Komt Jezus snel terug? (2)

De eschatologische taal van Paulus is niet eenduidig. Er zit een grote variëteit in zijn brieven. Mensen als Ridderbos en Ladd hebben, mijns inziens, aangetoond dat er een sterkt “reeds” en “nog niet” element in de theologie van Paulus aanwezig is. Het koninkrijk is aanwezig, maar in haar volheid nog niet zichtbaar. Het is bezig baan te breken.

Daarmee is nog geen antwoord gevonden op teksten van Paulus die zouden kunnen duiden op een immanente terugkeer van Jezus. Teksten die daarvoor aanleiding geven zijn 1Thess4:13-18 en 1Kor15:51.

De brieven aan Thessalonica zijn geschreven om een aantal zaken te verhelderen aangaande de komst van Jezus. Sommigen, die hadden verwacht dat Jezus terugkwam tijdens hun leven, zijn overleden. De vraag die opkomt is dan: wat gebeurt er met hen? Paulus zegt dat zij, net als de levenden, bij Jezus zullen zijn. Hij zegt in 1Thess4:15 (NBG):

… wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan.

Een andere tekst dit hier op lijkt, komt uit 1Cor15:51 (NBG):

… allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden …

In de tekst uit Thessalonicenzen blijkt de de gemeente aldaar worstelde met de mensen die overlijden. Het levert de nodige vragen op. Krijgen de levenden en de doden een verschillende behandeling? Paulus schaart zich bij de levenden en zegt dat tot de komst van de Heer er geen enkel verschil is. Paulus heeft gehoopt dat de “Dag des Heren” nog tijdens zijn leven zou plaatsvinden. Daar ligt echter niet de nadruk. Het probleem dat hij aankaart is een andere. Op andere plaatsen gaat hij ervaar uit dat hij wel degelijk zal sterven (1Kor6:14, 2Kor4:14). In dit geval is het teveel gezegd dat Paulus zich hier gewoon vergist zou hebben in het tijdstip van Jezus´ komst. Dit zelfde geldt voor de tweede geciteerde tekst. We leggen er teveel in, door te zeggen dat Paulus verwacht zelf niet `te ontslapen`. Ridderbos zegt over 1 Thess4:15:

Voorreerst blijkt uit Paulus’ antwoord aan de gemeente in geen enkel opzicht, dat ook voor hem het sterven van gemeenteleden vóór de parousie een probleem zou hebben gevormd (Paulus – ontwerp van zijn theologie, p549).

Voor Paulus is het een wens de komst van Jezus mee te maken, maar het gaat in de eerste plaats om de heerlijkheid van Jezus, die onafhankelijk is van de verschijning tijdens Paulus’ leven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s