Bereiken we de onbereikten?

Er komt steeds meer aandacht voor onbereikte volken of zoals sommigen het noemen, de minst bereikte volken. Dat is een mooie ontwikkeling die wel een aantal uitdagingen kent. Immers deze onbereikte volken zijn niet voor niets nog steeds onbereikt. Ze zijn soms moeilijk toegangelijk, vrije evangelisatie is niet mogelijk of ze bevinden zich in politiek onrustige gebieden. Dat doet christenen nog al eens aarzelen om het leven op te geven in een comfortabele en luxe omgeving.

Stappen vooruit

Een aantal opmerkingen kunnen helpen om deze lastige stap vanuit andere perspectieven te bekijken.

  1. Samenwerking met lokale christenen moet prioriteit zijn. Ook als volgens de definitie een gebied nog onbereikt is, zou een beginnend werk onder een volk moeten aansluiten bij chirstenen binnen de eigen cultuur. Dat maakt het in de toekomst ook minder moeilijk om werk over te dragen.
  2. Zending is al een lange tijd niet meer van ‘The West to the Rest’. Kijk eens naar de verschuiving van het centrum van het christemdom via deze link. Partnerschappen met andere organisaties en denominaties zullen vaker gezocht moeten worden over grenzen heen. Dat gebeurt nu al, maar het kan nog meer toenemen. Missionair werk zal in toenemende mate multicultireel zijn en geleid worden vanuit niet-westerse landen en kerken (zie ook Handelingen 13:1-3).
  3. Financiële ondersteuning van missionair werkers moet minder gaan naar projecten in bereikte gebieden en meer naar werkers die willen werken in onbereikte delen van de wereld. Ook als resultaat uitblijft, zal volharding en dus ondersteuning nodig zijn. Bekijk eens deze video over de verdeling van de huidige missionaire ondersteuning. Dus: als de lokale kerk in staat is om te evangeliseren, zullen werkers van buiten niet nodig zijn. Het zal zelfs het functioneren van de lokale kerk ondermijnen als dat wel gebeurt. Wanneer christenen roeping ervaren om naar een land te gaan waar een aanzienlijk deel van de bevolking christen is, zal vaker vanuit de uitzendende gemeente vaker een ‘nee’ moeten klinken.
  4. Om op dat laatste aan te sluiten, moet er een verschuiven van missionaire prioroteiten over de hele breedte van het missionaire spectrum plaatsvinden. Dat moet ook langzaam gaan doorsijpelen naar werkers die roeping ervaren om ‘uit te gaan’. Dat zal de drempel hoger maken, maar meer mensen zullen dan van Jezus horen. En daar is het om begonnen.

Lokale gemeente binnen bereik?

Deze punten spelen zich al snel af op het mondiale vlak. Wat doet en kan een lokale gemeente daarmee? Ten eerste onder woorden brengen wat zending nu eigelijk is. Is alles wat binnen de kaders van het Koninkrijk van God worden gedaan zending? Dat lijkt mij niet het geval. Daarom zijn duidelijke criteria nodig. Ten tweede kan elke gemeente dit lokaal invullen door een missionaire missie en visie te definieren. Vanuit dit startpunt kan een gemeente een strategisch plan maken met de onbereikte volken op het vizier.

Advertenties

Afrikaanse kijk op Nederland

Afrikaanse spiegel

Godian Ejiogu kwam meer dan 25 jaar geleden vanuit Nigeria naar Nederland. Hij studeerde theologie en werkte daarna als pastor in de Rooms Katholieke Kerk in Amsterdam, Haarlem en Rotterdam. Door deze ervaringen raakte hij intensief betrokken bij de Nederlandse samenleving. Aan de ene kant is hij daar kritisch over, aan de andere kant ziet hij als Afrikaan ook een groot potentieel. Hij houdt in dit boek de Nederlandse kerk en de samenleving een spiegel voor. We zouden de kop in het zand steken als we daar niet naar luisteren en ervan willen leren.

Afrikaanse droom voor Nederland

Op de eerste pagina van het boek zet hij zijn droom voor ons land neer:

Ik droom van een samenleving waarin het besef van saamhorigheid, rechtvaardigheid en wederzijdse afhankelijkheid normatief zal zijn, zodat we koersen naar een vreedzame samenleving.

