Categorie archief: emerging church
Ploeteren en pionieren
Tot nu toe heb ik nog niet veel reacties in de emerging “blogosphere” gelezen over het boek van Martijn Vellekoop en Nico Dirk van Loo. Dat is jammer, want het boek is het waard om besproken te worden. Ik probeer in deze recensie een beeld te geven van het boek met daarbij aan het einde een waardering.
Toch een paar recensies op een rij:
Evangelisch Luterse gemeente Haarlem-Beverwijk
Het boek leest makkelijk weg en de praktijk beschrijvingen roepen veel herkenning op. De afwisseling tussen “theorie” en “beleving” spreekt mij aan. De verhalen zijn beschrijvingen van mensen die niet genoegen nemen met de status quo in de kerk. De geïnterviewden willen met beide benen in de modder van de wereld staan. De werkelijkheid is rauw, maar het Koninkrijk kan daar doorheen breken. Ze hebben als doel gesteld om het “wild”/”wereld” te getuigen van het Koninkrijk, wegwijzers te zijn naar Jezus. Het is treffend om bij een aantal van de geïnterviewden te merken dat hun initiatieven weerstand hebben opgeroepen bij de gevestigde orde. Een aantal van hen knapte af op deze starheid. De gevoelens die daarbij vrijkomen zijn ook beschreven door Dave Tomlinson “de post-evangelical” en bevestigen maar weer eens dat nieuwe initiatieven om te bouwen aan het Koninkrijk van God niet door iedereen worden gewaardeerd. Ik ervaar daarbij een mix van boosheid, verdriet en machteloosheid. De marginalisatie (Jesus has left the polder) is blijkbaar nog niet voldoende doorgedrongen bij sommige kerken en kerkleiders om werkelijk in beweging te komen.
De theoretisch nadruk ligt bij het Koninkrijk van God en Jezus als verkondiger daarvan. Het Koninkrijk beslaat de hele aarde, niet alleen de beperktheid van de plaatselijke kerk vandaag de dag. Jezus maakt dat Koninkrijk tastbaar en zichtbaar, volgens de schrijvers. Zou Jezus in een lease-bak rijden en in Leidsche Rijn wonen? Dat is de vraag die de schrijvers zich bijvoorbeeld stellen. Ze wijzen op al die christenen die het voor elkaar hebben, maar die religie consumeren en verder er niets mee doen. En volgens de schrijvers moet je het Koninkrijk vooral doen! Dat is iets dat Jezus ons leert. Heden ten dage heeft de kerk dat verleerd. Ze probeert door relevante kerkdiensten de mensen naar de kerk te krijgen. Maar zeggen de schrijvers, het gaat er niet om om de mensen naar de kerk te krijgen, de kerk moet naar de mensen toe: Van atractional naar incarnational.
In de beschrijving merk je dat de schrijvers goed hebben geluisterd naar hun Angelsaksische meedenkers en schrijvers. Hun ideeën wordt vertaald naar een Nederlandse context en door de praktijk voorbeelden aan tijd en plaats gekoppeld.
Waardering en kritiek:
- Het boek is een goede inleiding op een nieuw soort denken dat ook in Nederland steeds meer aandacht krijgt. Het gaat om evangelie en een “handen uit de mouwen”-denken (holistisch denken). De emerging church kijkt over kerkmuren heen en wil daar zijn waar mensen zijn die lijden en pijn hebben. Ze willen als Jezus naast hen staan. Ze willen liefhebben, nood dragen, delen en Jezus vertrouwen dat Hij erbij is. De praktijkvoorbeelden schetsen dit op een treffende manier.
- In het boek wordt gezegd dat het postmodernisme en de marginalisatie van de kerk op de achtergrond meespelen bij de discussie over de emerging church (p6). Ik denk dat de techniek de bedding is waarin de ideeën over nieuwe vormen van kerk-zijn verspreid worden. Blogs en websites maken het mogelijk om snel op de hoogte te zijn van conferenties, ideeën, “namen”, boeken, enz. Ik durf zelfs de vraag te stellen dat zonder het internet de emerging church niet zo snel voet aan de grond had gekregen.
- In de kenmerken van de emerging church mis is de missionaire nadruk. Ik denk zeker dat dat ook genoemd moet worden. Overigens, bij de karakteristieken voor de kerk wordt “mission” wel genoemd (p147).
- Ik ben blij met de nadruk op het Koninkrijk. Tegelijkertijd verbaast het me dat de schrijvers een theologisch lijn neerleggen om het Koninkrijk te duiden die start in het Oude Testament en stoppen bij de evangeliën. Paulus verkondigde ook het Koninkrijk, maar stichtte als gevolg daarvan gemeenten. Ik mis in het boek de relatie tussen kerk en Koninkrijk. George Eldon Ladd heeft daar mooie dingen over geschreven en zou zo in het “emerging” denken geïncorporeerd kunnen worden.
