou mijn stelling dus onderbouwen. Sommige van deze groepen ontstaan doordat ze zich juist afzetten tegen de reguliere evangelische kerk.

Dat gezegd hebbende, hoe kan hier een verandering in komen? Een paar suggesties:

  1. Ten eerste is verandering van binnenuit nodig, het gaat dan om het DNA van de kerk. Gemeenten dienen opnieuw te beseffen dat de ecclesiologie in dienst staat van de missiologie en niet andersom. Nu staat de kerk in het middelpunt als een doel op zich, terwijl dat in mijn ogen in dienst moet staat van de missionaire opdracht die elke geloofsgemeenschap heeft. Pas daarna kan worden nagedacht over de praktische gevolgen voor het kerkelijk leven.
  2. Het gaat nog te goed binnen de evangelische beweging. De evangelische kerken lopen nog niet voldoende leeg om mensen te laten beseffen dat een groot deel van Nederland op zondag niet een kerk bezoekt. Daar is niet zoveel aan te doen, waarschijnlijk zijn er nog te weinig profetische stemmen die dit duidelijk kunnen maken. Jezus zei: “bidt om arbeiders voor de oogst”. Ik zou daar aan willen toevoegen: “bidt voor visionairs die ruimte creëren voor nieuwe initiatieven”. We hebben mensen nodig die aanvoelen hoe deze kloof overbrugd kan worden.
  3. Beslissers binnen kerkverbanden moeten de ploeterende pionier de ruimte geven om als entrepreneur aan de slag te gaan. Binnen evangelische kerken moeten fondsen worden vrijgemaakt om dat mogelijk te maken. Daarna moet de pionier alle ruimte krijgen zonder dat een kerkelijk bestuurder over de schouder meekijkt en vraagt naar meetbare resultaten. Ik zou zeggen: “geef hen lucht, geef hen ruimte”. Wanneer dat mogelijk is, krijgt de creativiteit de ruimte en kan “out of the box” denken omgezet worden in realiteit.
  4. Bid voor een kerk waarvoor geldt: “semper reformanda”.

 

Het dualisme tussen bestaande kerk en gemeentestichting

1165750601_extras_albumes_0_1024Deze week was ik op het “Look&Feel” event van Urban Expressions. Deze mensen hebben een heldere visie en zijn in mijn ogen goed bezig met gemeentestichting in aandachtswijken. De verhalen die werden verteld kwamen dichtbij, omdat wij bijna identiek bezig waren in Spanje. Aan het einde was er een interview met iemand en het publiek kon meepraten. Na vijf minuten was het onderwerp weer beland op de kloof tussen de bestaande kerk en de ploeterende gemeentepionier. Ik loop al een tijdje mee in deze wereld en één van de grootste uitdagingen is dit bijna onoverbrugbaar dualisme. Waar is de volmondige steun van de kerk? Wat is er aan de hand dan?
  • Het lijkt erop dat bestaande kerken het moeilijk vinden dergelijke pioniersplekken een kans te geven. De garantie op succes is er niet en controle uitoefenen is moeilijk. Daar het kostbare geld insteken, lijkt heel vaak een brug te ver, dus gebeurt het niet. Dus ploeteren deze pioniers niet alleen in de wijk waar ze zitten, maar vechten ze ook voor een bestaansrecht binnen de bestaande kerk.
  • De kerk kijkt vaak naar een dergelijke pioniersplek met de ogen van de eigen context. Voorbeelden daarvan zijn de zondagse eredienst, dogmatische overtuigingen en wijze van leiderschapsuitoefening. Als een pioniersplek zich buiten de bestaande paden beweegt, probeert de kerk toch invloed uit te oefenen om ze weer “binnenboord” te krijgen. Gelukkig wordt dit iets minder, maar het is nog steeds aanwezig.
  • Binnen evangelische kringen lijkt het erop dat veel mensen denken dat met behulp van de bestaande vormen nog steeds heel veel mensen de kerken kunnen worden binnengehaald. “We groeien nog steeds”, zegt men in de wandelgangen. Er wordt vaak vergeten dat de groei komt door aanwas uit andere kerken. Dus worden nog steeds grotere gebouwen aangekocht en hoopt men dat de hoge kwaliteit van de eredienst mensen zal aantrekken. De druk om nieuwe vormen te doordenken, is er nog onvoldoende. Gevolg is dat op dit moment de evangelische beweging op het vlak van gemeentestichting in Nederland mijlenver achterloopt op de gevestigde kerken. De PKN heeft gebouwen moeten sluiten en ziet de noodzaak in om zichzelf opnieuw uit te vinden. Binnen de evangelische beweging wordt nog onvoldoende aan de bel getrokken, omdat de nood nog niet voldoende helder is.
  • Sommige kerken willen de eigen gemeenschap meer missionair laten zijn en organiseren allerlei activiteiten die meer laagdrempelig zijn. Allerlei methodes zijn uit de VS over komen waaien om dat te stimuleren. Men vergeet echter dat het DNA van de kerk opnieuw doordacht moet worden en niet alleen de buitenkant. De essentie of de kern blijft gelijk. Wil een kerk werkelijk missionair zijn, dan zal men niet vanuit de buitenkant, maar vanuit de binnenkant het wezen van de kerk moeten doordenken. En dat allemaal vanuit een Nederlandse context.