Ons land kan volgens Ejiogu een gidsland zijn en kan dus een voortrekkers rol vervullen in de wereld. In het boek ligt de focus op het samenleven van verschillende culturen binnen één land. Daarbij haalt Ejiogu veel verschillende thema’s voor het voetlicht die door de botsing van culturen merkbaar worden.

Ernstig racisme

Nederland is een land waar een groot aantal culturen samenleven. Stereotypen komen in grote mate voor. Mensen in het westen zien Friezen op een bepaalde manier of christenen krijgen snel een stempel opgedrukt, aldus Ejiogu. Tussen culturen levert dat in het ergste geval racisme op, zowel binnen als buiten de kerk, terwijl God elk mens toch naar Zijn beeld geschapen heeft. Christenen zijn mede verantwoordelijk voor het racisme als ze:

met een grote boog achteloos voorbijgaan aan verwonde naasten die aan de kant van de weg liggen te creperen (p. 119)

De voorbeelden en de eigen ervaring van Ejiogu komen ruim aan bod: kolonisatie, spanning tussen rijkdom en armoede of rechtvaardigheid. Volgens Ejiogu moeten we elkaar niet wegkijken, maar hebben we elkaar juist nodig. Dan kan er zelfs rijkdom aanwezig zijn in de armoede, een belangrijk thema in het boek. De punten die hij noemt zijn raak en verdienen het om dieper over na te denken. Dat is juist van belang omdat hier iemand spreekt met een nieuwe, frisse blik, zonder in cynisme te vervallen. Hij ziet kansen en de genoemde voorbeelden uit zijn pastorale werk laten dat ook zien. Ondanks het feit dan mensen in de huidige multiculurele samenleving vaak afstand nemen van elkaar is dus wel degelijk hoop.

Punten om mee te nemen

Punt die ik meeneem uit het boek is de rol van vergeving en de plaats van het Koninkrijk van God. Citaat over vergeving:

Vergeven is scheppen: wie vergeeft stopt de chaos, stop het kwaad en creëert een nieuw begin. Vergeven verbreekt de keten van oorzaak en gevolg; ze stopt de cirkel van kwaad en vergelding van kwaad. Vergeven is de moed om die cirkel te doorbreken en om te buigen naar een rechte lijn. In plaats van de monotone herhaling van het verleden wordt dan de waarachtige toekomst mogelijk (p 205).

Over Gods Koninkrijk zegt hij dat het de aarde en de wereld verandert en beïnvloedt. God is Koning en zorgt voor zijn onderdanen. Daarbinnen is iedereen gelijk en waardevol. Nog een citaat:

God is de hemelse koning en alle mensen zijn afstammelingen van God. Het koninkrijk van de aarde is door God gekoloniseerd en de koning van het volk op aarde vertegenwoordigt de helemelse koning. In die structuur is er geen onderdanigheid, want ieder mens heeft zijn taak en rol in de schepping (p 237).

Als dat zichtbaar wordt, zal er geen plaats zijn voor racisme. Dat is een mooie droom!

Punten van reflectie

Het boek kaart veel thema’s aan. Er wordt regelmatig van het ene na het andere thema gesprongen. Dat leest niet altijd even makkelijk. Zelf had ik met mijn westerse blik wel eens vragen bij de bijbelse uitleg.  Het zou ook kunnen zijn dat de Afrikaanse bril op dat vlak andere antwoorden geeft. Ondanks dat is het een waardevol boek met opmerkingen die er toe doen.

Preek pakt?

Bijna iedereen heeft de sketch gezien van Mr. Bean die tijdens een dienst in de kerk zit. Met veel moeite probeert hij de ogen op te houden en tijdens de preek wordt het hem uiteindelijk fataal. Hij valt in slaap. Een grap of parodie? Of een beeld van hoe een grote groep denkt over wat er in een kerk gebeurd?

Afgelopen dagen slaan Facebook, Twitter en andere media in het rood vanwege de gehouden preek tijdens de inzegeningsdienst van Harry en Meghan.  Trouw drukt de preek zelfs integraal af en noemde de preek het hoogtepunt van de hele ceremonie. De camera liet tijdens de dienst zo nu en dan lachende en knikkende mensen zien bij wie de boodschap blijkbaar overkwam. Niemand had last van vermoeidheid. Ik zag niets dat leek op de ervaringen van Bean.