- De schrijvers noemen als karakteristieken voor de kerk: communion, community en mission (ontleent aan “The Tangible Kingdom: Creating Incarnational Community”, door Hugh Halter en Matt Smay). Dit is niets anders dan wat jaren eerder verwoord is in de drie B’s: boven, binnen, buiten. De basis die de schrijvers neerleggen kan ook toegepast worden in een evangelische gemeente van 1000 leden, met kleine groepen en een daklozen-bediening. In welk opzicht in de emerging church in Nederland dan anders dan een “gewone” evangelisch gemeente? Deze vraag wordt voor mij niet voldoende beantwoord.
- Dit boek is (denk ik) geschreven voor de geïnteresseerden die zich niet binnen de emerging wereld bevinden en die niet theoloog zijn. Dat kan ook de reden zijn dat het niet gaat om theologische diepgang (en dat er “gewone” mensen zijn die het boek willen kopen). Ik hoop dat er in de toekomst studies in het Nederlandse taalgebied verschijnen die deze diepgang wel hebben (en die misschien niet hoge verkoopcijfers hebben). Ik hoor te vaak dat het niet gaat om theologische diepgang, maar om “iets” anders. Ik hoop dat de Nederlandse emerging beweging in de toekomst ook gekenmerkt wordt door de stevige theologische doordenking en niet door oppervlakkigheid.
- Het is storend dat de voetnoten de ene keer wel de pagina( ‘s) noemen en de andere keer niet. De voetnoten hebben geen eenduidige notatie.
De kritiek is bedoeld als aanzet tot verdere doordenking. Al met al een boek dat het waard is om gelezen te worden. De emerging church is in Nederland een groeiende beweging. Het is nog steeds erg klein, maar een toenemend aantal mensen wordt uitgedaagd door de ideeën. Dat is hoopvol. Ik hoop dat dit boek daar ook aan bijdraagt.
A Christianity worth believing (6)
Een mens is een holistisch wezen. Een natuurarts, Dr. Riabokin legt uit:
Your entire body is connected – your spirit, your emotions, your body, the whole thing.
Pagitt vraagt zich af of zijn dualistisch denken niet op de helling moet. Holistisch denken heeft invloedop geloof, theologie en leven.
Lijkt mij voor de hand liggend, een mens is een holistisch wezen. Een mens is een eenheid (niet een twee-eenheid!) van een onstoffelijk en een stoffelijk deel. Een Bijbelse antropologie en persoonlijke eschatologie zou daar nog verder op in moeten zoomen. Maar, een mens is pas een mens al het een geheel vormt van lichaam en geest (stoffelijk en onstoffelijk).
Ik blijf moeite houden met natuur-artsen. Waarom? Hun wereldbeeld wijkt meestal af van het Bijbelse wereld- en mensbeeld. Pagitt heeft er geen moeite mee. Met Yoga ook niet. Ook een heel ander wereldbeeld.
A Christianity worth believing (5)
Het is alweer een tijd geleden dat de laatste post over het boek van Pagitt verscheen. Niet dat het boek niet interessant is, de tijd ontbreekt mij gewoon. Ja, dat is een slap excuus. Hier het volgende deel.
Pagitt benadrukt dat de Bijbel de belangrijkste basis voor het christelijk geloof. Sommigen gebruiken het als een verdedigings wapen tegen de “human enemies of our faith”, maar dat is het juist niet. Wat is het nog meer niet? Het is geen “reference book”. Geen encyclopie met bijbelse waarheden. Het bevat geen verhalen die totaal los van elkaar staan. Elk verhaal is deel van een groter geheel, een wereld die je binnenstapt met verhalenvertellers, dichters en profeten. In dit kader keert Pagitt zich tegen de memorisatee emthodes die mensen aansporen om lostaande bijbelverzen uit het hoofd te leren. Door te memoriseren, laat je een heel aantal verzen weg. Delen van de Bijbel die ook van belang zijn, vallen dan buiten de aandacht. Dat kan niet de bedoeling zijn, het gaat om de boodschap van het geheel.
Waarom benadrukt Pagitt deze twee uitgangspunten (1. Bijbel is geen wapen, 2. Bijbel is geen encyclopedie).? Hij doet dat omdat hij ziet dat het verdedigen van de bijbel zich veplaatst tussen christen en niet-christen naar christenen onderling. Hij noemt bijvoorbeeld homosexualieit, foutloosheid/onfeilbaarheid van de bijbel en de rol van vrouwen in de kerk.De Bijbel kan dan een “bewijs” worden voor de eigen positie.
Het lijkt erop dat door de soms verhitte discussies, de Bijbel een goddelijke status krijgt. Hij zegt:
“I know plenty of people who think it ought to happen the other way arround, that a person needs to believe the Bible in order to believe in God. … I don’t think the Bible is always the best starting point for faith”.
