Categorie archief: cultuur

De kerk in 2011 (7)

De laatste post over dit onderwerp. De neiging bestaat aan het einde van een serie als deze om de eigen visie te geven op de kerk in onze tijd. Ik denk dat die visie niet bestaat. De kerk, ook in de westerse wereld, is zo divers dat een eenduidig beeld niet recht zou doen aan de veelkleurigheid van de kerk. God is groter dan onze neiging om alles in hokjes te plaatsen. Toch wil ik een paar voor mij opmerkelijke observaties doen.

Ten eerste is de kerk het werk van God. De kerkmensen mogen in Zijn voetsporen treden (missio Dei). Het lijkt er volgens mij soms op dat met al ons westerse planning en strategisch denken dat de laatste jaren zijn vergeten. De afgelopen jaren is steeds gebleken dat het “regelen” van de kerk nog niet een opleving tot gevolg heeft gehad. God is niet maakbaar en daarom is een opwekking of “blessing” ook niet maakbaar.

Ten tweede, vader en zoon Dekker hebben een punt. Het geloofsleven van elke participant  is bepalend voor hoe de kerk zich in het dagelijks leven mainifesteert. Ik val de Dekkers daar voor een deel in bij (ik heb het boek van vader Dekker niet gelezen, dus houd een slag om de arm). Succes wordt vaak afgemeten aan het leiderschap van de kerk en is resultaat gericht. Goed leiderschap betekent een gezonde kerk (zie Schwartz). Maar in de kern gaat het niet om de leiding, maar om elke deelnemer die deel is van een gemeenschap die zich rond Jezus verzamelt. Volgens mij is leiden voor het grootste deel faciliteren.

Ten derde, kerkelijk succes is niet afhankelijk van een a-cultereel kerkelijk opbouwmodel. Meestal werd gedacht dat met een model het tij gekeerd kon worden als een vitamine ter bevordering van de gemeentegroei. Al met al blijkt nu dat de kerk niet maakbaar is en dat deze modellen in heel veel gevallen geen deel zijn geworden van het kerkelijk leven (wie is er werkelijk “purpose driven” geworden?).

Ten vierde keek men in het verleden vaak naar succesvolle kerken en kopieerde wat daar goed ging. Helaas werkt dat niet altijd zo (zie ook de derde opmerking). Kerken moeten in deze tijd meer en meer hermeneuten zijn van de eigen culturele context. Men moet zich de vraag stellen: “Wat heeft het evangelie ons te zeggen in onze wijk?” De uitwerking van het evangelie heeft deze conturele component nodig. Welke voorganger besteedt meer tijd buiten de muren van de kerk dan daarbinnen?

Tot slotte zijn er in Nederland een groeiend aantal mensen die “tegen” zijn. In de VS kennen we dat verschijnsel al een tijdje (tik op Youtube Rob Bell in en je krijgt een lijst met videos om een avondje te vullen). Wat boven het maaiveld uitkomt is een bedreiging voor de status quo, meestal gebasseerd op angst. In Nederland komt het gesprek over experimentele ecclesiologie maar niet van de grond. 

Hier laat ik het voorlopig bij.

De kerk in 2011 (6)

In de laatste post haalde ik de nadruk op het Koninkrijk van God aan. Vanuit dat vertrekpunt kijk ik naar de kerk als geheel. De nadruk op het Koninkrijk van God benadert de kerk vanuit de verticale relatie en steekt daarna  in op het horizontale vlak. Kortweg en simpel: het begin van de kerk ligt bij God en wij mogen daar in de praktijk vorm aan geven. Daarmee zeggen we ook direct dat de toekomst van de kerk in Gods handen ligt en dat de kerk niet maakbaar is.

Vanuit dit hoopvol uitzicht naar de pessimistische blik van drie theologen. De laatste tijd zijn er in en buiten Nederland verschillende mensen geweest die de kerk weinig hoop geven. Lees de bijdragen van Willem Maarten Dekker en de bijval van Stefan Paas in het Nederlands Dagblad met betrekking tot Nederland:

Van zijn bijdrage (Dekker, HB)  zijn met gemak een reeks prikkelende oneliners te maken: ‘Het ergste moet nog komen’, ‘Het is nu niet de tijd voor nieuwe groeiplannen. Het is de tijd om de kleren te scheuren, as op het hoofd te strooien en klaagliederen te zingen’, ‘Waar ik me het allermeeste zorgen over maak, is de innerlijke uitholling van het geloof van degenen die nog wel de kerkbanken vullen’.

