Categorie archief: gesprek

Waarom die drempel?

In de gesprekken die ik heb met mensen lijkt het er wel eens op dat kerkregels of leerstellingen een drempel vormen om werkelijk Jezus te leren kennen. Wat maakt het uit wat ik denkt over bepaalde morele kwesties als het gaat om het vertrouwen stellen op Jezus? Helaas is dat vaak wel het geval. Vaak is dat het geval omdat “evangelische” van het exotische soort zijn in Spanje. Omdat ze zo anders zijn is het van belang om te weten hoe ze denken.

Helaas is het niet anders in Nederland. Ds. de Heer, dominee in een Gerefomeerde Gemeente, laat weer eens fijntjes weten dat zijn kerkgenootschap de rechte inzichten heeft aangaande de leer. Waarom blijkt het toch niet mogelijk om de dogmen als een gesprek te zien en niet als een objectief vastgelegd thema dat over tijd en eeuwigheid niet is veranderd en niet zal veranderen. Lijkt mij nogal platonistisch. Dat zal deze dominee toch niet bedoelen. Waarom dikke boeken schrijven waar afstand wordt genomen van elkaar, in plaats van boeken te schrijven die helpen de afstand tussen kerken te verkleinen? Ik heb de ijdele hoop dat dat binnen  het kerkgenootschap van ds. de Heer ooit zal mogen gebeuren, maar de Heer kan wonderen doen,

Waar ik me druk om maak is dat deze “recht in de leer”-houding een drempel vormt voor mensen om werkelijk Jezus te zien. Het lijkt op het hekwerk dat het Jodendom om de Thora bouwde. Het kerkgenootschap van ds. de Heer groeit alleen door geboorte, waar is het missionaire gehalte?

Bij Jezus gaat het niet om de regels, maar om relatie. Ik hoop dat ik nog eens die regels kan vermijden, zodat ze niet een bijna onvermijdelijke drempel vormen voor een goed gesprek over een relatie.

Ik zie uit naar een boek vanuit de Gereformeerde Gemeente die de kloof tussen hen en de rest van gelovend Nederland zal verkleinen. Dat God dat zou moge geven ….

Oude wijze mensen

Vanmorgen hadden een Mariska en ik een gesprek met mijn nieuwe baas van CAMA Zending en zijn vrouw. Ze kwamen op kraambezoek. Boven de post staat dat is iets zinnigs wil zeggen over oude mensen, maar de aanleiding daarvoor was onze zoon die een week of vier geleden werd geboren. Het is een mooi kereltje. Maar nu weer terug naar de oudere mensen. In dat gesprek van vanmorgen kwam het op mentoren en oude mensen die als mentor zouden kunnen functioneren.

Ik constateer een aantal zaken:

  1. Er zijn maar weinig oude wijze mensen die als mentor kunnen functioneren. Ik heb niet zulke goede ervaringen met oude mensen. Tijdens een stage in een gemeente bezocht ik alle 65plussers twee keer. Totaal zo’n 50-60 gesprekken. Velen van hen klaagden over wat niet goed was gegaan in het dagelijks leven, de familie en in de gemeente. Weinigen straalden een stuk levenservaring uit die aanstekelijk was. Nog steeds verbaas ik mij over hen.
  2. De vraag die ik mijzelf stelde in dat gesprek was deze: ben ik later ook zo’n oude verbitterde man? Een verbitterd mens wordt nooit een goede mentor voor anderen. Graag zou ik later voor een jongere generatie een mentor functie willen vervullen, dus moet ik nu mijn levenservaringen koesteren en ervan leren. Een potentiële mentor is iemand die openstaat voor God en de ander. Maar een potentiële mentor leert voortdurend door te lezen, door te studeren, door ervaring.
  3. Ik heb wel eens voor mezelf deze gedachteoefening gedaan: wie zou ik kunnen vragen als mentor? Ik had wel een aantal namen, maar er was altijd een grote schroom om op iemand af te stappen. Anderen die deze schroom minder hadden, werden bij potentiële mentors die ze DE vraag stelden niet met open armen ontvangen. Volgens mij moeten er meer mensen zijn die het omgekeerde traject volgen. Welke potentiële mentor stapt op iemand af met de vraag: Ik zie in jouw een groot potentieel, mag ik de komende tijd je mentor zijn? Er kan een grote potentie ontdekt worden voor het koninkrijk van God.
  4. Om mentor te zijn moet je tijd reserveren voor een ander. Tijd is schaars. We geven meer tijd aan taken dan aan mensen. We schrijven eerder een beleidsstuk om mentoren op te leiden dan om zelf mentor te zijn. Waar gaat het nu daadwerkelijk om?