Interessant is wat Pagitt zegt over het werkelijk doel van de Bijbel:
For Paul and Timothy, Scripture found its power in the community of faith, in the activity of God as seen trough people, in the continuing story of God’s partnership with humanity. … Scriptures are meant to be lived.
Wanneer je hier over nadenkt, dan heeft de Bijbel een verbindende functie. De Bijbel laat zien dat God actief is in deze wereld, en door de Bijbel halen mensen daar hoop en inzicht uit. Bijbelgedeelten kunnen uit de tekst springen als er een relatie wordt ervaren in het dagelijks leven. “Ik ben de opstanding en het leven”, zei Jezus. Het was de tekst op mijn vaders begrafenis. Deze tekst heeft sindsdien een andere betekenis gekregen. “God is een goed werk begonnen en zal dat volbrengen”, vrij geciteerd uit Filippenzen 1:6. Een tekst die bepalend is geweest aan het begin van mijn bewuste leven met Jezus. De Bijbel reistop deze manier met een mens mee, de tekst grijpt in in het leven. In de Bijbel ontmoet je jezelf en door de hoofdpersonen die er in worden beschreven, ontmoet je jezelf. De Bijbel is een boek dat een deel wordt van de biografie van een mens.
Pagitt ziet de Bijbel niet als een verzameling leerstellingen. Hoe we daar dan wel naar moeten kijken, laat hij hier achterwege.
A christianity worth believing (4)
In de vorige post had ik het over contextualisatie. Pagitt zegt dat de imbedding van het evangelie vanaf het begin zichtbaar was in de geloofsgemeenschap. Het christendom is vanaf het begin multicultureel en heeft daarna verschillende gedaanten op deze aarde gekregen.
Pagitt ziet echter in de kerkgeschiedenis een beweging van multiculturalisme naar monoculturalisme, d.w.z. uniformiteit. Hij zegt:
… Christianity began settling into one particular culture and worldview, and all adherents had to convert to that worldview.
Voor Pagitt is dat niet het Joodse/Hebreeuwse, maar het Griekse of Hellinistische wereldbeeld. De volgelingen van Jezus gebruikten Griekse symbolen, ideeën, referentiepunten om het verhaal van het geloof met een Hebreeuwse achtergrond te vertellen. Pagitt is onduidelijk over het begin. Hij zegt dat de volgelingen van Jezus dat al deden, maar dat het hellinisatie-proces plaatsvond vanaf de 3de eeuw (tijdens Constantijn). Duidelijkheid hierover lijkt mij belangrijk, begon het volgens Pagitt in de 1e of de 3de eeuw? Ik kom hier op terug.
Voor Pagitt is versie van het christendom, zoals we dat nu kennen, met name gekleurd door het grieks-romeins christendom van de 5de eeuw. Waarom is dat van belang? Omdat het christendom door dit wereldbeeld is aangetast: “… the meaning of the gospel changes with it. And that´s how we have ended up with a changed faith. Language can change everything.” Theologen als Augustinus en Calvijn zijn er door aangetast, volgens Pagitt.
Waarom is dit dit zo belangrijk voor hem? Omdat volgens Pagitt de nadruk op “unchanging knowlegde, absolute assurance” vanuit dit gedachtegoed is ontstaan. Het is een residu van de Griekse filosofie.
In een volgende post meer.
A christianity worth believing (3)
Waarheid is relatief, contextueel en experimenteel. De evangelist Johannes beschrijft het leven van Jezus vanuit dit vertrekpunt. Uit de wijze waarop Johannes zijn evangelie schrijft, kunnen we volgens Pagitt concluderen dat hij “embedded” of contextueel schrijft. Hij schrijft aan specifieke mensen in een specifieke context en past de wijze van schrijven daarop aan. Johannes gebruikt cultureel relevante taal, beelden en symbolen, die bij de lezer herkenning oproepen.
Citaat van Pagitt:
This is not just an issue of what words to use. Language not only represents understanding but creates is. When we change the words, we change the story.
Mijn reflectie:
De betekenis van woorden en het gebruik ervan is van belang. Niet alleen in het dagelijks gebruik, maar ook in de Bijbel. Woorden roepen een sfeer op en schilderen een situatie. In deze tijd is de zoektocht nog een hernieuwde hermeneutiek van belang. Er moeten woorden gezocht worden om het evangelie in onze context uit te leggen. Wanneer we het evangelie terug brengen naar Jezus stierf voor onze zonden en wij moeten Hem in ons hart aannemen, dan maken we ons er met een “Jantje van Leiden” vanaf. Het evangelie is breder en omvat grotere dimensies. In een latere post de visie van Pagitt.