Waar werd over gepreekt? De liefde van God en wat dan zou kunnen betekenen als die liefde iets meer zichtbaar zou worden in onze verscheurde en kapotgeschoten wereld. Voor iedere christen is dit gesneden koek, lijk mij. Niets nieuws onder de zon. Toch slaat de preek aan en krijgt van mensen binnen en buiten de kerk waardering. Waarom?

De voordracht heeft zeker meegespeeld. Bisschop Micheal Curry sprak bevlogen en liet een diepe indruk na.  Dat zal zeker hebben meegespeeld. Als luisteraar werd je meegenomen in ‘The power of love’. Wat mij opviel is dat Curry niet belerend of met een opgeheven vingertje sprak. Hij trok mensen in zijn verhaal. Liefde kan als snel een roze krans krijgen, maar dat was het geheel niet. Dat dat niet de ‘power of love’ is van Celine Dion mag duidelijk zijn. Het is de kracht om deze wereld iets mooier te maken door los te komen van ons eigengereide egoïsme. Het is de zelfopofferende liefde die Jezus het leven kostte. ,,Dat is de kern van de beweging die Jezus begon. Het is een beweging die eist dan mensen leven in die liefde”, zei Curry. Het lijkt in theorie zo simpel, waarom is het in de praktijk zo moeilijk? Maar als die liefde in praktijk wordt gebracht kan ze werken als een vuur dat vernieuwd.

Iedereen die deze toespraak hoorde, zal hebben geweten dat er is grondig mis is in de wereld. Grote beslissingen wordt niet gedaan op basis van opofferende liefde, maar meer op grond van eigenbelang en egoïsme die niet rekening houdt met God.  Dat is zonde. Misschien is dat wel de reden waarom deze preek aansloeg. Egoïsme moet veranderen in opofferende liefde. Zoals Jezus deed. Die praktijk is niet eens zo ver weg, daarom begrepen veel mensen wat dat hen te zeggen had.

Wat is kerk? (2)

Deze post werkt als een denkoefening. Beschouw wat volgt als hardop denken via een computerscherm. Ik bespreek de relatie traditie en gemeenschap op de biblebelt.

Ik begin met een statement. Traditie is waardevol zolang het het reformerende karakter van de kerk niet negatief beïnvloedt. Helaas blijkt dat kerken op de biblebelt door de kerkelijke traditie volledig verlamd zijn. Daardoor raakt men het contact met de maatschappij kwijt.

Wanneer we voor het gemak de ecclesiologie even ophangen aan de 3 b’s, dan kunnen we traditie makkelijk afzetten tegen het wezen van de kerk. De drie b’s zijn: boven, buiten, binnen. Boven: de kerk verheerlijkt God. Buiten: een kerk is missionair op diverse vlakken. Binnen: de kerk is georganiseerd als een gemeenschap. In deze korte post focus ik op de b van binnen en de b van buiten.

In een dorp als Scherpenzeel is de dorpse, sociale cohesie relatief sterk. Mensen kennen elkaar van verschillenden sociale activiteiten of men spreekt elkaar op straat. Een deel van deze cohesie vindt men ook terug in de kerken. Het leven buiten de kerk loopt in zekere zin over in het leven binnen de kerk (veel meer dan in stadse kerken). Maar wat gebeurt er als je geen deel uitmaakt van een specifiek netwerk? Het blijkt dat het voor nieuwe mensen van buiten het netwerk soms lastig is de sociale netwerken in de kerk binnen te komen. Een voorbeeld is de Alpha cursus. Na afloop van een Alpha cursus probeert men deelnemers aansluiting te laten vinden in de kerkelijke netwerken. Bij sommigen lukt dat, maar bij een aantal ook niet. Het lijkt erop dat in kerken de ‘buiten’ component maar een beperkte relatie heeft met de ‘binnen’ component. Wat wil dit zeggen?