Wie wil zo’n mentor zijn? Er lopen geweldige jonge mensen rond die graag op weg geholpen willen worden. Wie mag ik noteren?

Preaching re-imagined

Zoals ik in een eerdere post zei, ga ik een aantal boeken bespreken die ik tijdens mijn studie heb gelezen. Het ene boek zal ik een samenvatting schrijven, van de ander een recensie. Voor “Preaching re-imagined” schrijf ik een recensie, omdat het boek met name sterk is in het poneren van een idee. Inhoudelijk vond ik de uitwerking niet bijster sterk. Er is sprake van veel herhaling.

“Preaching re-imagined” is geschreven door Doug Pagitt, een bekende naam in het “emerging” wereldje en voorganger van Solomon’s Porch. Het boek focust op de plaats van de preek of de “s-preek” in de samenkomst (Pagitt spreekt over “speaching”). In Solomon’s Porch (SP) pakt men dat iets anders aan dan in de gemiddelde samenkomende geloofsgemeenschap. De s-preek in SP is iets van de hele gemeenschap. Op dinsdagavond komen verschillende mensen uit de gemeente samen om over het onderwerp van de zondag daarop te discussiëren. Deze boeiende gesprekken leveren de inhoud voor het gesprek in de samenkomst. De spreker neemt deze ideeën mee en bereidt tijdens die week het gesprek of de s-preek voor. Net zoals op dinsdag wordt het onderwerp tijdens de dienst op zondag besproken. De spreker leidt het onderwerp in en legt een fundament voor het gesprek. Daarna is er gelegenheid om te reageren. Nu zou je kunnen denken dat dit veel minder voorbereiding vraagt. “Waar is de exegese?”, zegt de theoloog. Pagitt zegt dat deze manier van s-preken veel meer voorbereiding kost. Tijdens het gesprek kunnen allerlei invalshoeken de revue passeren. De spreker heeft veel tijd nodig om deze verschillende invalshoeken te overdenken en moet in staat zijn om enige sturing te geven. Daarbij hoort ook de exegese. Deze vorm noemt Pagitt een “progressional dialogue”:

Progressional dialogue, on the other hand, involves the intentional interplay of multiple vieuwpoints that leads to unexpected and unforseen ideas. The message will change depending on who is present and who says what. This kind of preaching is dynamic in the sense that the outcome is determined on the spot by the participants (pagina 52).

Wat zijn de voordelen van deze “actieve dialoog”?

  1. Iedereen is betrokken bij de s-preek. Er is dus sprake van een hoge “degree of ownership”.
  2. De aandacht bij de s-preek gaat met sprongen omhoog. Mensen zijn nieuwsgierig naar wat anderen vinden van een onderwerp.
  3. Het sluit aan bij een postmoderne cultuur waarin verschillende meningen worden gewaardeerd.
  4. Bij een gewone preek is er vaak sprake van een toepassing aan het einde (application). Bij een s-preek is er sprake van transformatie tijdens de samenkomst. De aanwezigen bespreken zelf wat een onderwerp/bijbeltekst voor hun leven betekent en trekken vervolgens conclusies. De gespreksleider kan daar ook op aansturen.
  5. Er is geen sprake van een monoloog, dus het is niet steeds de mening van dezelfde spreker. Door de verschillende inzichten van de deelnemers, wordt een onderwerp/bijbelteksten van verschillende kanten bekeken.
  6. Niet-christenen kunnen vragen stellen als ze het niet volgen of begrijpen.
  7. Het heeft een samenbindend effect, omdat er samen over een onderwerp gesproken wordt.