Een tweede opmerking die ik wil maken is dat er meer aandacht moet komen voor de specifieke schrijf stijl van elke schrijver. Tijdens mijn bijbelschool opleiding is mij steeds bijgebracht dat we de ene Bijbeltekst uit moeten leggen met de andere Bijbeltekst. Ik vraag me af of dat zonder voorbehoud kan. Het beeld dat van God wordt gegeven in Genesis is anders dan in Mattheus. We moeten dus meer dan ooit ons huiswerk doen. Pagitt spoort ons daartoe aan. Een waardevolle aansporing.
Een laatste citaat om even bij stil te staan:
Whether we know it or not, the dogmas and doctrines of God, of humanity, of Jesus, of sin, of salvation that many of us were thaught are so firmly embedded in the cultural conext of another time that they have become almost meaningless in our.
Hier zegt Pagitt nogal wat. Er zijn volgens Pagitt geen doctrines die uitstijgen boven de tekst, maar deze zijn vastgeklonken in een (tekst)cultuur.
A christianity worth believing (2)
Paggit komt dus radicaal tot bekering tijdens een toneelstuk dat “Passion Play” heet. Hij noemt dit een verandering met een hoofdletter V. Hij was “aangeraakt”. Na het toneelstuk komt er een man op het podium die uit een boekje leest, vergelijkbaar met de “Four Spiritual Laws” van Campus Crusade for Christ.
He finished the booklet and led us through a prayer meant to turn us into Christians.
Pagitt ervaart dat de inhoud van het boekje in het geheel niet in overeenstemming is met de sfeer en het verhaal dat hij daarvoor op het podium heeft gezien en gehoord. Dat wordt nog versterkt als een paar dagen later iemand komt opdagen die hem komt “disciple”-n. Deze persoon legt het evangelie uit in termen als: essentieel, zekerheid, absoluut. Het gaat volgens hem meer om de feiten, dan om geloof en dan om de gevoelens (het herkenbare treintje uit de jaren 70). Maar de gevoelens kunnen evengoed niet aanwezig zijn. Dit gaat geheel in tegen wat Pagitt heeft ervaren. Het geloof heeft volgens hem alles te maken met de dagelijkse werkelijkheid en dus ook met gevoelens. Dit komen zeker niet achteraan.
Pagitt heeft moeite met de eenheids-geloofs-worst waaraan iedere christen moet voldoen.
I belief that there is a way of living and telling the Christian story that connects with te life and experience of the person living it.
Dat wil zeggen dat er geen eenheidsworst mogelijk is. Pagitt zoek naar dat geloof door de schillen die het christendom bedekken af te pellen om daar mee te komen tot de kern. Hij wil dat wat hij vindt meenemen naar het heden en gebruiken in het leven van nu.
Ik vraag om af of we dat klakkeloos kunnen doen. Mijns inziens kunnen we geen geloofsgeschiedenis overboord gooien. Onze huidige tijd is gevormd door de tijd daarvoor. Juist door daar van te leren kunnen we nieuwe wegen inslaan. Ik ben daarmee meer een voorstander van evolutie dan revolutie.
In de volgende post meer over dat wat Pagitt afpelt.
A christianity worth believing
Ik lees op dit moment “A Christianity worth believing” van Doug Pagitt. Pagitt is één van de pioniers van het “emerging” denken in de VS en is voorganger van Solomon’s Porch. Hij is in evangelische kring ook één van de meest omstreden denkers. Volgens velen is hij niet voldoende orthodox (wat dat dan ook moge betekenen). Opvallend is dat hij zichzelf ook zo ziet. Hij zegt dat hij, denkend en sprekend over onderwerpen, steeds de andere kant wil belichten. Hij noemt zichzelf een “contrarian” of “postively oppositional”. Interessante benadering.
Pagitt schrijft een theologische verantwoording die gedragen wordt door zijn eigen biografie. Pagitt komt niet uit een christelijk nest en wordt een discipel van Jezus na een toneelstuk. Dit grijpt hem aan, terwijl hij zelf niet precies begrijpt wat er nu werkelijk is gebeurd.
Het boek behandelt een aantal theologische thema’s, die een sterke contextuele lading hebben. Pagitt wil dat theologie niet boven de massa blijft hangen, maar dat het sterke wortels heeft in het leven van alledag.
Dat hij omstreden is, is omdat hij theologische concepten anders wil verwoorden dan de reguliere conservatieve theologen dat doen. Hij zegt:
Religion is often a tool for preserving a set of beliefs, ideas, and behaviors.
Pagitt zoekt naar creatieve antwoorden:
Christianity is not a faith of conservation and preservation. Is is a faith of creation, participation, movement, and change.
Deze laatste quote maakt het boek interessant. Want op welke wijze wil Pagitt creatief zijn? In de volgende posts behandel ik steeds een thema uit het boek.