Ik hoop dat er meer kerken zullen zijn die middelen beschikbaar stellen om pioniers een kans te geven, zodat de kloof tussen kerk en pionier oplost. En wil men dan missionair bezig zijn, hoop ik dat men nadenkt over het wezen van de kerk en niet alleen over de leuke en aantrekkelijke activiteiten. Hoop moet er altijd zijn…

 

Goed nieuws voor mondige mensen

Walking

Walking (Photo credit: cabbit)

Jan Janssen schrijft een interessante thesis over de communicatie met die mensen die niet (meer) open staan voor het evangelie. In onze seculiere wereld hebben we het goed, een God is uit het centrum van aandacht verdwenen voor veel mensen. Janssen zoekt naar antwoorden en doet dat met name bij Dietrich Bonhoeffer en N. T. Wright. Bonhoeffer had het over de “God voor de gaten”. Dat wil zeggen, we hebben alleen dan God nodig als we het zelf niet meer op kunnen lossen. We hebben met behulp van de techniek en de wetenschap het aantal gaten sterk kunnen terugbrengen, daarom is God voor velen steeds minder nodig. Zoals de titel van de thesis ook zegt, is dat de mens in het westen, ook in Nederland, mondig is geworden. We leven in een “subjective-life” cultuur. Dat zorgt ervoor dat de betrokkenheid bij traditionele vormen van kerk-zijn nog meer zullen dalen.

Welke raadgevingen geeft Janssen om toch de mens in deze seculiere tijd aan te spreken? Ik noem een aantal die mij specifiek aanspraken.

  1. Janssen benadrukt dat we het doel dat God heeft met de schepping heeft goed moeten doordenken. Janssen volgt N. T. Wright die nadrukt legt op het Koninkrijk van God. Het gaat niet om het voorbereiding op een gang naar de hemel, maar om het inschakelen bij het werk van God om het koninkrijk gestalte te geven. Praktisch wil dat zeggen dat het ter sprake brengen van persoonlijk geloof niet voldoende is, maar een deel is van een breder holistisch evangelie. Het moet ingekaderd zijn in het bredere koninkrijk van God. God redt mensen om ze in te wijden in het Koninkrijk.
  2. Citaat van Janssen: “De gemeente is de hermeneutiek van het evangelie” (p52). Vervolgens: “Het gaat niet om getallen of succes. Het gaat om een leven in navolging van Christus om als kerk in woord en daad bezig te zijn voor het koninkrijk” (p53).
  3. Het grote probleem dat deze wereld heeft is dat het gelooft in de vooruitgangsmythe. Daarmee onderschat men het lijden en de macht van het kwaad in de wereld en kan er ook niet mee overweg (Wright).
  4. De huidige mens zoek naar ontplooiing en zelfvervulling. De mens, volgens Janssen, heeft moeite met gezag en daardoor met de plaats van God. Daarom zit de mondige mens niet te wachten op een kerk die de nadruk legt op zonde (een tekort). Volgens Bonhoeffer heeft het geen zin om je daar tegen tegenin te gaan. Vaak wordt dit tekort als basis voor de prediking gebruikt. Bereiken we daarmee de mondige mens? Volgens Janssen niet. We presenteren God dan als een “gatenvuller”. Een thema dat wel al hebben genoemd en bij Bonhoeffer vandaan komt.
  5. Hoe spreken we de mondige mens dan aan? Janssen refereert aan Paulus die zich aanpast aan zijn publiek in bijvoorbeeld Athene. Waar de huidige mens behoefte aan heeft is authenticiteit. Dat betekent dat je echt bent, een eigen mening hebt en ergens voor staat. De mens zoekt naar herstel, naar puurheid. Daar kan de kerk op inspringen en een gemeenschap zijn waar herstel mogelijk is en door werkelijk contact aan te bieden.
  6. Tot slot, de boodschap van de bijbel is een boodschap van gerechtigheid en barmhartigheid. Daar staat de huidige mens best voor open, volgens Janssen. Het goede nieuws van het Koninkrijk biedt verbinding, eenheid, heelheid. Bonhoeffer zegt daarover: “Er is nauwelijks iets wat meer geluk geeft, dan iets te betekenen voor anderen”. De kerk kan daar een loket voor zijn.

Als we naar de thesis kijken zoekt Janssen naar verbindingspunten met de huidige mens. In de afgelopen jaren tot op heden is dat ook gedaan door bijvoorbeeld Bill Hybels die seeker-sensitive diensten organiseert. In hoeverre verschilt de aanpak van Janssen met die van Hybels? Is het geen herhaling van zetten in een andere context? Tot slot wil ik opmerken dat de eerste kerken in de eerste eeuwen een sterke eigen identiteit bezaten. Mensen moesten iets laten voordat ze bij een kerk mochten horen. Er bestond een heel ritueel aan lessen en begeleiding (catechese) voordat iemand gedoopt mocht worden. Toch groeide de kerk als kool in deze tijd. De vraag die bij mij blijft hangen is deze: “Passen we ons niet teveel aan?”  Meten we ons niet een korset aan?

Al met al een goede scriptie die de moeite waard is om te lezen.

Enhanced by Zemanta