Het idee spreekt me aan, de uitwerking in het boek is een stuk minder. Boek lezen, maar wel lenen dan.

Laat de ware Che Guevara opstaan!

Ik merk dat er een aantal Nederlandse bloggers zijn die van mening zijn dat de kerk radicaal moet veranderen. Soms blijken de vormen aangepast te moeten worden, anderen plegen een Derridiaande deconstructie toe op het wezen van de kerk.

De geschiedenis laat zien dat de cultuur grote invloed heeft op kerkelijke structuren. Ook al zullen veel theologen het ten stelligste ontkennen, cultuur vormt de kerk. De uitspraak “Ecclesia semper reformanda est” gaat elk moment op. Het is wel van belang onszelf de vraag te stellen of veranderingen alleen van toepassing zijn op structuren of in meer algemene zin op de sociologische kenmerken van de geloofsgemeenschap? Zijn deze veranderingen ook op de theologie van toepassing? Ik komt tot de ontdekking dat het geldt voor beide. De theologie is ingebed in een cultuur die haar vormt. Ook daar willen heel veel theologen niet aan. Met een voorbeeld wil ik dit aantonen. Eeuwenlang is de positie van de vrouw ondergeschikt geweest aan die van de man. Onder invloed van de feministische golven de afgelopen decennia komt er meer ruimte. Binnen het “emerging” gedachtegoed worstelen vele denkers en doeners met dit probleem. Ook in de Nederlandse setting zoekt men naar nieuwe theologische gedachten en structuren (al voeren de aan te passen structuren nog steeds de boventoon, helaas). Jason Clark toont in zijn dissertatie “Via Media” aan dat werkelijke veranderingen een theologische basis moeten hebben, maar dat terzijde.

Welk karakter hebben deze veranderingen? Zoals ik al zei, pleiten sommigen voor een revolutie. Zo zijn er mensen die de karakteristieke kerkdienst achter zich hebben gelaten. Sommigen beleven hun geloof helemaal buiten de kerkelijke verbanden. Een radicale breuk tussen de oude en de nieuwe beleving plaatst deze mensen in een nieuwe geloofservaring. Ik denk dan aan de huiskerken die ontstaan, ik denk aan de geloofsgemeenschappen die ontstaan zonder enige band met een groter kerkelijk verband, ik denk ook aan sommigen die niet het geloof, maar wel de kerk vaarwel hebben gezegd. Op deze wijze kunnen nieuwe inzichten snel vormgegeven worden. Ook kan snel ingespeeld worden op een snel veranderende cultuur. Verschillende schrijvers denken hierover na: George Barna (Revolution) of Alan Jamieson (A churchless faith).

Anderen pleiten voor een meer geleidelijke overgang. Het rapport “Mission shaped church” van de Anglicaanse kerk in Engeland is daar een voorbeeld van. Ook Kester Brewin in zijn boek “The complex Christ” pleit hiervoor. Hij zegt: “If we are to transform the whole, and truly alter the very nature of things for the good, then the mode of change cannot be revolution, but evolution”. Achter deze opmerking zit het besef dat een geloofsgemeenschap nooit alleen staat, maar altijd deel uitmaakt van een groter verband (de kerk is “katholiek”, staat op de schouwers van vele kerkmensen in de geschiedenis). Opgemerkt moet worden dat sommige veranderingen op deze wijze nooit zullen plaatsvinden. Brewin zegt daarop dat dat niet onze zaak is, maar van God, die Zijn kerk bouwt. Deze visie betrekt de hele kerk bij nieuwe gedachten en vormen, zonder dat er breuken optreden.