  1. Mensen ervaren dat het ‘fijn’ is in de kerk, maar laten niet actief mensen ‘van buiten’ toe in het eigen netwerk. Degenen van ‘buiten’ moeten de meeste moeite doen om binnen te komen. Dat is niet eens altijd bewust, het zit gewoon niet in het kerkelijke DNA om zich open op te stellen.
  2. Er wordt wel Alpha gedaan (de ‘buiten’component), maar over het vervolg is te weinig of niet nagedacht (‘binnen’ component) vanuit de eigen context. Vanuit de leiding van de kerken wordt mijn inziens dan ook te weinig rekening gehouden met de de definitie van elke ‘b’ (1) en de relatie tussen de 3 b’s (2). Het gevolg is dat mensen afhaken. Ik probeer dat iets meer uit te leggen.

Er wordt nagedacht hoe men mensen van buiten kan laten integreren in de kerk. Er wordt geprobeerd de lijn die er is van ‘buiten’ naar ‘binnen’ te optimaliseren (2). Concreet betekent het dat mensen worden geholpen om zich in de kerk thuis te voelen. Daarmee wordt echter het werkelijke probleem niet opgelost. De ontvangende cultuur is niet aanwezig en daardoor verstaat men onder optimalisatie een vorm van organisatie. Een suggestie was het organiseren van een buddy-systeem, terwijl dat van nature in het DNA zou moeten zitten.

Er zal ook nagedacht moeten worden wat men verstaat onder ‘binnen’ (1). Het schort mijns inziens aan het wezen van de kerkelijke gemeenschap. De kerk functioneert in wezen niet als een geloofsgemeenschap waar samen het geloof wordt beleefd. Er is weinig interactie over geloofszaken. Het is erg lastig om het wezen van de kerk vanuit dit perspectief te veranderen. Mensen voelen zich niet thuis omdat de kerk goed georganiseerd is, maar omdat de kerk in de eerste plaats een warme gemeenschap die open is voor nieuwe mensen. In mijn optiek is niet georganiseerde gemeenschap nodig.

Ik denk dat een antwoord gevonden moet worden op deze vragen:

  1. Wat wordt onder gemeenschap verstaan?
  2. Op welke manier kan de gemeenschap toenemen zonder dat daar iets voor georganiseerd hoeft te worden?

Ik sluit af. De secularisatie slaat ook toe op de biblebelt. Het voelt nog redelijk goed, omdat er nog redelijk wat mensen naar de kerk gaan. Ik moet denken aan de kikker die in het langzaam wordende water wordt gekookt. Hij merkt er niets van totdat het te laat is. Soms lijkt dat ook van toepassing in deze kerken op de biblebelt.

Was Europa wel zo christelijk?

sagradafamilia_barcelona

Was Europa wel zo christelijk?

Achteromkijkend heeft de kerk in West-Europa decennia lang ‘secularisatie’ als een virus bestempeld dat lokale gemeenschappen tot in de kerkelijke kern infecteerde. Het virus verspreidde zich razendsnel en het gevolg was dat elk jaar een grote groep mensen de kerk verliet. De kerk zelf bewoog zich steeds meer naar de marge van de samenleving. Kerkelijke leidinggevende zaten daardoor met hun handen in het haar. Allerlei pogingen werden aan het einde van de vorige eeuw ondernomen om het tij te keren. Termen als gemeenteopbouw, gavengericht werken, gemeentegroei, of missionaire gemeente hoorden al snel tot het kerkelijk jargon. Maar het had niet de gewenste kentering tot gevolg. Bij sommigen werd een gelatenheid merkbaar. Had God Europa de rug toegekeerd? Dat vroeg met zich al in de jaren negentig af.

Joods-christelijke waarden

Europa kenmerkt zich volgens sommige hedendaagse politici door specifieke joods-christelijke waarden vanuit het verleden. Maar, laten we eerlijk zijn, was de ‘gewone man’ in Europa wel zo christelijk? Sommige godsdienstwetenschappers twijfelen daar sterk aan. Het christendom was bij een groot deel van de Europese bevolking een dun vernislaagje. Het oorspronkelijke heidendom was vaak nog steeds onderhuids aanwezig. Het is dan ook opvallend dat mensen die vandaag de dag de kerk verlaten vaak open staan voor allerlei spirituele of religieuze invloeden en zelfs ‘oude’ heidense gebruiken. Ze zeggen ‘nee’ tegen de kerk, maar omarmen religie in allerlei vormen.

