Categorie archief: gemeenschap
Introducing the missional church
Het boek “Introducing the missional church” houdt me deze week erg bezig. Waarom?Dit boek wil een basis leggen voor missionair denken binnen een kerk.
Ik kan wel zeggen dat ik veel praktisch ingestelde gemeenteopbouw boeken heb doorgeploegd. De boeken die ik las en die de meeste inpact hebben gehad in Nederland zijn die van Christian Schwarz, Bill Hybels en Rick Warren. Alle drie de schrijvers leveren in hun boeken een opbouwmodel aan dat in de gemeente toegepast kan worden.Het gaat om de 8 duigen van Schwarz, de 5 doelen van Warren en de 7 punten van Hybels (die nooit echt duidelijk zijn geland volgens mij).
Steeds meer kom ik erachter dat deze modellen nogal problematisch zijn. Ze zijn cultureel afhankelijk en kijken niet naar de plaatselijke situatie. Er wordt in deze boeken niet gevraagd wat de mensen in de gemeente nu eigenlijk denken hoe de gemeente eruit zou moeten zien. Nog problematischer is het dat er weinig wordt gezegd over gebed en over het onderscheiden van Gods leiding en werk in de gemeente en al helemaal niet over wat God in deze wereld aan het doen is. Te vaak wordt een model “top down” op een gemeente geplaatst zonder dat de mensen zelf veel invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Het is meestal een resultaat van de leiders die het willen “implementeren” (van boven af) i.p.v. dat de gemeente daar veel zeggenschap over heeft (van onder af).
Roxburgh en Boren schrijven een ander boek. Ze zijn ervan overtuigd dat het ten eerste Gods Geest is die werkt in deze wereld en ook de geloofsgemeenschap vormt. Alles begin bij God: de “missio Dei”. Er is geen vaststaand model mogelijk dat zonder voorwaarden klakkeloos kan worden toegepast. God zelf is aan het werk en doet dat op verschillende wijzen. Het doel van een geloofsgemeenschap is om aan te sluiten bij dat wat God aan het doen is in hun eigen geloofsgemeenschap en ook met name in de omgeving waarin deze gemeenschap “woont en werkt”.
Het zoeken naar wat God doet, kan volgens Roxburgh en Boren nogal verwarrend overkomen. Hoe ontdek je wat God aan het doen is? Ze gebruiken voor het “missionaire leven” (missional live”) van de gemeente de metafoor van de bruisende rivier. Dat is geen kalm stroompje, maar een stortvloed die niet te beheersen is. En daar gaat het hen om. Modellen kunnen het gemeenteleven sturen beheersen, Roxburgh en Boren laten zien dat het God zelf is die in de eerste plaats stuurt. En Gods werk is soms verrassend “anders”. Het gaat om “missional immagination of what God is doing in this world”. Een missionaire gemeente stijgt daarom uit boven de categorisering die vaak optrad bij modellen die zonder enig voorbehoud werden toegepast. Een geloofsgemeenschap staat echter in een driehoeksrelatie met cultuur en evangelie en kan ooit los staan van beide.
Het boek laat nog veel meer zien. Er worden verschillende metaforen gebruikt van de plaatsing van een geloofsgemeenschap in de tijd en op een specifieke plaats. Het boek geeft aan het einde ook een stappenplan hoe de gemeente kan nadenken over deze “missional immagination”. Ook hier is opvallend dat degene die leiding geven daarop geen invloed hebben. Alles gebeurt “bottom up”: het geheel van gelovigen praat, bidt en zoekt naar wat God aan het doen is binnen en buiten de kerk.
Een boek dat werkt als een verademing. Ik mijn kerkelijk “loopbaan” heb ik vaak gedacht dat ik moest zeggen hoe het moest. Ik moest nadenken over visie, over plannen maken, ik moest mensen enthousiasmeren voor dat wat ik had bedacht. Nu denk ik dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat ik God voor de voeten heb gelopen. Missionair kerk-zijn is iets van begint bij God en opgepakt wordt door alle gelovigen die als gemeenschap aan elkaar verbonden zijn. Pas dat kan de kerk (geloofsgemeenshap) als geheel met beide voeten in deze wereld staan. Werkend aan een wereld die Jezus nodig heeft.
Ik hoop dat over dit boek in Nederland een seminar wordt gegeven. Ik hoop het…
Waarom komen we naar de kerk?
Ik ben sinds een paar weken betrokken bij het kinderwerk in onze gemeente. Ik vind dat erg leuk om te doen. Ik heb dat in het verleden al eens gedaan in een vorige gemeente. Het is dus een hernieuwde kennismaking.