Er is veel reden het betoog van Dekker niet gemakkelijk terzijde te schuiven. Grote delen van de kerk in Nederland staan op instorten, als God het niet verhoedt. Niet alleen door de massale uittocht die er inmiddels is geweest, maar ook door de ‘ontstellende oppervlakkigheid van talloze kerkleden – juist op die plekken waar ze samenklonteren’. Daarin viel kerkplanter en missioloog Stefan Paas Dekker bij. Goed beschouwd is dat veel ernstiger dan dat we ‘minstens aan het sterfbed van de meer dan duizend jaar oude christelijke cultuur van het Westen’ zitten, zoals Paas stelde. De toon van de bijeenkomst was somber. Het verslag in deze krant sprak van het ‘begraven van de kerk als een terugkerend refrein’.

Dekker sprak voor de Confessionele Vereniging in de Protestantse Kerk. Gelden zijn woorden ook voor de evangelische beweging in Nederland?

We kunnen van Dekker leren dat ook binnen de evanglische beweging het nodig is om te reflecteren op dat wat er gebeurt en is gebeurd. Dat is op zich een goede zaak. Vanuit de inkeer komt er een moment om gesterkt verder te kunnen. Moet de evangelische beweging in zak en as gaan zitten zoals door hem voor de PKN wordt voorgesteld? Volgens mij hangt dat af van wat de inzet is van het in “zak en as” zitten. Voor Dekker is dat de abominabele toestand van het geloofsleven van de mensen in de kerk zitten die hij mag dienen. Kan er een oorzaak worden aangeven van deze erbarmelijk toestand van de Godsvrucht? En staat het geloofsleven van de gemiddelde evangelisch gelovige er ook zo bij?

Vader Wim Dekker van de IZB  zegt het later in het Nederlands Dagblad nog een keer, nu met een andere inzet:

‘De crisis van het christelijk geloof brengt een vervagend godsbegrip. God is liefde, zeggen mensen, maar ze laten Hem geen rol spelen in hun dagelijks leven. Mensen tobben met relaties en seksualiteit, zijn verlegen met ziekte en overlijden, maar weten deze zaken niet meer te verbinden met Gods handelen.

Voor Dekker hoeven al die toeterts en bellen niet in de kerk en moet het “heilshandelen van God”  weer terug in de preek. Het gaat hem om Gods werk door het Woord, zegt hij later in hetzelfde interview. De preek moet gedegen uitgewerkt worden. Ik neem aan dat hij dan ook verwacht dat daardoor de mensen God meer en meer een rol in het leven laten spelen (ik laat even onverlet dat het grootste gros van de mensen op maandag in onze beeldcultuur niet meer weet wat er op zondag is gezegd, jongeren zowel als ouderen).

Nogamaals: Wat leren we hiervan voor de evangelische beweging? Ik denk de vanuit de nadruk op het Koninkrijk van God we van Dekker kunnen leren dat een dieper besef van de Koning zelf van belang is. De evangelische beweging staat erom bekend dat ze dichtbij mensen wil staan. Meer en meer moet in deze tijd dan verbonden worden met een diep besef van wie God is en hoe Hij werkt in harten en de wereld. Reflectie op de diepte van het geloofsleven is noodzakelijk.

Ten slotte zijn de onderwerpen die Dekker noemt in bovenstaand citaat binnen de evangelische beweging aan de orde gekomen. Het gaat in de preken vaak om de bijbelse en toegpaste boodschap.  Maar het spreken hierover met andere gelovigen in de context van geloof in een levende God garandeert niet een levende kerk.

De volgende keer meer over hoe dit uitwerkt in een kerk voor 2011.

De kerk in 2011 (5)

We zien de afgelopen jaren bewegingen en tegenbewegingen. Als we dat Hegeliaans zouden benaderen zou er een synthese moeten ontstaan die ons verder zou moeten helpen. Maar hebben we als evangelische gemeenten de afgelopen jaar geleerd van wat er aan het einde van de 20ste eeuw en begin 21ste eeuw is gebeurd?

Ten eerste, zijn de evangelische gemeenten er de afgelopen twee decennia op vooruit gegaan? Zijn de evangelisatie inspanningen geslaagd? Dat hangt af van de het vertrekpunt. Sommige kerkleiders zullen nadruk leggen op kerkgroei en bevestigend antwoorden: hun kerk is gegroeid. Helaas moet ik zeggen dat het doel “ongelovigen maken tot volgelingen van Christus” niet geheel is gelukt. Groei in een kerk ging vaak ten koste van een andere kerk. Dat zeg ik met spijt. Marc Volgers concludeert aan het einde van zijn onderzoek naar mega gemeenten in Nederland:

Uit de cijfers blijkt dat de gemeenten veel leden zien overkomen uit andere gemeenten. Gemiddeld komt ongeveer een derde uit gereformeerde kerken en ongeveer een zesde uit evangelische kerken. De leden van gereformeerde kerken waren vaker randkerkelijk. In sommige gevallen bestaat groei voor een groter deel uit onkerkelijken. Er is dus voor een deel sprake van ‘circulation of saints’  …  Er is verlegenheid met de groei door leden uit andere gemeenten. Ze bieden iets aan wat aantrekkelijk is, waar
behoefte aan is en wat niet door alle kerken geboden wordt (Marc Volgers, Grote gemeenten in een klein land, p59vv).

