Vervolg op vorige post

De afgelopen weken heb ik veel nagedacht over de vorige twee posts. Ik vraag me sterk af of de antwoorden die uit “cultuur overstijgende” modellen gehaald worden, toepasbaar zijn in onze sterk veranderende maatschappij.

De ideeën van Rothauge stammen uit 1986. In dat jaar verscheen het boek waarin voor het eerst gesproken werd over deze matrix. De vraag die van belang is, is deze: geeft het boek antwoorden op vragen die er vandaag de dag spelen? Jaap Ketelaar ziet in zijn eigen praktijk dat deze matrix hem helpt bij het ondersteunen van kerken. Met name die kerken die intern vastlopen, kunnen baat hebben en hebben baat gehad bij de de adviezen van Rothauge. Dit is ook de reden van het schrijven van het artikel.

En daarmee zijn we direct bij de kern aangeland waar ik het in deze laatste post over wil hebben. Waarom? Omdat de matrix inzicht biedt in de situatie waarin een gemeente zich bevindt en antwoorden geeft die kunnen helpen bij het verlaten van meestal kerkelijke malaise. Een matrix als deze beschrijft het innerlijk van een kerkgemeenschap met als doel de kerk te sturen in de goede richting. In de beschrijving van Jaap Ketelaar springt voor mij leiderschap eruit. Leiderschap heeft als doel om te sturen en dus op enigerlei wijze te controleren. Dat hoeft niet negatief uitgelegd te worden, want de praktijk leert dat het nogal eens mis gaat op het leidinggevende vlak in de kerkelijke wereld. Enige sturing kan dan juist positief geduid worden. Echter, in mijn eigen praktijk heb ik gezien dat leiderschap vaak inhoudt dat leidinggevende mensen binnen een kerkverband vaak willen weten wat er binnen de kerk/gemeente gebeurt. Men wil een helder overzicht en naar aanleiding daarvan sturen. In de meeste gevallen wil men met dat sturen bereiken dat een vastgestelde missie en of visie wordt nagestreefd. Dat hier bedrijfsmatige principes aan ten grondslag liggen, is evident. En bij deze vorm van leiderschap heb ik wel enige vragen bij.

Ik vraag me sterk af of dergelijke modellen een toekomst hebben of dat we moeten kijken naar andere benaderingswijzen. De opmerkingen dit hierna volgen zijn dus niet alleen opgehangen aan de ideeën van Rothauge, maar reageren op een denkwijze die aan dergelijke modellen ten grondslag liggen.

Welke problemen heb ik met dergelijke principes? In een aantal punten een reactie.

  1. Veel kerken zijn bezig om aantrekkelijk te zijn voor de “wereld”. Om aantrekkelijk te zijn, hoopt met intern te orde op zaken te hebben, zodat mensen makkelijk binnen komen (het attractional model). Dat levert helaas in de praktijk veel grensverkeer tussen kerken op.
  2. Onze maatschappij is post-christelijk. Echter, tot op heden zijn er nog maar weinig geloofsgemeenschappen die hun belangrijkste taak buiten te kerk zien. Het gemeentemodel dat men voorstelt laat niet zien dat men de wereld buiten van groter belang acht dan de mooie kerkelijke structuren binnen. De matrix van Rothauge laat niet zien dat missionair kerk-zijn een doel van de (gehele) gemeenschap is.
  3. Postmoderne mensen zien steeds minder heil in visies, missies en andere doelen. Ze voelen meer voor waarden (¨values¨) die beschrijven hoe een geloofsgemeenschap idealiter gevormd kan wordt. Waarden geven de vrijheid om binnen een geloofsgroep zelf aan de slag te gaan met het evangelie. Dat is niet beperkt tot een aantal professionals, maar is kenmerkend voor de gehele gemeenschap.
  4. Moderne leiders vinden het moeilijk leiding los te laten. Men zal zeggen dat er leiding moet worden gegeven, anders ontstaat er bijvoorbeeld wildgroei of in sommige gevallen een ¨dwaalleer¨. Kan een geloofsgemeenschap functioneren als er geen sturend leiderschap is maar juist ondersteunt of faciliteert? Binnen een postmoderne gemeenschap zal een leider meer de ander willen helpen groeien, zonder dat daar allerlei kerkelijke structuren aan verbonden zitten (denk bij voorbeeld bij (moderne) sturing van groei aan het honkbalveld van de doelgerichte gemeente van Saddleback). Zonder allerlei kerkelijk structuren waaraan een gemeentelid geacht wordt aan mee te doen, ontstaat er ruimte om juist het geloof handen en voeten te geven in de ¨wereld¨. Ik pleit voor minimalistische structuren, om daarmee ruimte te creëren voor een maximalistische impact in de wereld om ons heen.  Neil Cole zegt: ¨Great leaders create movements by empowering the tribe to communicate. They establish the foundation for people to make connections, as opposed to commanding people to follow them.¨ (citaat van S. Godin in Neil Cole, Church 3.0, p169).
  5. Het succes van een kerk wordt nog steeds afgemeten aan het aantal mensen dat de zondagse eredienst bezoekt. De moderne mens houdt van exact, van meten is weten. Daarmee sluit ze aan bij de “tellende” maatschappij. Ook de matrix van Rothauge is opgehangen aan getallen. ¨Zonder groei gaat het niet goed¨, is een slogan die menige evangelische voorganger bewust of onbewust met zich meedraagt. Is ¨groei¨ een gezondheidsfactor? Voor velen wel, maar het toont niet aan in hoeverre een kerk missionair actief is in deze maatschappij. Groei is vaak het gevolg van ¨churchhoppen¨:  ¨Bij de buren hebben ze een leukere band of hij preekt beter.¨ Ik pleit er voor dat de gezondheid van een kerk wordt afgemeten aan de invloed of verandering die zichtbaar is in de maatschappij. In Church 3.0 van Neil Cole zegt een voorganger: ¨I have been thinking all along about changing the church. Your are talking about changing the world!¨ … ¨We have got to set our sights on something much bigger than the church with thousands in weekly attendance¨ (p64, en ook Hnd 16:20, 17:6-7, 19:26).
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s