Twee weken geleden hadden we ineens veel meer kinderen in ons gespreksgroepje. Waarom vroeg ik me af? Er bleek in de dienst voor de “grote mensen” een bekende Nederlandse spreker te zijn uitgenodigd. Daar kwamen ook veel ouders op af die normaal niet naar onze gemeente komen. Ze nemen natuurlijk ook hun kinderen mee en die komen dan weer naar het kinderwerk toe. Mooi toch, die extra aanloop. Vandaag was ik weer ingeroosterd bij het kinderwerk. Naderhand vroeg iemand: “hadden jullie ook meer kinderen vandaag?” “Hoezo?”, was de wedervraag. Het bleek dat er vandaag weer een bekende gastspreker was. Blijkbaar moest deze gastspreker ook meer mensen trekken en vroeg deze persoon zich af of dat ook daadwerkelijk zo was.
Kun je daar iets op tegen hebben? Deze gastsprekers worden toch uitgenodigd om nieuwe mensen te trekken? Door een “beroemdheid” zullen mensen sneller naar “onze” gemeente komen. We willen toch groeien als gemeente? Daar zit ‘em volgens mij de kneep. Deze sprekers trekken nieuwe mensen, terwijl we toch gericht zijn op niet-christenen.
Nieuwe mensen zijn niet altijd niet-christenen. In beide gevallen die ik noemde gaat het om mensen uit andere kerken die afkomen op een bekende naam. Het zijn vaak church-hoppers die dan even komen buurten. Voor niet-christenen zijn deze sprekers niet bekend. Zij zullen niet getriggerd worden door deze namen. Vraag maar eens iemand op straat naar de coryfeeën van de EO. Andries Knevel, met dat vingertje, eh, eh, eh…. Het zijn bekende namen van ons eigen christelijke eilandje. Weet jij wie Richard Rorty is? Dat bedoel ik nou, een filosoof die is bekend voor eigen parochie (tenzij je iets van de hedendaagse filosofie kent).
Mag je dan geen bekende sprekers uitnodigen? Dat is volgens mij niet de kern van mijn probleem. Als gemeente willen we mensen de liefde van Jezus laten zien. Dat kan via een bekende naam, maar ook via iemand anders die geen beroemdheid is. Onze focus richt zich vaak op de groei van de kerk, terwijl het gaat om de groei van het Koninkrijk van God. Kerken halen dit vaak door elkaar. De vraag die een geloofsgemeenschap zich moet stellen is: Op welke wijze kan de gemeente bijdragen in de groei van het Koninkrijk? Bij het beantwoorden van deze vraag kan het best eens zo zijn dat we geen bekende namen nodig hebben…
Het succes van de kerk
Waaraan herken je het succes van de kerk? Deze vraag stelt David Fitch zichzelf in The Great Giveaway. Hij is leider van een emerging church met de naam Up/Rooted en, dat is niet onbelangrijk, de kerk is aangesloten bij de CAMA. Het doet mij goed dat ook collega’s vanuit hetzelfde kerkverband nadenken over kerk zijn in een postmoderne wereld.
Kun je succes meten? De gezondheid of succes van de kerk meet je, zegt Fitch, door de trouw van de bezoekers. Trouw is tegengesteld aan individualisme. Trouw is de belichaming van Jezus’ leven op aarde. Hij was trouw tot aan de dood.
Hoe? Een aantal punten:
- Kijk naar het aantal dopelingen in plaats van naar het aantal beslissingen om christen te worden. Door middel van de doop beaam je wat Jezus heeft gedaan in je leven.
- Meet op een kwalitatieve manier de mate van gemeenschap. Hoe? Door middel van vragen geeft hij een aantal suggesties. Hoe vaak heeft iemand je de harde waarheid gezegd zonder dat dat de relatie verstoorde? Wanneer heb je zonde beleden aan iemand die je vertrouwde? Wanneer bezocht iemand je voor het laatst toen je ziek was? Wanneer bad je samen met iemand over een zaak die voor jou van uitermate groot belang was?
- Meet het aantal gemeentestichtingen in plaats van de grootte van de kerkgebouwen.
Ik ben nog steeds aan het nadenken over zijn punten. Hij zoekt naar echtheid in het geloof en in de gemeenschap van de kerk. Dat spreekt aan. Met name punt 2. Als je goed kijkt naar de vragen dat kost gemeenschap enorm veel transparantie en kwetsbaarheid…
To remember……
People came together in Church on Sunday morning to celebrate the community that they had the rest of the week, people now come to church on Sunday morning to find the community that they don’t have the rest of the week.
The word myself does not appear in the Gospels.
I am because we are.