Ten tweede, sommigen zullen nadruk leggen op geloofsgroei en zeggen dat de gemeenteleden dichter bij God zijn gekomen in de afgelopen jaren. Wanneer we dit zouden afzetten op het aantal actieve gemeenteleden die de groei van het Koninkrijk voorop stellen, moet ik concluderen dat de 20/80 regel nog steeds van toepassing is. Dat is niet veranderd ten opzichte van 20 jaar geleden. Op Gemeentestichting.nl staat over deze regel:

Wel eens gehoord van de 20/80-regel? Dat is wanneer 20 procent van de mensen in een gemeente 80 procent van het werk doet. Wie bij de 20 procent horen is eenvoudig te bepalen. Dat zijn degenen die de gemeente ‘dragen’, de werkers, de toegewijden, kortom de ‘ruggengraat’.

Wat is het grote groei- en/of leerpunt van de afgelopen jaren?

Ik denk ten eerste dat er, terugkijkend op de afgelopen jaren, nu mensen opstaan die erkennen dat het de afgelopen jaren met alle kerkelijke inspanningen niet is gelukt. Dat is een harde, maar eerlijke conclusie.

Ik hoor meer de nadruk op de Missio Dei: de kerk in deze maatschappij is in de eerste plaats het werk van God. De kerk is niet afhankelijk van menselijke inspanningen binnen de kerk, maar zal zich moeten richten op Gods Geest die werkt buiten de kerk. Alle inspanningen hebben zich gericht op het “verbeteren”  van de kerk, terwijl men vergat dat het niet ging om de kerk, maar om het koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God omvat meer dan de kerk alleen. We zien deze nieuwe inzichten terug bij jongen mensen van onder andere het Emerging Netwerk. De nieuwe kerkvormen die door hen worden uitgewerkt en uitgeprobeerd, kunnen een hulp zijn voor de hele kerk.

In het volgende deel het slot met aandacht voor holistische ecclesiologie.

De kerk in 2011 (4)

In de jaren 90 komt een parallelle stroming op die tot op vandaag haar invloed laat gelden. Zij benaderen de godsdienstige situatie in Nederland negatief. Het kent drie verschillende varianten.

  • Ten eerste variant of groep mensen die reageert op de tijdgeest gaat op zoek gaat naar een opwekking in Nederland. Deze groep heeft met name een charismatische achtergroep en zoekt in het donkere seculiere Nederland naar het positieve van een ontwaken. Kerygma komt met materiaal over opwekking en gebed. In de liedbundel van Opwekking verschijnen liederen over een “keer in de ons land”. Voorbeelden  daarvan Opwekking 522 en 552. Ook andere charismatische organisaties benadrukken een innerlijk inkeer zodat de opwekking komt. Tot op dit moment zijn er charismatische profeten die het grote ontwaken voorspellen in Nederland (wat nog niet is gebeurd).
  • Een tweede groep was meer negatief ingesteld. Zij benadrukten de ontkerkelijking in Nederland. Er verschijnen boeken over Godsverduistering. Bijvoorbeeld :  (1) “Godsverlichting -De evocatie van de verduisterde God – een weg tot spiritualiteit en gemeenteopbouw, door Willem Ouweneel, (2) Antwoord op de Godsverduistering, door Dr. W Aalders.
  • De laatste groep reageert op de volgens hen theologische verwatering die optreedt binnen kerken die de methodes van Warren en Hybels implementeren. Een eerste groep onderzoekt de theologie van de Puriteinen en schrijven daar artikelen over. De George Whitefield Stichting is hier een exponent van. Het boek Opwekking van Drs. W. van Vlastuin verkoopt ook goed in evangelische kring. Een andere bezorgde groep komt samen in het tijdschrift de Oogst en de website Habakuk.nu, beide van het Heil des Volks. Ook hier artikelen tegen de volgens hen aanwezige verwereldlijking in de evangelische kerken. Een andere “profeet”  is Ab Geelhoed, die zich te weer stelt tegen alles wat niet binnen de eigen evangelische beweging valt of past.