Hier staan twee visies tegenover elkaar. Twee visies die beide het “semper reformanda” voor ogen hebben. Kunnen ze samengaan? Daarover in een volgende post.

I’m back!

Kijkend naar mijn laatste post, dan is het weer veel te lang geleden dat er iets op deze blog is verschenen. Niet dat het aan inspiratie ontbrak, ik was gewoon te druk. We zijn driftig op zoek geweest naar tijdelijke woonruimte. Dat hebben we redelijk snel kunnen vinden en daarom hebben we de afgelopen weken in twee huizen gewoond. Uiteindelijk is zo goed als alle huisraad bij mijn schoonouders opgeslagen. We wonen nu op een tijdelijk woonadres totdat het kleine wonder wordt geboren. Het was een grote verassing toen we hoorden dat we in verwachting waren. Mariska wordt dikker en dikker en ik ben meer en meer benieuwd welk kindje we zullen krijgen.

Naast de verhuizing en de zwangerschap moet de scriptie nog afgeschreven worden. Dat schiet heel aardig op en het is enorm verreikend. Binnen het “emergent” wereldje wordt er heel wat afgeschreven en bijna niemand denkt hetzelfde.

Door de drukte van deze maand en bijna geen mogelijkheid om email te lezen, heb ik ook heel wat blogposts gemist. Ik ga dat snel inhalen, wat ik zag dat er interessante discussies gaande zijn.

Binnenkort kun je een post verwachten over de kerk die of een “evolutie” of een “revolutie” nodig heeft. Horend naar verschillende Nederlandse bloggers, roepen er een groot aantal om een revolutie. Christelijk anarchisme?

Onethisch

Onethisch: een woord dat ik de laatste tijd veel voorbij zie komen. De Grote Donorshow was volgens minister Plasterk onethisch. Typ het woord onethisch in op Google en je krijgt de Donorshow en de reakie van de minister. Hij kon er niets tegen doen, maar blijkbaar had het niet zijn goedkeuring. Van de week hoorde ik het woord opnieuw tijdens een interview. Wat is dat: onethisch? Tijdens mijn opleiding theologie heb ik meerdere colleges ethiek gevolgd. Steeds ging het om dat wat goed en wat niet goed was. Daar hebben veel mensen zich in heden en verleden over gebogen en hun denkbeelden werden tijdens de colleges bestudeerd. Onethisch is niet een vorm of een verlegstuk van onethiek. Het woord bestaat niet eens. Onethiek zou het niet rekening houden met goed en kwaad kunnen zijn. Dat wordt niet met onethisch bedoeld. Onethisch is iets wat blijkbaar niet kan, maar wat wel mag, omdat je er niets tegen kan doen. Dit kan een probleem worden, want wat mag dan wel en wat mag dan niet? Plasterk kon niets doen, omdat de overheid geen invloed mag uitoefenen op de programmering van de plublieke omroep. De EO mag geen bijbelstudies uitzenden, want dat is niet goed voor de kijkcijfers, maar BNN mag wel onethische programma’s uitzenden. Volgens mij moet er een grote discussie opgang komen over ethiek. Is er nog wel sprake van een ethiek in Nederland, of houden we ons alleen maar aan de wet die polderend tot stand kwam? Ik pleit voor nieuwe aandacht voor de definitie van goed en kwaad! Overigens bleek de Donorshow een grap te zijn om publiciteit te halen. Toen was het ineens niet meer onethisch! Vreemd…

Symposium met Stuart Murray

Ons geloof daagt ons uit om niet te lang te rouwen over het verdwijnen van het christendom. Het daagt ons uit om te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om van betekenis te zijn, als kerken als christen. Vrijdag 8 juni a.s organiseren Oeds Blok en Matthijs Vlaardingenbroek een symposium in Den Haag over het thema ‘Church after Christendom’. De sprekers op deze dag zijn Stuart Murray en Juliet Kilpin.