De kleine kern

De groep die de kerk trouw blijft, heeft een geloof dat diepgaand het leven beïnvloed. Op deze mensen kan God de Heilige Geest de kerk bouwen. Ik ben dan ook optimistisch over de toekomst. Juist deze groep moet de Bijbelse verhalen vertellen aan de generaties waarvan de opa’s en oma’s de kerk al achter zich lieten. Christenen worden soms beschouwd als een exotisch verschijnsel, maar de weerstand tegen hen is ook minder dan voorheen. Discipelen van Jezus zijn in deze wereld wil zeggen: uitleven wat er binnenin je leeft en als christen present zijn in alle facetten van de maatschappij. Over geloof spreken mag weer. Wees daarom transparant over Wie je leven stuurt!

(is eerder verschenen in de Pionier van CAMA Zending).

Wat is kerk? (1)

756px-Overzicht_-_Scherpenzeel_-_20195978_-_RCE

Deze week kwamen er in Scherpenzeel twee mensen langs van het team Pionieren uit de PKN. Vertegenwoordigers van drie kerken waren present. Het werd een inspirerende avond waarin over en weer werd gesproken over de kerk van vandaag de dag. Een aantal zaken vielen mij op en die noem ik hier. Ik baseer me daarbij ook op gesprekken die daarvoor door mij zijn gevoerd met een aantal mensen. Maar voordat ik dat doe, schets ik kort vanuit mijn perspectief de Scherpenzeelse situatie.

Schets Scherpenzeel

Scherpenzeel is een dorp op de biblebelt. In vergelijking tot andere delen van Nederland gaat hier een redelijk percentage van de mensen naar de kerk. Dat percentage daalt ook hier, maar minder snel. Mijn schatting is dat zo’n 30% regelmatig naar de kerk gaat. Er is een grote bevindelijke vertegenwoordiging, zichtbaar onder andere door een groot kerkgebouw aan de rand van het dorp. Deze groep groeit doordat mensen vanuit deze achtergrond naar Scherpenzeel verhuizen. De groep functioneert op een eiland en is alleen merkbaar door het lokale stemgedrag. Er is een kleine Vrije Evangelische Gemeente die worstelt met haar voortbestaan vanwege de vergrijzing. De Christelijke Gereformeerde Kerk is een streekgemeente, waarvan de helft van de mensen uit Woudenberg komt. Hoewel het een levendige, eigentijdse gemeente is en groeit, vertrekken er ook mensen naar grote evangelische gemeenten in de buurt (bijvoorbeeld Mozaiek0318 in Veenendaal). Ook de PKN gemeente leeft door de vele activiteiten, maar de leeftijdscategorie van 18-30 jaar ontbreekt bijna volledig in de diensten. De Hersteld Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Bondsgemeente weten de leden redelijk vast te houden. Met name de laatste gemeente heeft een actieve jongerengroep. Toch zijn ook hier mensen die zo nu en dan ‘bijtanken’ in een evangelische gemeente in de buurt. Het ‘Kerkplein’ is een platform dat een aantal kerken aan elkaar bindt.

Kerkelijke beweging

De ontkerkelijking neemt ook toe in Scherpenzeel. Dat zie ik op de basisschool waar de kinderen naar toe gaan en op de voetbalclub waar mijn zoon lid van is. Het aantal kinderen dat regelmatig in de kerk komt, is in beide groepen beperkt. Wat moet je daarmee? Hoe reageren mensen daarop die wel naar de kerk gaan? Antwoorden vinden op deze ontwikkelingen is complex. Ik ga proberen wat lijnen te trekken. Hier benoem ik twee dingen die de problematiek zichtbaar maken.