De activiteiten binnen de evangelische beweging brachten niet dat wat men ervan verwachtte. De tijdgeest zat niet mee. Daarom is er in eerste instantie een ontwaken nodig van binnenuit.  Helaas is dat nog steeds niet het geval. Velen vanuit Puriteinse hoek baden mee met Jesaja 64 (NBG):

1 Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij nederdaaldet, dat voor uw aangezicht de bergen wankelden,
2  zoals vuur rijshout in vlam zet, zoals vuur water doet overkoken; om uw tegenstanders uw naam te doen kennen, zodat de volken voor uw aangezicht sidderen,
3  daar Gij geduchte daden verricht, die wij niet verwachtten; dat Gij nederdaaldet, zodat de bergen voor uw aangezicht wankelden!

Spaanse cultuur

Against the flow!

In hoeverre moet de kerk aansluiten bij de cultuur? Dit probleem houdt de kerk de laatste decennia met name bezig. Waarom? Ik denk dat dat komt doordat de kerk naar de marge wordt gedrukt. De kerk moet daardoor positie kiezen. Zo kan de cultuur als uitgangspunt genomen worden. De kerk sluit naadloos aan bij veranderingen die zich rondom voordoen. De eigenheid van de kerk komt daardoor wel onder spanning te staan. Aan de andere kant is de kerk een “Resident Aliens”. Dat wil zeggen dat de kerk tegenover de cultuur staat. De kerk is totaal anders en degenen die een kerk bezoeken moeten daar ook rekening mee houden.

Henk de Roest grijpt daarbij terug op de eerste eeuwen. De kerk ontstond in een niet-kerkelijke omgeving. Er ontstaan met name kleine christelijke groepen. In deze omgeving hadden de eerste christenen geen eigen gebouwen, maar gebruiken de “maaltijd aan huis”. Mensen die Jezus volgen werden direct een gemeenschap.

Ik denk dat dat een aanwoord is op het gemeente zijn in deze postmoderne cultuur. De gemeenschap garandeert dat het kerk-zijn uniek is. Ze is uniek omdat de gemeenschap gevormd wordt door de aanwezigheid van Christus. Daardoor zijn ze anders en moeten ze ook anders zijn. Omdat Jezus anders is. Aan de andere kant stellen ze zich open. Openheid verreist kennis van de omgeving. Zonder contact zal openheid een lege huls zijn. Ik denk dat op deze manier de kerk als kleine gemeenschap kan overleven in deze postmoderne cultuur. De raakt haar eigenheid niet kwijt, maar is wel in staat zich te beweging in de wereld van vandaag de dag.

Daarbij komt dat de betrokkenheid van de deelnemers toeneemt. Doordat ze zichtbaar deelnemen aan het functioneren van het geheel, zullen mensen sneller oog krijgen voor de eigen groep en de omgeving. Het blijkt steeds weer opnieuw dat kleine groepen krachtig kunnen werken in de omgeving. De kerk in de eerste eeuw is het zichtbare bewijs.

Essentie van kerst en Barna

Vanmorgen liepen Mariska en ik na de dienst naar huis en beide hadden we dezelfde gedachte. Wat is de essentie van kerst en van de kerstvieringen? We vieren elk jaar kerst. Elk jaar proberen we de vieringen weer op een originele manier te benaderen. Toch is dat, en daar waren we het beide over eens, niet de kern van kerst. Mariska stelde voor om een aantal mensen uit te nodigen, die waarschijnlijk met kerst alleen zijn om met hen samen te gaan eten. Dat is een mogelijkheid. Echter, deze dagen staan bol van de familiebezoeken en dat is moeilijk te combineren. Ik ben er nog niet uit. Het blijft een beetje malen.

Ik lees dit weekend een nieuw boek van George Barna met de titel “Revolutions”. Barna is de Amerikaans christelijke Maurice de Hond. Hij toonde aan de evangelicalen in de VS de bijbel bijna niet kennen. Het boek dat hij schrijft heeft een kernachtige boodschap. Hij noemt christenen revolutionairen. Het zijn mensen die alleen maar één doel voor ogen hebben: Jezus volgen in alles wat ze doen. Daar is de kerk niet zozeer voor nodig. Ze stellen doelen en volgen die na. Een opmerkelijke gedachte. Bij mij blijft hangen dat zij Jezus in alles voor ogen hebben. Kunnen beide gedachten te combineren zijn? Ik weet het (nog) niet. Maar Barna maakt bij mij heel veel los.

Een aanrader, want volgens mij kan ik wel wat inzichten van Barna op mijn eigen leven loslaten. Als iedereen de revolutionair was die Barna beschrijft, dan was ik een ander mens, maar ook Gouda zag er anders uit.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.