Het symposium is van 14.00 tot 22.00 uur waarbij een warme maaltijd inbegrepen is. De dag wordt gehouden aan de Veenkade 48 in Den Haag. De kosten voor het symposium zijn 25 euro inclusief de maaltijd en de consumpties. De toespraken worden zonder vertaling in het Engels gehouden.

Hier kun je de bijbehorende folder bekijken of downloaden.

De waarheid

“Wat is waarheid?”, vraagt Pilatus voor de kruisiging tijdens een ondervraging aan Jezus. Deze vraag houdt mij al jaren bezig. Vaak heb ik bij waarheid gedacht aan iets dat waar of niet waar is. Bijvoorbeeld: het gras in de tuin is groen. Deze uitspraak is volgens mijn waarneming waar. Daar kunnen we natuurlijk ook over discussiëren, maar dat is nu niet mijn bedoeling.

In de bijbel wordt waarheid anders benaderd. Jezus zegt zelf dat hij de waarheid is. In bijbelstudies heb ik er vaak mee geworsteld hoe je dit moet interpreteren. Daar kun je volgens mij niets op loslaten van waar of niet waar. Door mijn modernistische benadering zoek ik naar uitspraken die te falsificeren zijn. Dat is hier niet mogelijk. Waarheid is in Jezus gepersonaliseerd. Ik kwam daarop toen ik 1Joh1:6 las. In de NBG staat dat dat we niet in de waarheid zijn als we in de duisternis wandelen. Hier duidt waarheid op levenswandel. Johannes roept mensen op “in het Licht” te wandelen. Ook hier is het weer opvallend dat waarheid niet slaat op waar of niet waar, maar meer op waarheid doen. Waarheid is geen statisch begrip, maar dynamisch. Het zet mensen in beweging, omdat Jezus mensen in beweging zet.

Over de bijbel moet je praten met elkaar

Deze weken ben ik samen met mijn collega’s in de Parousia Gemeente bezig met het samenstellen van een aantal preken en een tweetal studie-boekjes voor de kringen. In de Parousia Gouda staat het gehele jaar 2007 in het teken van een thema: Deze of gene(n). Het is de bedoeling dat zo’n beetje de hele gemeente nadenkt over het DNA van de gemeente (je komt deze term ook overal tegen, iedereen is op zoek naar identiteit). Eén van de plaatsen waar dat gaat gebeuren is de kring.

Maar voordat een dergelijk boekje of een preek geschreven wordt, moeten we wel helder hebben wat ons DNA is. Waar staan we voor theologisch? Wat is onze identiteit? We kiezen ervoor om daar met name (praktisch) theologisch over na te denken. Hoe zijn we in vogelvlucht te werk gegaan?

Eerst hebben we de onderwerpen vastgesteld via een brainstorm. Daarna is de inhoud van de studies voorbereid. Over het inhoudelijke aspect hebben we met elkaar als werkers van de gemeente weer gebrainstormd en door geboomd. Wat blijkt? Nu pas ontdek ik waar mijn collega’s op een aantal vlakken voor staan, theologisch dan. We ontdekken nieuwe dingen van elkaar. Dat komt omdat we niet dezelfde mening hebben. Door dat gesprek komen we weer op andere zaken en moeten we oppassen niet teveel van het onderwerpen te raken. Dit proces is interessant.

Komt theologie niet op zo’n manier tot stand? Door erover te praten met elkaar. Stanley Grenz zegt zeer overtuigend dat de vorming van de theologie moet gebeuren in de gemeente of in de gemeenschap. Nu is het vaak de hogeschool of de Universititeit waar de meeste ideeën gekanaliseerd worden. Ik sta helemaal achter Grenz. De gemeente moet nog meer dan nu een bron worden van frisse theologische ideeën die de wereld veranderen.

Voor mij smaakt dit naar meer….

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.