  1. Er zijn kerkmensen die naar een evangelische gemeente in de buurt vertrekken (in het Engels: ‘circulation of the saints’). Men zegt wel eens dat de evangelische beweging de onbetaalde rekening is van de traditionele kerk en dat lijkt hier ook op te gaan. Als kerkmensen de plaatselijke kerk al inruilen voor een evangelische variant, wat zegt dat over mensen die niet naar de kerk gaan en uitgenodigd worden om dezelfde traditionele kerk te bezoeken? Het zou op zijn minst de kerk in beweging moeten zetten. De PKN gemeente en de Christelijke Gereformeerde Kerk houden daarom regelmatig praise-avonden. Ik merk wel op dat deze activiteiten vooral kerkleden aantrekken (dat was in de evangelische beweging trouwens ook al het geval). Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als deze voor sommige kerkmensen al onaantrekkelijk is?
  2. Om mensen van buiten de kerk bij het geloof te betrekken, wordt de Alpha cursus georganiseerd. Elk jaar komen daar tussen de 15 en 20 mensen op af. Een aantal komt uit de kerk en bij hen wordt het geloof verdiept. Degenen van buiten de kerk worden soms christen, maar een klein aantal vindt daarna de weg naar de kerk. De kloof tussen Alpha en de kerkdienst op zondag is te groot. Sommigen proberen het wel, maar haken na verloop van tijd af. Het is zoeken naar nieuwe kerkelijke vormen om deze mensen een plek te geven. Dat was ook de reden dat de vertegenwoordigers van de PKN naar Scherpenzeel kwamen. Conclusie: hoe kun je mensen naar een kerk uitnodigen als kerkvormen niet aansluiten bij de context?

Twee eerste opmerkingen van mijn kant

In de gesprekken die ik met mensen voerde, vielen deze dingen mij op.

  1. De evangelische beweging wordt door sommige kerkmensen in Scherpenzeel nog steeds als een bedreiging ervaren, omdat ze gevoed wordt door leden uit de traditionele kerk. Daar heeft men helemaal gelijk in. Maar volgens mij is een lerende houding van binnenuit nodig. Kijken bij het Evangelisch Werkverband zou een optie kunnen zijn (als de eigen kerkelijke ligging dat toelaat). Overigens kampen evangelische gemeenten met dezelfde problemen. ‘Circulation of the saints’ is ook daar gemeengoed.
  2. Traditionele kerkelijk vormen spreken mensen van vandaag de dag niet meer aan. In de gesprekken die ik voer, blijkt dat sommige mensen wel wat met geloof hebben, maar niets met de kerk. Dat zegt veel over wat de kerk is en hoe deze functioneert. Ook op de biblebelt is het gesprek noodzakelijk over deze thema’s. Moeten kerken de eigen identiteit en vormen vasthouden? Of moet men vormen aanpassen aan de maatschappelijke ontwikkelingen?

In een volgende post meer.

Theologiseren in jouw klein hoekje

z13

Dit jaar vieren we dat 500 jaar geleden de Reformatie haar begin kende. Niet alleen was dit het begin van een groot aantal nieuwe denominaties, ook kreeg de theologie een nieuwe impuls. Voor vele orthodoxe protestanten zijn de ‘solas’ een bijna heilige omschrijving van de basis waarop deze vernieuwde reformatie-theologie is gebouwd. Een van de sola’s is het ‘sola scriptura’ oftewel ‘de Bijbel alleen’. Het wil zeggen dat het gezag voor de (systematische)theologie alleen ligt in de tekst van de Bijbel. Wayne Grudem is een tegenwoordige exponent van deze benadering (die het weer leende van John Frame):

Systematic theology is any study that gives answers to the question, “What does the Bible teach us today?” about any goven topic.

Deze ‘sola’ was een reactie op de aandacht en autoriteit die de Rooms Katholieke Kerk gaf aan de traditie. Via de traditie was het mogelijk te komen tot uitspraken die niet in lijn waren met de bijbelse gegevens. Een voorbeeld zijn de ‘aflaten’ waardoor mensen hun behoudenis konden kopen en waar met name Luther terecht tegen in opstand kwam.

De reformatorische theologie werd daardoor een abstract gegeven. Het leek het er soms dat de theologie boven-cultureel tot stand kwam. De theologie moest daarom vertaald worden naar het leven van de ‘gewone’ gelovige. Het einde van de 19de eeuw was in mijn ogen het hoogtepunt van deze benadering. Over B. B. Warfield, één van de ‘Princeton theologians’ zegt Wikipedia:

Warfield believed that modernist theology was problematic, since it relied upon the thoughts of the Biblical interpreter rather than upon the divine author of Scripture. He therefore preached and believed the doctrine of sola scriptura — that the Bible is God’s inspired word and is sufficient for the Christian to live his or her faith.

