Het vervolg op de vorige tekst

In de vorige “blogpost” deed ik een aantal observaties naar aanleiding van de matrix van Rothauge. In deze post een aantal reacties.

De afgelopen jaren hebben werkmodellen ten behoeve van kerkopbouw veel aandacht gekregen. Ze hebben binnen de kerk niet veel veranderd. Men pakte de terugloop van kerkbezoek meestal aan door de kerk intern te reorganiseren: betere kerkdiensten, beteren huiskringen, beter leiderschap, enz. Dit deed men in de hoop dat mensen eerder de kerk zouden binnenstappen. In sommige gevallen is het gelukt, in vele gevallen betekende het dat sommige christenen naar de meeste attractieve kerk verhuisden.

Het model van Rothauge zegt niet zozeer wat er moet veranderen, maar beschrijft de situatie van de kerk. Wat valt op?

Hij beschrijft hij de aantrekkingsfactor van de vier gemeente-modellen. Bij de “familie gemeente” is dat de persoonlijke aandacht en het gezinsgevoel. De warmte binnen een geloofsgemeenschap trekt mensen aan. Bij de “pastor”-gemeente is dat de voorganger die een centrale rol heeft. De eerste vraag die bij mij opkomt is dan: “wat doet de rest van de gemeente dan?”. Bij de “programma”-gemeente is het, hoe kan het ook anders, het programma dat trekt. Ten slotte, bij de “bedrijfs”-gemeente trekt met name de kwaliteit en de professionele bedieningen.

Bij de kleinere gemeentes staat de mens meer centraal. Als de gemeente groeit, verschuift de aandacht van de mens naar de organisatie van programma’s en bedieningen. Als een kleinere gemeente wil groeien, dan groeit de behoefte aan werkers en kwaliteit. Dat kan een predikant bieden, maar bij verdere groei zal hij ook snel aan de grens van zijn/haar mogelijkheden bereiken en dan is uitbreiding van het team noodzakelijk en verschuift, zoals ik zei, de aandacht naar professionalisering. De predikant kan dan een belemmerende factor worden als hij/zij niet mee wil veranderen. Bij een grote kerk van meer dan 400 leden gaat hetmeer en meer om het halen van doelen en het opstellen van plannen ten behoeve van de missie van de gemeente. De senior pastor is dan een netwerker binnen het eigen team en voorbeeld en gezicht van de gemeente.

Dit overdenkend, vraag ik mij af waar het evangelie een plaats krijgt. Neil Cole zegt in Church 3.0:

When we teach about organic church, it is not the kind of church (organic, seeker sensitive, purpose-driven, whatever) that is attractive to lost people, it is Christ, and Christ alone. When we make it about church – what kind of church, what is done at church, how it is done, who the preacher or the singer is – we miss the point (Neil Cole, Church 3.0, p49).

Dat zullen alle modellen ontwerpers (hopelijk)  beamen, maar waar staat het dan in de context van gemeenteopbouw? De aantrekkingskracht van Christus en het evangelie krijgt geen plaats in de wijze waarop over gemeenteopbouw wordt nagedacht binnen de context van dergelijke modellen. Het is een sociologische beschrijving die werkt en mensen helpt inzicht te krijgen in intermenselijke processen en dynamieken, maar waar is Jezus die het Hoofd is van de gemeente? Dit kan opgevat worden als een klacht mijnerzijds, maar dat is het niet. Het is een eerlijke zoektocht naar de plaats van Jezus binnen ons denkproces over gemeenteopbouw.

De volgende keer meer over “de kerk aanpassen” en de “wereld veranderen”.

Advertenties

2 thoughts on “Het vervolg op de vorige tekst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s