Hoewel Warfield, zoals het citaat ook zegt, zich afzette tegen modernistische theologie, kenmerkte zijn eigen theologische methodologie zich door een modernistische wetenschappelijk benadering. In het boek ‘Studies in theology’ noemde Warfield de theologie een wetenschap en de kennis binnen de theologie moest op een wetenschappelijke manier worden verkregen:

… but only that we trace the process by which the knowledge of God is ascertained, clarified, and ordered, up through the several stages of the dealing of the human mind with it until at last, in systematic theology, it stands before our eyes in complete formulation (hoofdstuk ‘The task and method of systematic theology’) .

Het zal duidelijke zijn dat Warfield sterk werd beïnvloed door de opkomende natuurwetenschappen van zijn tijd. De methode van theologiseren zijn daardoor grotendeels bepaald.

In de loop van de 20ste eeuw werd steeds duidelijker dat theologie wel degelijk werd beinvloed door de context waarin ze werd beoefend. Een eerste oorzaak daarvoor was de missionaire activiteit van de westerse kerk in de niet-westerse wereld. De blanke, westerse theologie zocht aansluiting in de ‘meerderheidswereld’. Het werd ingekaderd door termen als inculturatie, incarnatie of contextualistie. Paul Hiebert is een bekende evangelicaal en exponent van deze benadering.

Ten tweede, toen de kerk op het zuidelijk halfrond in aantallen toenam, zorgde dat voor nieuwe vormen van theologie. De nieuwe impulsen bleken af te wijken van wat vanuit het westen aan theologie was geïmporteerd. De interpretatie van sommige bijbelverhalen kreeg een andere inhoud (zie http://www.bible4all.org/). Nadrukken in de theologie verschoven. De bevrijdingstheologie vanuit Zuid-Amerika is bijvoorbeeld niet meer weg te denken uit het theologsich discours. Toen meer en meer ‘zuidelijke’ landen in de loop van de 20ste eeuw zelfstandige staten werden, kon men gaan spreken van een post-koloniale tijd. Deze nieuwe tijd vroeg om nieuwe post-koloniale theologische antwoorden.

Een derde punt is dat door de globalisering in de westerse wereld mederere culturen moesten leren samenleven binnen een kleiner geografische context. Ook dat had theologische consequenties. Theologen uit de ‘meerderheidswereld’ kwamen doceren aan prestigeuze universiteiten in de Verenigde Staten en Europa en brachten hun theologie mee.

Deze theologie werd bedreven op macroniveau (de theologische modellen). We zien de laatste decennis ook vormen van theologie op micro niveau ontstaan. Denk aan termen als ‘lived theology’ of ‘ordinary theology’. Jeff Asley zegt in het boek ‘Ordinary theology”:

When theology is construed in this way, it is contextual, as in every conversation. Theology is always set in some context, tooted in some life ecperience or issue.

Volgens Astley hebben onze persoonlijk acties een theologische dimensie en een religieuze betekenis. Deze persoonlijke actie worden aangeduid met ‘practices’ en zelfs ‘theological practices’ (Volf & Bass, Practicing theology; Cameron, Talking about God in practice). De theologie is een interactie tussen de context van alledag en de theologische bronnen (bijbel en traditie). Wordt theologie is relalief begrip? Nee, zeer zeker niet. Theologie is ingekaderd binnen de bijbel, de traditie en de context. Dat de drie elementen in verschillende verhoudingen kunnen voorkomen, wordt door Stephen Bevans in Models of Contextual Theology uitgelegd.

Wat zegt dit over ‘sola scriptura’, kenmerkend voor de Reformatie? Het betekent dat sola scriptura mede werd ingegeven door de tijd waarin ze werd geformuleerd en daarmee was ze een vorm van contextuele theologie. Maar, dat zal niet iedereen onderschrijven! Voor sommige groepen zijn de sola’s tot een credo geworden. Het is een verlies voor de theologie als daardoor het theologisch gesprek zou haperen en zelfs stoppen.